De basiliek van kerkbouwer Justo Gallego

Al veertig jaar werkt Justo Gallego aan de verwezenlijking van zijn levensdroom: de bouw van een kathedraal. De basiliek is nog lang niet voltooid, maar Japanse toeristen komen al op bezoek.

Het wonder voltrekt zich in Mejorada del Campo, een veeg op de kaart even buiten Madrid. Wie aan komt rijden door het voorstedelijke niemandsland van puinbergen, cementfabrieken en door schapen kaalgevreten stoppelvelden ziet de koepel al prominent boven het silhouet van het stadje uitsteken. Maar eenmaal voor het bordes toont de basiliek zich pas in volle glorie. ,,De koepel was het zwaarste werk'', zegt de 74-jarige Justo Gallego. ,,Het ontwerp heb ik van de Sint Pieter in Rome.''

Toen Justo Gallego begin jaren zestig besloot zijn leven te wijden aan een eigenhandig te bouwen kathedraal, versleten zijn dorpsgenoten hem voor gek. Kerken worden niet gebouwd door eenlingen. En zeker niet door Gallego, die na een tbc-aanval gedwongen was zijn bestaan als monnik in een klooster van de cisterciënzers op te geven. Maar in de afgelopen veertig jaar verstomde het gelach. Want langzaam maar zeker verrees aan de rand van Mejorada een neo-romaans kerkgevaarte, gewijd aan de Maagd van Pilar, hondervijftig meter lang, twintig meter breed. Het naastliggende klooster met patio en de doopkapel niet meegerekend.

,,Nee ik had geen visioen, deze kerk was een wens van mijn moeder'', verklaart Gallego simpelweg de oorsprong van zijn project. ,,Ach, de hele wereld denkt tegenwoordig alleen maar aan geld. Niemand heeft nog idealen.'' Met zijn tanige gezicht onder de groene fez, gekleed in twee rafelige loden jassen en een wijdvallende werkbroek lijkt de kerkbouwer een geestverschijning uit de middeleeuwen. We warmen onze handen aan een brandende boomstronk onder een afdak dat midden in de kerk is opgetrokken. De rook filtert het licht van de namiddagzon dat door de romaanse boogramen van de bovengalerij naar binnen valt. Een chaotische steigercontructie stijgt vijfendertig meter de hoogte in naar de stalen koepel. Pasolini ontmoet Anton Pieck.

In de kerk is het een chaos van dakpannen, beton, stalen buizen, gebroken marmeren tegels en een oude auto. Niets is af. De rozetten waar ooit het glas in lood moet komen, gapen de kerkganger leeg tegemoet. Uit de ronde torens prikt de stalen bewapening naar de hemel. Muren bestaan uit half met beton afgeplamuurd baksteen. ,,Deze zomer heb ik aan de acht torens gewerkt, maar daar is het nu te koud voor'', zegt Justo Gallego. ,,Ik ben nu bezig in de crypte en de vergaderzalen van het klooster.''

Het bouwwerk is een wonder van volharding en creativiteit. De constructie bestaat vooral uit afvalmateriaal dat door welwillende aannemers uit de buurt ter beschikking werd gesteld. Stalen spiralen van onduidelijke herkomst dienen als bewapening van het beton, de torens en de muren zijn opgebouwd uit de holle bakstenen waar Madrid zijn voorsteden uit optrekt. Op de meest onwaarschijnlijke plekken steken plastic pijpen uit de muren. Kartonnen transportvaatjes dienen als mal voor het gieten van de betonnen pilaren.

Iedere dag, zondagen uitgezonderd, werkt Don Justo door. De tijd dringt. Een been wil niet meer zo best en door de tbc heeft de kathedraalbouwer aanhoudend last van de borst. Sinds enige jaren heeft Don Justo af en toe hulp, maar of hij zijn project kan beëindigen, is sterk de vraag. ,,Ik heb de kerk in mijn testament overgedragen aan de bisschop van Alcalá. Die moet de zaak maar afmaken'', zegt Gallego op een toon die weinig tegenspraak duldt.

De vraag is alleen hoe. Omdat aanvankelijk niemand het project serieus nam, is nooit een bouwvergunning aangevraagd en ontbreken bouwtechnische plannen. ,,Pfff, architecten, ambtenaren... Het maakt de zaak alleen maar onnodig duur, vindt u ook niet'', meent Gallego. ,,En wat weten zij er nou van?'' Het bouwplan zit vooral in het hoofd van Don Justo, zeker sinds de kartonnen bouwmaquette als gevolg van vocht en lekkages in elkaar gevallen in een hoekje van de kerk ligt.

Gallego's bouwanarchie bezorgde de autoriteiten een groeiend ongemak. Vooral nu de kerk stilletjes is uitgegroeid tot Mejorada's enige toeristische trekpleister en zelfs bussen met Japanners de weg naar het dorp vinden. De bestendigheid van het bouwsel wordt van verschillende kanten betwijfeld en jarenlang probeerde de toenmalige burgemeester van Mejorada tevergeefs de kerk tot onbewoonbare ruïne te laten verklaren. ,,Een communist'', moppert Gallego met zichtbare walging. Maar er voltrok zich een tweede wonder in Mejorada. Want inmiddels staan de zeventienduizend inwoners van het dorp als één man achter het behoud van hun anarcho-kathedraal.

Dat schept weer een nieuw probleem. ,,De heilige geest heeft in ieder geval voorkomen dat de hele zaak in elkaar is gedonderd, want wij hebben geen bouwkundig architect kunnen vinden die de kerk ook maar wil onderzoeken'', zegt de socialistische wethouder Adriana Fresno Bertsch van stadsontwikkeling. Gevreesd wordt dat een serieuze aanpak de draagkracht van de gemeentelijke begroting ver te boven gaat. De gemeenteraad heeft dan ook eendrachtig besloten dat de regioregering van Madrid zich maar over de kathedraal moet buigen. En sindsdien is het stil.

Onderwijl werkt Justo Gallego onverstoorbaar verder aan de voltooiing van zijn droom. Er is nog veel te doen. ,,De twee hoofdtorens zijn nu 25 meter hoog, maar er komt nog dertig meter bij'', zegt hij beslist. De koepel moet worden bedekt met zinken dakplaatjes. En vooruitlopend op de interieurinrichting heeft Don Justo zich een nieuwe techniek meester gemaakt: het gieten van betonnen bustes in een siliconen-mal. In een zijkapel van de kerk staren dertien identieke bebaarde koppen de bezoeker aan. ,,Christus'', verklaart Justo Gallego. ,,En zijn twaalf apostelen.''