Curieuze schilder en dichter

Het is maar een kleine tentoonstelling. Leven en werk van de schilder, pamflettist, dichter, dwarsligger, beeldhouwer, zwerver en principieel alcoholist Erich Wichman (1890-1929) zijn uitgestald in één zaal. Zes (grote) vitrines en twee wanden met schilderijen; dat is alles. Maar wat een rijkdom aan foto's, beeldjes, brieven, boeken en documenten is er in dat ene zaaltje van het Centraal Museum bijeengebracht. Geen voorwerp of er is wel een bizar, geestig of navrant verhaal aan verbonden.

Een mooi voorbeeld is de brief aan Hugo Sinclair de Rochemont waarin Wichman zijn plannen uiteenzet om de socialistische 1 mei-viering van 1928 in Amsterdam te ontregelen. Hij ontwierp een installatie waarmee vlooien onder de deelnemers rondgesproeid moesten worden. Wichman ging uitgebreid in op de praktische details. Hij stelde voor een stofzuiger te gebruiken om de vlooien goed te verspreiden. En de installatie diende gecamoufleerd te worden met een rode vlag. Hij maakte er een tekeningetje bij waarop hij een en ander toelichtte. In de brief, die werd geschreven in het Amsterdamse café De Bohémien (bijgenaamd de `fascistenhemel') worden steeds nieuwe invallen genoteerd. Dat Wichman tijdens het schrijven stevig heeft gedronken, is te zien aan de letters die allengs groter en slordiger worden.

De naam Erich Wichman vormt een curieuze voetnoot in de Nederlandse kunst- en literatuurgeschiedenis. Zijn satirisch pamflet Het Witte Gevaar (`over melk, melkgebruik, melkmisbruik en melkzucht') geniet enige bekendheid. En in de door Gerrit Komrij samengestelde bloemlezing van Nederlandse poëzie is zijn `Nationaal Drinklied' opgenomen: een gedicht dat de Nederlandse cultuur als `modderig, lichtloos en plat' karakteriseert en eindigt met de regels: `Zo stikt in de jenever / het Hollands intellect'.

Een boek met correspondentie van Wichman dat onlangs werd gepubliceerd, vormde de aanleiding voor de tentoonstelling in het Centraal Museum. Wichmans relatie met Utrecht is altijd moeizaam geweest. Hij greep elke gelegenheid aan om zijn geboortestad te beschimpen.

Wichman was een enthousiast bewonderaar van Mussolini en één van de drijvende krachten achter het fascistische tijdschrift De Bezem. Hij voelde zich niet te beroerd om in knokploegen voor zijn overtuiging op te komen en gaf blijk van een verontrustende fascinatie voor vuurwapens en explosieven. Dat Wichman `fout' was (al overleed hij dan elf jaar voor het uitbreken van de oorlog), heeft de bekendheid van zijn artistieke nalatenschap niet bevorderd.

Inschatten hoe groot zijn artistieke verdiensten nu eigenlijk waren, wordt verder bemoeilijkt door zijn ongedurigheid. Wichman werkte met een grote verscheidenheid aan materialen en experimenteerde bovendien in de meest uiteenlopende artistieke disciplines. Maar hij deed geen moeite zich ergens in te specialiseren. Samenstelster Meta Knol: ,,Zodra hij iets onder de knie had, liet hij het liggen om zich weer ergens anders op te storten.''

Wichmans sympathie voor het fascisme stond de vriendschappelijke omgang met linkse kunstenaars (Charley Toorop, Joris Ivens, Arthur Lehning) geenszins in de weg. Zijn contacten bleven overigens niet beperkt tot het culturele establishment van Nederland. Ook in Parijs, Milaan, Wenen en Berlijn dook hij op om er contacten met toonaangevende kunstenaars te leggen.

Wichman was de eerste pleitbezorger van Kandinsky in Nederland en experimenteerde al met abstracte schilderkunst toen zijn vriend Theo van Doesburg dat nog niet aandurfde. Interessanter dan die abstracte schilderijen (die hem al snel verveelden) zijn de vele spookachtige maskers en gezichten die hij halverwege de jaren '20 schilderde, tekende en boetseerde. Het zijn onnatuurlijk brede of langgerekte koppen; angstaanjagend, maar soms (Het mannetje uit de maan) ook aandoenlijk.

Deze Wichman-tentoonstelling vormt de opmaat voor een reeks documentaire exposities over markante personages in het culturele leven van Utrecht. Een mooi initiatief, al ligt het gevaar dat zo'n biografisch overzicht van documenten en kattebelletjes een beetje dor uitpakt natuurlijk wel op de loer. Bij Wichman is daar geen sprake van, ook al omdat de samenstellers veel kleine kunstwerken in de vitrines hebben geplaatst. Als geboetseerde variatie op de schilderijen met amorfe koppen, ligt er een hele reeks piepkleine sculptuurtjes uitgestald. Mini-kunstwerken, door de praktisch ingestelde Wichman gemaakt om in zijn zakken te steken en in cafés te verkopen.

Tentoonstelling: Ik zou een omweg maken om niet langs Utrecht te hoeven: De archieven van Erich Wichman (1890-1929). Centraal Museum, Utrecht. T/m 30 jan. Op 9 jan. zal Henk van Ulsen in het Centraal Museum voorlezen uit Wichmans schotschrift `De Tang en Het Varken' (1917). Aanvang: 15 uur.