Binnen moet het wemelen van leven

Wat trok Andy Warhol aan in Nico, de Duitse die hij zangeres van The Velvet Underground maakte? Haar stem, haar europeesheid, dat ze een beroemd model was - en nog iets anders.

In december 1965, vlak nadat Andy Warhol zich in New York over The Velvet Underground had ontfermd, maakte hij kennis met Nico. Hij wist meteen dat ze bij de jonge groep van Lou Ree en John Cale moest zingen.

Nico zou aan Warhol zijn voorgesteld door Gerard Malanga, een van de belangrijkste medewerkers in The Factory, Warhols werkplaats. Later zei Nico dat de zanger Bob Dylan het contact had gelegd. Het doet er niet toe wie de tussenpersoon was. Je kunt beter zeggen dat de Duitse steden Keulen en Berlijn aan de Amerikaanse provincieplaats Pittsburgh werden voorgesteld.

In Pittsburgh had de in 1928 geboren Tsjechische Amerikaan Andrew Warhol(a) - z'n ouders kwamen uit de Karpaten - de buurtbioscopen afgeschuimd. Op de aquarellen, collages en zeefdrukken, die hij in het begin van de jaren zestig maakte, zie je Superman, Popeye, James Cagney, Bela Lugosi en andere scènes en sterren die hij in zijn jeugd had gezien. 'There's a pawnshop/ on the corner/ in Pittsburgh, Pennsylvania...', zong Guy Mitchell in het begin van de jaren vijftig. Daarmee is de betrekkelijke rust in het stadje aangegeven.

Nico was als Christa Päffgen in 1938 geboren in Keulen. Met haar moeder vertrok ze in de oorlog naar Lübbenau, bij Berlijn. Ze had de treinen naar de vernietigingskampen gezien en ze zag ook hoe Duitsland aan flarden werd gegooid. Als ze naar huis liep zag ze de lijken op straat liggen. Haar favoriete woord was Schwarzmarkt en omdat haar moeder daar soms voedsel en andere spullen kocht, dacht ze lang dat het een gebouw was, waar alleen het beste vandaan kon komen.

Warhol had, toen hij Nico in december 1965 leerde kennen, z'n beste werk al gemaakt. De zeefdrukken van Marlon Brando, Elizabeth Taylor en Marilyn Monroe, de Campbell-soepblikken, de dollar-biljetten, de Brillo- boxes, de Cola-flesjes, hij zou er op blijven variëren. Ook de elektrische stoel en de moord op president Kennedy hoorden al tot z'n repertoire. Daarnaast maakte hij steeds meer films, meestal in The Factory, die op een filmstudio begon te lijken.

Sleep (1963) en Empire (1964) waren het meest extreem. De titels beloofden werkelijk wat er op het doek was te zien. Sleep duurt een kleine zes uur en in die tijd zie je een slapende man uit verschillende standpunten. Empire gaat nog verder: één standpunt. Vanaf de vierenveertigste verdieping in het Time-Life gebouw werd het Empire State Building opgenomen. Warhol begon om zes uur, toen het nog licht was. Zeven uur later, om één uur 's nachts, was de film klaar. Het gebouw kon zonder schnitt worden getoond, ongeveer zoals het werkelijk is, alleen zonder geluid.

Covergirl

Nico had Warhol bij haar aankomst in New York veel te bieden. Hij wist dat ze een beroemd model was dat met Coco Chanel werkte, een 'cover girl' die op het omslag van bladen als Elle en Harper's had gestaan. Daar kwam nog bij dat ze een rol speelde in La dolce vita (1959) en bijna de hoofdrol in L'année dernière à Marienbad (1961) van Alain Resnais had gekregen. Ze had een zoon van de Franse filmster Alain Delon, die hij weigerde te echten. Dit soort halfroem was voor Warhol van het grootste belang. Met zo'n vrouw wilde hij werken.

Warhol was niet gek. In het jaar van hun ontmoeting had Nico al een plaatje gemaakt met de nummers I'm Not Sayin' en The Last Mile. Het is haar zangdebuut. Achteraf kun je gemakkelijk zeggen dat de mengeling van koele reserve en de met een laagje Engels bedekte Duitse gotiek er van het begin af aan inzat. Warhol hoorde meteen iets bijzonders in Nico's stem, iets wat hij in zijn films en in de door hem geproduceerde muziek van The Velvet Underground kon gebruiken.

Wat trok hem aan in Nico? Warhol verklaarde zijn keuzes nooit. Europa, dat moet hij om te beginnen hebben gehoord. Als iedere Amerikaan dacht hij vaak aan z'n Europese afkomst. Zarah Leander en Marlene Dietrich, dat waren Nico's invloeden, de stemmen waar ze als kind na de oorlog in een kapotte Berlijnse keuken naar had geluisterd. Lotte Lenya, - het spreekzingen in de Dreigroschenoper.

En wat later Hildegard Knef, de zangeres en filmactrice die Nico zelf nooit wilde noemen, omdat haar moeder zo'n hekel aan Knef had. Maar Warhol hoorde ook nog iets heel anders.

Nico zong in april 1966 voor het eerst met The Velvet Underground in een danshal aan St. Mark's Place. Tijdens hun optreden werden er films van Warhol op de muur achter de groep geprojecteerd. De show werd The Exploding Plastic Inevitable genoemd.

De muziek die bij dit optreden hoort werd pas een jaar later onder de naam The Velvet Underground & Nico Produced by Andy Warhol uitgebracht. Hij is de geschiedenis ingegaan als de plaat met de banaan, die je van de hoes kunt trekken, een idee van Warhol. Je hoort Nico maar op drie nummers. Lou Reed had ze in opdracht van Warhol voor haar geschreven, Femme Fatale, All Tomorrows Parties en I'll Be Your Mirror. Het waren liedjes die ze zou blijven zingen, zowel in de studio als op het concertpodium, steeds maar weer.

Nico past nauwelijks bij het vuurwerk van Lou Reed en John Cale. Ze hoort meer bij Warhols eenvoudige scènes die achter haar werden geprojecteerd, het eten van de paddestoel, een man die slaapt, een kus. Nico's stem is net zo afstandelijk als de beelden van het Empire State Building. Binnen moet het wemelen van leven en toch zie je niet meer dan dat hoge gebouw bij avond waarin alleen het patroon van licht zich af en toe wijzigt.

Die afstandelijkheid wordt vaak in verband gebracht met haar verslaving aan heroïne. Kort na haar aankomst in New York maakte ze er kennis mee. Niet bij Warhol, die keek alleen maar toe. Ze zag hoe Chet Baker het gebruikte. Het was overal om haar heen, ze hoorde het bij Lou Reed en John Cale, Heroïn en I'm Waiting for the Man, die twee nummers stonden op de plaat met de banaan. Ze zei dat ze het zelf pas in het begin van de jaren zeventig ging gebruiken en toen had ze al vier van haar beste platen gemaakt.

De muzikant James Young trad een aantal jaren met haar op en noemde zijn herinnering aan hun samenwerking Nico, the Last Bohemian (1992). Op het omslag van haar biografie Nico - the Life & Lies of an Icon uit 1993 van Richard Witts wordt ze een sirene, een maangodin en een hogepriesteres genoemd. De documentaire die Susanne Öfteringer in 1995 over haar maakte, heet kortweg Nico Icon.

Icoon van wat?

Geen sentiment

In het begin van de jaren tachtig zingt Nico op een avond in de Library Theatre, Manchester, Engeland. De muziek werd pas in 1994 uitgebracht, zes jaar na haar dood. Nico Heroine werd het concert fijntjes genoemd. Vijftien jaar na Warhols Exploding Plastic Inevitable is haar stem nauwelijks veranderd. Ze klinkt wat dieper. Hier en daar hoor je haar Duits scherper door het Engels heen. Weer zingt ze All Tomorrows Parties van Lou Reed. De rest van de avond begeleidt ze zichzelf op het harmonium, maar dit keer hoor je alleen haar stem. Ze koketteert geen ogenblik met het leed van zichzelf of van een ander. Geen sentiment, zelfs niet bij de liefde en de dood. Ze zingt of het om de ervaringen van een willekeurige voorbijganger gaat.

Nico heeft het aangedurfd om de afstand tot het publiek te laten bestaan. Ze onderneemt geen poging die te slopen. Een collega probeert de zaal altijd te paaien, gebruikt alle middelen om een collectieve ontroering op te roepen, verdriet, vreugde, melancholie. Nico weigert daaraan mee te doen. Haar diepe alt belooft die emotie wel, maar die wordt door de slepende monotonie van de stem en van het harmonium tegelijkertijd ontkend. Hier zingt iemand die elk pathos wil vermijden.

Wie wel eens in een filmmontagekamer heeft gezeten, kent het vraagstuk van de schnitt of de las, het ogenblik waarop je het ene voorval kortwiekt en het in een ander voorval laat overgaan. Het is de meest gebruikte truc in de film en toch wilde Warhol juist die in de zeven uur van Empire opheffen. Hij moet de schnitts onwaarachtig hebben gevonden. Zulke plotselinge overgangen komen op straat niet voor. Dan kun je ze als je een gebouw filmt ook maar beter vermijden.

Weinig mensen zullen Empire in z'n geheel hebben gezien. Dat was ook niet de bedoeling van Warhol. Van hem mochten de bezoekers tijdens de projectie een gesprek beginnen of koffie gaan drinken. De afstandelijkheid van Nico is veel strenger. Aan lengte heeft ze niets, die is altijd beperkt tot de drie tot ongeveer acht minuten van een nummer. Ze is geheel en al op haar stem aangewezen, de diepe stem zonder groot bereik.

Als je naar Nico luistert, schieten je gefilmde scènes te binnen die in het begin net zo veelbelovend zijn als haar stem. Je ziet een omgeving waar de voorbijgangers wachten of hun weg zoeken zonder dat je er achter komt waar ze op uit zijn: het plein voor een station, een drukke straat, de brede hal in een bankgebouw of een ziekenhuis, een warenhuis, een arbeidsbureau of andere plekken met zo'n duidelijke werknaam waar mensen worden bespied. Toch zijn het voorvallen die niets over zichzelf verraden. De anonieme regisseur heeft geen kunstzinnige pretenties.

Het doel is duidelijk, het opsporen van verdachten, als de twee Engelse jongens die in een hal een kleine jongen meetrekken om hem kort daarna te vermoorden. Meestal gebeurt er niets, zijn het massascènes zonder hoogtepunten. Ze komen zo vaak voor dat je niet begrijpt waarom ze zo lang buiten schot zijn gebleven. Je ziet een wemeling van mensen en toch kan er niets over een specifieke voorbijganger worden gezegd. Het viel niet te voorspellen dat zulke algemene voorvallen eens overal zouden worden vastgelegd. Op die dagelijkse beelden zonder schnitt, zonder afgesproken tijdsduur liep Warhol met Empire vooruit. Hij moet aan Nico's Europese stem hebben gehoord dat ze eenzelfde afstand tot het leven in de stad wilde bewaren.

Blonde haren

Nico zong van 1965 tot 1988, toen ze op 18 juli op het eiland Ibiza van haar fiets viel en kort daarna stierf. Drie maanden later zou ze vijftig worden. Andy Warhol was ruim twee jaar eerder gestorven, op 20 februari 1986, complicaties na een operatie aan galstenen. Hij was zevenenvijftig jaar.

Hun mooiste samenwerking vond plaats in de zomer van 1966. Nico speelde mee in een film die The Chelsea Girls zou gaan heten. Weer probeerde Warhol het onmogelijke. Hij wilde gelijk spel spelen met wat hij om zich heen zag. Geen schnitts, maar de werkelijke lengte van wat er gebeurde. In de scène met Nico zie je haar voor een spiegel zitten. Ze knipt haar blonde haren, meer niet. Zo achteloos probeerde ze zelf over wat dan ook te zingen.

Het is jammer dat Warhols films curiosa zijn geworden. Je hebt af en toe een kans ze te zien als er ergens een overzicht aan wordt gewijd. Sleep en Empire zijn voorgoed museaal, hoe hecht ze ook met het alledaagse leven zijn verbonden. Het oeuvre van Nico is overal te koop, meer dan twintig cd's, in de studio en de zaal opgenomen.

Nico in Tokyo uit 1986 is een van haar laatste opnamen. Haar stem klinkt nu nog dieper. Weer gaat het vooral over de liefde en de dood en weer vermijdt ze met die twee oude bekenden een goedkoop succes te behalen. De schaarse toonverschillen leiden je eerder naar de plek waar iets zou kunnen gebeuren, een gang in een gebouw, waar twee, drie mensen elkaar voorbijgaan, enkele blikken in een café, een terloopse ontmoeting in een winkel, auto's die naast elkaar voor het stoplicht wachten.

De kortstondige sensualiteit van een locatie hoor je altijd in Nico's stem, beweeglijkheid die op niets uitloopt. Het is niet verwonderlijk dat Ed Wubbe voor het Scapino Ballet Rotterdam in 1997 een choreografie met de korte naam Nico schreef, die met muziek van John Cale nog tot 20 april 2000 in verschillende Nederlandse steden is te zien.

Van alle dansers komt Charlotte Baines in de solo Nibelungen het dichtst bij Nico. Geen toespelingen op haar leven, ze danst het ritme van haar stem. Baine's passen horen bij de dialoog die door Warhols Superstar Ultra Violet in The Factory werd vastgelegd. Andy Warhol zit het weekblad Time te lezen.

Nico is net binnengekomen.

- Hallo, Andy.

- O, hallo.

- Andy.

- Hmm.

- Ik...

- Wat?

- Ik.. dacht...

- Wat?

- ... dacht dat je...

- Wat zei je, Nico?

- Niets.

Victor Bockris The Life and Death of Andy Warhol, Bantam Books, New York 1989

Richard Witts Nico the Life and Lies of an Icon, Virgin Books, London, 1993