Antistof tegen stelligheid

De ontdekking van de echtheid. Dat was de sensatie die ik onderging toen ik eind jaren zestig, aan het begin van mijn studententijd, de kort daarvoor verschenen brieven las die Du Perron in de jaren dertig aan zijn vriend Ter Braak had geschreven. (Diens vlakke antwoorden vond ik veel minder boeiend en dat is zo gebleven).

In Amsterdam politieke wetenschappen studeren was in 1967 een enerverende ervaring. Provo had kort ervoor van de stad een `magies sentrum' gemaakt. Er werd veel gedemonstreerd en gereld, vooral tegen de Amerikanen en hun oorlog in Vietnam. In mei '68 volgde de bewonderde revolte in Parijs, een jaar later de bezetting van het Maagdenhuis. Het linksradicalisme, met zijn eisen van democratisering en anti-kapitalistische hervorming, leek onontkoombaar.

Al die opwinding was leuk, maar ik had mijn twijfels. Welke motieven zaten er achter deze geëngageerde geestdrift? Was de machtswellust van de `actieleiders' niet al te opvallend? En het bad van het radicale gelijk niet al te warm?

De dertig jaar oude brieven van Du Perron waren de ideale antistof tegen zoveel stelligheid. Hij reageerde op gebeurtenissen die zich in dramatiek gemakkelijk konden meten met de Vietnamese oorlog en de Parijse opstand (hoewel, de revolutie tegen het westerse kapitalisme stond overal voor de deur) en deed dat met net zoveel aarzelingen als ik zelf had. Zonder dat die twijfels hem van een oordeel afhielden. Kennelijk hoefde je je niet uit te leveren aan een politiek programma om te weten wat je standpunt moest zijn.

Du Perron toonde zijn bedenkingen tegen elke ideologie, of die nu van rechts of van links kwam. Zijn belangrijkste motief voor die weerstand was zijn afkeer van wat hij `de wormmens' noemde. Al die intellectuelen die zich lieten programmeren door politieke leuzen waren in zijn ogen misvormden, fanatici die slechts geïnteresseerd waren in collectiviteiten en niet in mensen. Liefde voor de mensheid, zo schreef hij, `daar draait mijn maag van om'. Die liefde was door en door vals.

Alleen de authentieke mens die zich openstelt voor de verwarrende stroom van impressies, gevoelens en gedachten is te vertrouwen. Die mens probeert met behulp van zijn verstand, karakter en wil zijn eigen weg te vinden, dat wil zeggen zijn persoonlijkheid te ontwikkelen. Later ontdekte ik dat dit credo Du Perron niet alleen hielp de politieke chaos van de jaren dertig te beoordelen, maar dat het ook het thema is van zijn grote autobiografische roman, Het land van herkomst. Niet alleen dat boek, ook zijn brieven ben ik na de jaren zestig blijven herlezen. Weer dertig jaar later, in de jaren negentig, blijven ze een welkom medicijn, nu tegen de moraliserende formules van de politieke correctheid.

Menno ter Braak/E. du Perron: Briefwisseling 1930-1940 (1962) is verschenen bij Van Oorschot.