Wel of niet inslaan voor het millennium?

De burger hoeft zich geen zorgen te maken over de millenniumbug, stelt de overheid. Bedrijven hebben wel maatregelen getroffen.

Met een geruststellende reclamecampagne heeft de Nederlandse overheid bekendgemaakt dat het millenniumprobleem is opgelost. Voor de millenniumnacht staan weliswaar honderden of duizenden extra hulpverleners, bestuurders en alarmdiensten gereed, maar `zo zijn wij Nederlanders'. Dat heeft, suggereert de campagne, niets te maken met gevoelens van onzekerheid, voor de burger is er geen reden zich ongerust te maken. Het inslaan van drinkwater, brandstof, voedsel en contant geld is overbodig en zelfs ongewenst.

Talloze bedrijven en instituten hebben zich wèl op alle eventualiteiten voorbereid. Zij hebben water- en dieselvoorraden aangelegd, namen extra grondstoffen en reserve-onderdelen in huis en installeerden telefoonsystemen die onafhankelijk werken van de KPN. Zelfs staan boodschappers met fietsen en motorfietsen klaar. Op diverse plaatsen koppelen bedrijven zich op voorhand los van het elektriciteitsnet. Onbemande pompstations zijn bemand. Polderbesturen verlagen het polderpeil, luchtvaartmaatschappijen halen vliegtuigen terug. De overheid heeft begrip en waardering uitgesproken voor de maatregelen: eindelijk heeft het bedrijfsleven zijn noodplannen op orde. Niemand zal honen als de maatregelen uiteindelijk overbodig blijken.

Van de burger wordt geen speciale actie verwacht, hij moet geheel op de goede zorgen van de overheid vertrouwen. De kennelijke overweging was dat massaal hamsteren van contant geld, voedsel, brandstof en batterijen nú, in de laatste dagen van het jaar, meer onheil zou aanrichten dan de improvisaties die nodig zijn als stroom, gas en telefoon onverwachts wegvallen en de burger geheel onvoorbereid is. Een te vroege aansporing om geld, brandstof en voedsel in te slaan kan een gevaarlijk defaitisme oproepen, heeft de overheid waarschijnlijk eerder dit jaar gedacht.

De burger kreeg of krijgt nog – op de valreep – van zijn gemeente te horen waar hij zich in geval van brand en ander onheil kan melden als de telefoon het niet meer doet. Naar welke regionale radiozender hij moet luisteren als de stroom uitvalt en de tv dienst weigert. Dat hij het alarmnummer 112 uitsluitend mag draaien in `levensbedreigende situaties', dus niet als de kelder onderloopt of als de kat in de dakgoot zit. En daar bleef het zo'n beetje bij.

Onbekend is op welke straathoek de tankwagens met veilig drinkwater worden opgesteld als de druk op het leidingwater wegvalt. Waar men zijn faecaliën laat als de wc-spoeling of rioolbemaling niet meer werkt. Hoe, waar en aan wie de jodidetabletten worden gedistribueerd als een kerncentrale in Engeland radioactief gas moet gaan ventileren. (Kinderen tussen 4 en 12 lopen een groot risico, maar apotheken kunnen de tabletten niet leveren en de overheid kan ze met geen mogelijkheid op tijd op de juiste plaats krijgen.)

Kan de op zichzelf teruggeworpen burger op de laatste dag van het jaar nog verstandige maatregelen treffen? Ja, dat kan, al is het voor veel inmiddels te laat. De belangrijkste voorzorgsmaatregel is ongetwijfeld: niet deelnemen aan het soort mega-festiviteiten waar paniek uitbreekt als plotseling de stroom uitvalt. Gebruik rond de feitelijke jaarwisseling ook niet de lift en betreed niet als enige (zonder medeweten van anderen) gebouwen of ruimtes die zijn voorzien van een elektronische toegangsregeling. Wees, net als het bedrijfsleven, voorbereid op langdurige stroomuitval. In deze tijd van het jaar zijn er meestal kaarsen genoeg, zorg dat die, samen met lucifers of een aansteker, in het donker te vinden zijn. Ook een flinke zaklamp met gevulde batterijen moet binnen handbereik zijn. Zorg bovendien dat er een draagbare radio met volle batterijen klaar staat voor het beluisteren van de regionale zender die officieel is aangewezen als rampenzender.

Omdat de handhaving van openbare orde en veiligheid en de bijbehorende instructies een sterk lokaal karakter hebben kunnen de nationale zenders niet de taak van rampenzender vervullen.

Denk als de stroom uitvalt ook aan de koelkast en de diepvries, wegvallende ventilatie en de cv-pomp. Mocht de gasdruk wegvallen dan zullen heel oude of ouderwetse gastoestellen zich niet automatisch afsluiten. Het gasbedrijf kan de druk niet herstellen zonder dat per woning is vastgesteld dat alle apparatuur is afgesloten. Daarom zal een grote storing lang duren. Het wordt dan erg koud en het koken van voedsel is dagenlang onmogelijk, tenzij men op tijd een Campinggas-brandertje in huis haalde. Daarvoor is het nu bijna te laat.

Wie besluit een voorraad drinkwater aan te leggen – en dat kan nog – moet ervan uit gaan dat per persoon per dag zo'n 1,5 liter (een Spa-fles vol) vocht wordt opgenomen. Voor het gaarkoken van voedsel is per persoon per dag al gauw een liter extra nodig. Voor een gezin wordt een noodvoorraad drinkwater dus makkelijk 25 liter groot. Voor falende WC-spoeling of rioolbemaling is er alleen een stevige emmer als alternatief.

De banken zien niet graag dat op het laatste moment nog grote hoeveelheden contant geld (als reserve) worden opgenomen, hoewel uitdrukkelijk rekening is gehouden met die wens. Bedenk, als gelduitgifte-automaten falen of leeg zijn, dat er op heel veel plaatsen zonder contant geld is te betalen: met de pinpas, de chipknip, de creditcard of de betaalkaart. Wie bij een geldautomaat van de Rabo-bank geld opneemt van zijn Postbank-rekening (of andersom) gebruikt langere computerlijnen dan als hij de automaat had gebruikt van de bank die ook zijn rekening beheert. Die kennis kan te pas komen.

Besluit men alsnog een kleine voorraad houdbaar voedsel aan te leggen, bedenk dan dat een groot deel daarvan verteerbaar moet zijn zonder voorafgaande verhitting. Kies dus biscuit, beschuit, chocoladerepen, harde worst, kaas, etc. Daarnaast is voedsel dat maar heel weinig verhit hoeft te worden en geen extra water nodig heeft een goede keus: dus blikken soep en bonen en dergelijke. Denk ook aan poes en hond.

Het kan informatief zijn, via CNN of BBC of de speciale website van de Verenigde Naties (www.iy2kcc.org) de ontwikkeling van de gebeurtenissen in Nieuw Zeeland, Australië en Japan te volgen. Wellington gaat om 12 uur 's middags Nederlandse tijd het jaar 2000 binnen, Canberra en Sydney om twee uur, Tokio om vier uur. Gaat het daar goed, dan gaat het hier waarschijnlijk ook goed. Juich niet te vroeg als de ochtend van 1 januari 2000 zonder kleerscheuren is gehaald. De millenniumnacht is niet het hoogtepunt van mogelijke millenniumproblemen, maar het begin ervan.