Visserij

`Het gaat goed met de visserij. Waarom inkrimpen', vraagt de visserijsector zich af (NRC Handelsblad, 10 december). Het antwoord daarop is: het gaat wel goed met de visserij, maar een stuk minder met de Noordzee en de vis die daar nog in zwemt.

Terwijl de nationale politiek wekenlang wakker lag over de effecten van gaswinning op het ecosysteem van de Waddenzee, realiseren weinigen zich dat de Noordzee een minstens zo uniek ecosysteem is. Een van de oorzaken is dat de meeste zeenatuur zich onder de golven bevindt. Of liever gezegd: bevond. Want helaas is de diversiteit en verspreiding van soorten in de Noordzee de afgelopen decennia sterk afgenomen.

Enerzijds is er het effect van de hoge visserijdruk, waardoor visbestanden afgenomen zijn tot beneden een niveau dat biologisch veilig wordt geacht. Anderzijds zijn er de effecten van de boomkornetten. Deze ploegen op een desastreuze manier door de zeebodem. Daarnaast brengt deze vismethode erg veel bijvangst met zich mee. Voor elke kilo tong die aan land worden gebracht, wordt negen kilo vis en vier kilo andere bodemdieren teruggegooid. Wegens deze problemen heeft Europa besloten dat, naast de quotaregeling, ook de visserijcapaciteit beperkt moet worden. De Nederlandse vissers voldoen niet aan de reductiedoelstelling en lopen daardoor miljoenen subsidie mis.

Oplossingen zijn te vinden in het vervangen van de boomkorkotters door schepen met milieuvriendelijkere visserijmethoden zoals twinrig en snurrevaad. Deze methoden hebben een dubbeldoelstelling: de visserijtechnieken zijn selectiever, minder bodemverstorend én vergen minder motorvermogen. Daarmee zou Nederland kunnen voldoen aan de Europese reductiedoelstelling. Door het fiscaal stimuleren van milieuvriendelijkere technieken, een verbod op nieuwbouw van boomkorkotters zou de overheid het voor de Nederlandse kottervissers makkelijker kunnen maken om anders te gaan vissen. Misschien dat dan alsnog subsidie uit Brussel komt.