`Tsjetsjenen pleegden bloedbad zelf'

De burgers die begin deze maand in de Tsjetsjeense plaats Alchan-Joert zijn vermoord, zijn ,,waarschijnlijk'' het slachtoffer geworden van Tsjetsjeense strijders, die met de moorden het Russische leger in diskrediet wilden brengen. Dat is volgens het Russische persbureau Interfax de conclusie van een onderzoek van de Russische justitie.

In het rapport wordt het Russische leger vrijgepleit van elke schuld. Volgens de conclusies werden in Alchan-Joert op 8 en 9 december dorpelingen vermoord lang nadat Russische troepen, die het dorp eind november innamen, het alweer hadden verlaten. ,,Er zijn steeds meer aanwijzingen die de versie bevestigen dat de moord op de bewoners een provocatie is van [Tsjetsjeense] strijders, die de federale strijdkrachten in diskrediet wilden brengen'', aldus het Russische parket. De eerste details van het bloedbad in Alchan-Joert werden onlangs gegeven door Malik Saidoellajev, leider van een pro-Russische Tsjetsjeense militie. Volgens hem hadden Russische soldaten 41 burgers vermoord en hun woningen geplunderd, tot en met de met bloed bespatte fotoalbums van de inwoners. Zijn uitlatingen werden later bevestigd door een verslaggever van de BBC en door de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch, op basis van gesprekken met overlevenden.

Gisteren publiceerde Human Rights Watch haar verslag. De organisatie sprak met ruim twintig dorpelingen, wier verklaringen met elkaar overeenkomen en duidelijk maken dat tussen 1 en 9 december Russische soldaten zeker zeventien met naam en adres bekende dorpelingen hebben vermoord, in meerderheid bejaarden. Sommigen werden doodgeschoten, anderen stierven door handgranaten die in hun kelders werden gegooid. In een geval was het slachtoffer onthoofd.