Nieuwe rijken Vietnam zijn de partij tot steun

Net als in China houdt de partij in Vietnam krampachtig vast aan haar alleenheerschappij. Juist de opkomst van `nieuwe rijken' houdt de communistische elite in het zadel.

Toen Le Kah Phieu twee jaar geleden secretaris werd van de Communistische Partij van Vietnam zweeg hij aanvankelijk. Maar na enkele maanden begon de oud-generaal, die de communistische ideoloog van het leger was geweest, te waarschuwen voor interne en externe vijanden. Die zouden onrust willen stoken op een moment dat de Vietnamese economie stagneerde en buitenlandse investeringen sterk terugliepen. In enkele provincies kreeg het leger opdracht demonstranten op te pakken die protesteerden tegen corruptie van lokale machthebbers.

Afgelopen augustus, op het achtste plenum van het Centraal Comité, kwam Phieu volledig op stoom. ,,Geen enkele vorm van het delen van de politieke macht zal ooit worden getolereerd'', sprak de oud-generaal. ,,Het Vietnamese volk heeft maar één verlangen en dat is de koers van nationale onafhankelijkheid en socialisme bestendigen. En datzelfde volk begrijpt maar al te goed dat dat doel alleen kan worden bereikt onder het leiderschap van de Communistische Partij van Vietnam.''

De partij, zo blijkt uit de woorden van Phieu, is vastbesloten de teugels weer aan te halen na de hervormingen die het afgelopen decennium mondjesmaat werden doorgevoerd. In 1986 begon doi moi, het economische vernieuwingsproces waarbij Vietnam zich enigszins openstelde voor buitenlandse investeerders. Weliswaar ging die open-deur politiek gepaard met veel bureaucratische tegenwerking en corruptie, maar Vietnam raakte uit zijn geïsoleerde positie. Het trad twee jaar geleden toe tot ASEAN, de alliantie van Zuidoost-Aziatische staten.

Maar de Vietnamese openheid kent haar grenzen. De politieke leiding van het land maakt zich toenemende zorgen de greep op de bevolking, en met name op de jongere generatie, te verliezen. Vooral op het platteland groeit onvrede over corruptie en mismanagement door de overheid. Onvrede die onder andere werd verwoord door generaal Tran Do, een voormalig lid van het Centraal Comité van de partij, toen hij zich openlijk afvroeg of de partij wel een toekomstvisie had, en zo ja, welke. Do viel prompt in ongenade en kreeg huisarrest opgelegd.

Dat de partij zich ondanks het groeiend onbehagen nog steeds handhaaft, komt doordat zij paradoxaal genoeg steunt op een elite van `nieuwe rijken'. Die bestaat uit een paar duizend burgers, zoals succesvolle ondernemers voor Vietnamese of Vietnamees-buitenlandse bedrijven werkzaam, advocaten, financiële experts en lokale of provinciale partijfunctionarissen die vaak participeren in bedrijven en dienstverlening, en die profiteren van de economische groei die pas recentelijk is teruggevallen van negen naar vier procent per jaar. Zij allen hebben belang bij het onderhouden van nauwe banden met het partijkader om hun comfortabele positie veilig te stellen.

Net als China verstoort Vietnam `de ijdele hoop van het Westen' dat het snel opkomen van een middenklasse vanzelf zal leiden tot politieke pluriformiteit, analyseerde onlangs Vietnam-kenner John Kleinen, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Juist de opkomst van die `nieuwe rijken' betekent geen doorbraak voor een maatschappelijk middenveld maar versterkt in China en Vietnam de één-partijstaat en houdt haar in stand. De `nieuwe rijken' schragen het communistische regime, en zolang die situatie wordt bestendigd blijven echte politieke hervormingen uit en ontstaan geen mogelijkheden voor de opkomst van een brede middenklasse.

De vraag is echter hoe lang het oude partijkader dat nog stevig op het pluche zit zich kan blijven handhaven. Het argument `Wij hebben de oorlog tegen de Amerikanen gewonnen' spreekt jongere generatie steeds minder aan. Om te laten zien dat zij niet blind is voor de misstanden, heeft de partij onlangs een grootscheepse campagne afgekondigd om kritiek en zelfkritiek te leveren op de regering. Die campagne moet een ieder duidelijk maken, zo is de opzet, dat de partij wel degelijk in staat is zichzelf te zuiveren. Want zoals Ta Xuan Dai, de onderdirecteur van het organisatiebureau van de Communistische Partij het omschreef: ,,Corruptie, verkwisting, bureaucratie en de gewoonten om mensen te kwellen en te tiranniseren zijn op bepaalde plekken alleen maar toegenomen, hetgeen grote publieke verontwaardiging oproept en het vertrouwen van de burgers in de partij en de staat doet afnemen.''

De zelfgekozen opdracht van partijsecretaris Phieu is ,,een nieuwe generatie revolutionairen'' klaar te stomen, ,,zodat in de éénentwintigste eeuw de nationale onafhankelijkheid ferm wordt verdedigd en het socialisme verder wordt uitgebouwd, bestendigd en geperfectioneerd.''

Maar dat zal hem niet gemakkelijk vallen. De partij, met 2,3 miljoen leden op een totale bevolking van 79 miljoen, is sterk ondervertegenwoordigd in de leeftijdgroep tot dertig jaar (zestig procent van de bevolking) en dreigt dus de aansluiting met de jongeren te verliezen. Ook constateert de partijleiding dat vooral ambtenaren en functionarissen met een goede opleiding lid zijn en dat veel arbeiders buiten de partij staan. Vandaar dat partijleden hun best doen om te ronselen. Dat gebeurt ondermeer door quizzen te organiseren waarbij deelnemers niet alleen prijzen kunnen winnen maar ook ,,hun kennis over de partij kunnen aanscherpen, en leren mensen op te voeden in socialisme en vaderlandsliefde.''

Maar met echte vernieuwing heeft dat allemaal weinig van doen. De Australische econoom Adam Fforde voorspelt dat het huidige triumviraat van premier Phan Van Kai, president Tran Duc Long en partijsecretaris Phieu voorlopig ,,door zal modderen'' zonder in staat te zijn tot echte vernieuwingen. ,,Ik zie niemand met voldoende politieke capaciteiten op hoog niveau die zich weet los te maken en orde op zaken kan stellen. Er staat bij de autoriteiten domweg teveel zakelijk eigenbelang op het spel.''