Mijn missers van 1999

aar aanleiding van de opmerking van koningin Beatrix over de kwaliteit van de pers schreef Frénk van der Linden op de opiniepagina dat David Broder, de politieke columnist van The Washington Post, aan het einde van het jaar altijd een column schrijft waarin hij zijn fouten van het afgelopen jaar onder de loep neemt. Van der Linden concludeerde: `de Nederlandse Broder moet anno 1999 nog opstaan'.

Dat is een uitdaging. Ik heb in het elektronische archief (www.nrc.nl) mijn columns van dit jaar nog eens doorgelezen. Plus wat stukken die onder naam zijn verschenen in het economiekatern.

Mijn misser van het jaar was de verwachting (Internationale Zaken, 16 januari) dat de dollar in koers zou dalen ten opzichte van de euro. Daarvan is niets terechtgekomen. De euro is gezakt van 1,18 dollar bij de introductie tot pariteit. Ook al is het voor een groot muntblok zoals euroland niet zo vreselijk belangrijk wat de externe wisselkoers doet, het was zeker niet de bedoeling van de Europese leiders toen ze akkoord gingen met de EMU. De euro zou een harde munt worden en één van de criteria om de hardheid te meten is de wisselkoers ten opzichte van de dollar.

Waarom verliep het anders? Mijn verwachting was gebaseerd op de veronderstelling dat de munt van een gebied met een structureel overschot op de betalingsbalans op den duur in koers stijgt. Omgekeerd leidt een chronisch tekort op de betalingsbalans tot verzwakking van een munt. Zo ging het in het verleden (dit was de reden voor de loslating van de vaste wisselkoers van de dollar in 1971), maar was het tegenwoordig maar zo simpel. De groei van de Amerikaanse economie en de aantrekkingskracht van Wall Street joegen de dollar omhoog terwijl de opeenstapeling van politieke gaffes in de EU, met name Duitsland, de euro ondermijnden. De verzwakking van de euro heeft geholpen om de groei aan te zwengelen, maar de EU vertoont domweg minder dynamiek dan de VS. Dat weerspiegelt zich in de koers.

Die dynamiek heeft alles te maken met het verschijnsel van de `nieuwe economie'. Die kwam in deze rubriek voor het eerst aan de orde op 26 augustus. De term nieuwe economie, overgewaaid uit de Verenigde Staten, houdt in dat dankzij de verworvenheden van de ICT (informatie- en communicatietechnologie) de productiviteit toeneemt zodat de economie groeit, de werkloosheid daalt en de inflatie laag blijft. Het belooft het einde van de economische cycli van hoog- en laagconjunctuur. Daarna begon een politieke discussie over de vraag wat dit economische luilekkerland voor Nederland betekent. Thom de Graaf, de leider van D66, begon erover, maar hij werd afgedroogd door minister Jorritsma (toen nog gesouffleerd door haar secretaris-generaal Van Wijnbergen). Van De Graaf is sindsdien over dit onderwerp jammer genoeg niets meer vernomen.

In de eerste column van dit jaar, `1999', voorspelde ik dat de grenzen in Europa herontdekt zouden worden. Dat had ik toch verkeerd ingeschat. De EU heeft zich (op de top in Helsinki) gestort in een onzeker avontuur om met dertien landen over toelating te onderhandelen. Dat kan nooit goed gaan.

Bij twee thema's die met afbakening te maken hebben – drugs en asielzoekers – heb ik me vergist: het is nóg erger dan ik schreef. Wat de asielzoekers betreft lopen de toelating en opvang nog steeds uit de hand. De nieuwe Vreemdelingenwet is zijn gang door de instituties begonnen, maar ondertussen houdt de stroom aan. Vluchtelingen uit Azerbajdzjan worden toegelaten omdat er onvoldoende tolken azeri zijn, het aantal alleenstaande minderjarige asielzoekers groeit alsof het vanzelfsprekend is en er gaapt een kloof tussen de vluchtelingenstatus en de volksverhuizing die plaatsvindt. Mijn hoopvolle vaststelling (21 oktober) dat tijdens de EU-top van Tampere was afgesproken om eind volgend jaar tot een Europese asielprocedure te komen was fout. Er is afgesproken hiernaar een studie te verrichten.

Nederland zadelt zichzelf in hoog tempo op met de etnische, religieuze en culturele diversiteit van de wereld, waarover nauwelijks wordt nagedacht wat dit op termijn betekent. Over enkele jaren is één op de zes Nederlanders van buitenlandse afkomst. Je hoeft geen socioloog te zijn om te voorspellen dat dit tot problemen zal leiden. Ik noem maar wat: gezinsherenigingen, onderwijsuitval, sociale onthechting, vormen van fundamentalistisch radicalisme.

Over het drugsvraagstuk schreef ik naar aanleiding van een artikel in het Amerikaanse blad Foreign Affairs, waarin de vloer werd aangeveegd met de folklore van het nationale gedoogbeleid. Dit kreeg een curieus vervolg. Joris Vos, de Nederlandse ambassadeur in Washington, schreef een ingezonden brief naar Foreign Affairs die geplaatst werd in het november/decembernummer. Hij betoogde dat er indrukwekkende resultaten met het Nederlandse beleid zijn behaald. Ook professor Peter Cohen, voorstander van vrijlating van softdrugs, kreeg ruimte om te bestrijden dat Nederland de drugshoofdstad van Europa is.

De auteur van het FA-artikel, Larry Collins, maakt in een nawoord gehakt van de reacties van Vos en Cohen. Ze laten de kern van zijn betoog onweersproken: het hallucinogene gehalte van de `nederwiet' is dramatisch toegenomen (inmiddels wordt dit schoorvoetend in Nederland erkend), jeugdmisdaad houdt verband met drugsgebruik en Nederland is een leidende exporteur van drugszaden en synthetische drugs zoals xtc. Krantenberichten getuigen dagelijks van het gelijk van de Amerikaan. De drugsindustrie is een bedrijfstak met een miljardenomzet waarvan bewindslieden binnenskamers erkennen dat ze er geen greep op hebben en dat de inkomsten zich goeddeels aan belastingheffing onttrekken. Kijk, dat deugt dus niet.

Genoeg teruggeblikt voor 1999. Op naar de nieuwe eeuw.

Gelukkig 2000.

rjanssen@nrc.nl