Ik kan... autowassen

Er zijn nog steeds mensen die zelf hun auto wassen, al wordt hun aantal geleidelijk minder. Leaserijders, luien en flatbewoners rijden hun auto liever de wasstraat in. Daar komt tegenwoordig bij dat de wasstraat milieuvriendelijk zou zijn – het water wordt hergebruikt, wat goed is voor het grondwaterpeil. Het argument is op zichzelf juist, maar heeft weinig kracht als het wordt uitgesproken door iemand die zich dagelijks vijf minuten douchet. Bovendien is er geen watertekort in West-Nederland, waar het drinkwater uit oppervlaktewater wordt bereid.

Waarom zou je je auto wassen? Een veelgehoorde reden is: omdat hij vies is, zo vies dat je er bij het instappen zelf vuil van wordt. Een andere reden is dat een vieze auto sneller roest. Vooral 's winters als er met zout gestrooid is, heeft het zin om de auto te wassen. De meeste mensen wassen hun auto echter om heel andere redenen: omdat hij er schoon mooier uitziet, omdat het mooi weer is en je zo de buren nog eens spreekt, of omdat het zaterdag is.

Het grote nadeel van de wasstraat is dat de auto vuil blijft waar het er juist op aankomt: de buitenspiegels en het plaatwerk achter de portieren. Vooral op die verscholen plekken wil beginnende roest nog wel eens toeslaan, waarschijnlijk omdat zout en vuil daar niet door regenwater worden weggespoeld. Belangrijk is om tijdens het wassen goed te kijken naar beginnende roest om passende maatregelen te kunnen nemen. Voor bezitters van oude auto's is die inspectie het belangrijkste nut van autowassen.

Wie een hekel heeft aan emmer en spons, komt al gauw in de verleiding om een hogedrukspuit aan te schaffen. Maar de hogedrukspuit blijkt opvallend ineffectief voor het schoonmaken van de auto. De wieldoppen, dat gaat nog wel, maar voor het lakwerk is de straal te krachtig of juist niet krachtig genoeg. Met een hogedrukspuit spuit je vaak rubber strips kapot of spuit je dwars door afdichtingsrubbers van de portieren heen, zodat het interieur nat wordt. Weersta zeker de verleiding om het motorblok eens af te spuiten met een hogedrukspuit. De afdichtingen van veel onderdelen zijn wel spatwaterdicht, maar zijn niet bestand tegen de straal van de hogedrukspuit.

Bij hogedrukspuiten zijn vaak speciale hulpstukken verkrijgbaar voor autowassen, zoals roterende borstels, waarmee de auto wel goed gewassen kan worden. Maar het blijft een hoop werk: de hogedrukspuit tevoorschijn halen, het verlengsnoer uitrollen, de tuinslang aansluiten, alle onderdelen in elkaar klikken – en na afloop alles weer opruimen. Vergeet vooral niet een regenpak aan te trekken.

Nog wel redelijk te doen is de auto schoonmaken met een tuinslang en een borstel. Nadeel is het hoge watergebruik en het feit dat de verscholen plekken achter de portieren toch met een emmer en spons gedaan moeten worden. Borstels met interne zeepstaafjes zijn in de praktijk onhandig. 's Winters, als het drinkwater koud is, lost het zeepstaafje nauwelijks op, 's zomers lost het veel te snel op. En veel meer dan wat schuimen, doet zo'n staafje niet.

Het klassieke middel om de auto te wassen blijft de emmer met spons. Wat is de beste techniek om daarmee de auto schoon te maken? Dat hangt voor een groot deel van het weer af. Het gemakkelijkst was je de auto na afloop van een regenbui. Het vuil is dan gedeeltelijk weggespoeld of in ieder geval ingeweekt. Om dezelfde reden kun je beter 's ochtends de auto wassen, als de dauw nog op de auto ligt.

Om niet te veel water te gebruiken, moet het waswater zo lang mogelijk schoon blijven. Begin daarom altijd met de binnenzijde van de auto: de voorruit, de achterruit en het dashboard. De rest van de binnenkant kan wel met de stofzuiger – liefst vooraf.

Nu de buitenkant. Bij kleine mensen loopt bij het omhoogreiken altijd een hinderlijk straaltje water de mouw in. Stroop de mouwen op of gebruik een rubber huishoudhandschoen. Op de horizontale vlakken van de auto (dak en motorkap) ligt altijd veel scherp stof. Spoel dit er met een lichtdrukkende spons en ruim water af, voor het eigenlijke wassen begint.

Voor deze eigenlijke wasbeurt is een wasmiddel nodig. Wat voor middel gebruikt wordt, is niet zo interessant. Gewoon vaatwasmiddel helpt ook al heel aardig, al schuimt het meestal hinderlijk. Gemakkelijker zijn de middelen met `vloeibare was'. Het effect is alleen optisch, bescherming bieden dergelijke middelen niet. Tip: lees de gebruiksaanwijzing. Meestal moet het schuim afgezeemd worden. Vergeet de ruimte achter de portieren niet.