`Het is de politieke wil niet, het is de malaria'

Terwijl welvaart en vermogen in de industrielanden sterk groeien, zakken de armste landen verder weg. De verdeling van technologische kennis is zelfs nog schever dan die van de welvaart. Tijd voor een nieuw Noord-Zuid debat, vindt Harvard-econoom Jeffrey Sachs. Niet de kille macro-economische lijn van het IMF, maar zaken als gezondheid, onderwijs en landbouw zouden daarbij de leidraad moeten zijn.

De New York Times riep hem begin jaren negentig uit tot `de beste econoom ter wereld'. Het was de tijd dat Harvard-hoogleraar Jeffrey Sachs (46) te boek stond als wonderdokter voor probleem-economieën: de Russische Federatie, Polen, Bolivia: een klein dozijn landen maakte van de adviezen van Sachs gebruik. Na zich jarenlang te hebben toegelegd op de vraag hoe economische hervormingen door te voeren, heeft Sachs zijn aandacht verlegd naar noord-Zuidverhoudingen en het bestrijden van het armoedevraagstuk.

Zeker nu vorige maand de conferentie van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in Seattle, die het startschot had moeten zijn voor een nieuwe `ronde' van handelsbesprekingen om de wereldhandel verder te liberaliseren, stukliep, staan de verhoudingen tussen Noord en Zuid hoger op de agenda.

Het mislukken van Seattle noemt Sachs – in Nederland op bezoek bij het ministerie van Buitenlandse Zaken – ,,een kleine ramp. De wereldgemeenschap kon het zelfs niet eens worden over de discussie zelf. Maar het is geen calamiteit, het wereldhandelssysteem zal er niet door bezwijken. De top in Seattle was slecht voorbereid door de Verenigde Staten, en slecht geleid.'' Wel zijn de verhoudingen tussen Noord en Zuid - waarin handelsvraagstukken een majeure rol spelen - er sterker door in de aandacht gekomen. Dat werd tijd ook, volgens Sachs. ,,Terwijl in de rijke landen de grootste vermogenswinsten ooit worden behaald, maken de armste landen absolute dalingen van welvaart door. In de VS was daar tot nu toe weinig aandacht voor. De Amerikanen zijn erg gefixeerd op hun eigen welvaart.''

De achterstand van de arme landen loopt volgens Sachs op. ,,Het is niet zo dat wij in het Westen groeien ten koste van de arme landen. maar de rijke landen ervaren op dit moment wel een groei die gebaseerd is op een voorsprong die zichzelf versterkt.'' Met name in onderzoek en ontwikkeling valt dat op. De verdeling van welvaart is al scheef, maar de verdeling van technologische kennis tussen Noord en Zuid is nog veel schever. Niet alleen staat de wetenschap in de arme landen al op een veel lager peil, zij moet het ooki nog eens doen met oneindig lagere budgetten.

Sachs wijst er ook op dat het talent dat in arme landen opkomt, meestal eindigt op een positie aan Westerse universiteiten en onderzoeksinstituten. En Westerse patenten maken het onmogelijk om de achterstand in te halen. ,,Juist op het vlak van intellectueel eigendom weigerden de VS in Seattle vooraf ook maar enige concessie te doen, terwijl ontwikkelingslanden wel werden geacht toe te geven aan eisen op het gebied van milieuvriendelijke productie en arbeidsomstandigheden.''

Als voorbeeld noemt Sachs de malariabestrijding. Malaria is volgens hem een van de grootste veroorzakers van economische achterstand. Maar door de geringe koopkracht van de bevolking die een vaccin nodig heeft, is het commercieel niet lucratief voor Westerse ondernemingen om zo'n vaccin verder te ontwikkelen. En dus komt het er niet.

De agenda om het groeiende gat tussen Noord en Zuid aan te pakken, behelst volgens Sachs vooral een andere aanpak door internationale organisaties. Net als de Amerikaanse minister van Financiën Summers eerder deze maand, pleit Sachs voor forse hervormingen van de taken van de Wereldbank en het Internationale Monetaire Fonds. ,,De programma's zoals ze totnutoe in de armste landen zijn uitgevoerd, waren misplaatst. De meeste landen die aan het financiële infuus zijn gelegd, zijn er op achteruit gegaan.''

Sachs schetst drie aspecten waar de hervormingen uit zouden moeten bestaan: de inhoud, de organisatie en de financiering. De inhoud is te lang gedomineerd door wat de `Washington consensus' wordt genoemd: het idee dat liberalisering van de economie en `good government' vanzelf leiden tot economische ontwikkeling, en als zodanig ook moeten worden gepropageerd en desnoods afgedwongen. Lukt dat niet, dan is er kennelijk sprake van een gebrek aan politieke wil in het falende ontwikkelingsland. Sachs denkt daar anders over. Het is een gebrek aan kennis, en aan mobilisatie van die kennis, die een belangrijke rol speelt bij onderontwikkeling. En ziekten, een gebrekkige gezondheidszorg en een lage productiviteit van de landbouwsector. ,,Het gaat niet om de politieke wil, het gaat om malaria. Wat zorgwekkend is, is dat aan deze problemen weinig tot niets wordt gedaan.''

Het oplossen van deze problemen betekent een andere organisatie van internationale instellingen die ze zouden kunnen aanpakken. En dat is niet het Internationale Monetaire Fonds. ,,Het IMF heeft op dit moment de leiding, maar is helemaal niet bedoeld als een ontwikkelingsorganisatie. Het is een monetair instituut, en zou zich daarbij moeten houden.''

De Wereldbank is volgens Sachs in een staat van verwarring, waarbij `alles belangrijk wordt gevonden'. ,,Daar is een drastische herstructurering nodig. De Wereldbank zou moeten stoppen met het financieren van landen die ook op de internationale kapitaalmarkt terecht kunnen, en zich juist meer moeten concentreren op de allerarmste landen.''

Sachs pleit daarom voor het verleggen van het accent van internationale hulpverlening naar het bevorderen van wat hij ,,het internationale publieke goed'' noemt: onderzoek, wetenschap, gezondheidszorg, landbouwontwikkeling. ,,De gespecialiseerde organisaties van de Verenigde Naties, zoals de UNDP (de ontwikkelingsorganisatie van de VN), de Wereldgezondheidsorganisatie en de voedsel- en landbouworganisatie FAO hebben daar een veel belangrijker rol bij te spelen dan nu. Maar juist deze organisaties kampen met te weinig budget.''

Meer en betere financiering van de gespecialiseerde VN-organisaties is volgens Sachs nodig. En wat dat betreft is de beslissing van het Amerikaanse Congres vorige maand om een deel van de achterstallige contributie aan de VN in te lopen, positief. Maar Sachs is sceptisch over het plan voor schuldkwijtschelding voor de allerarmste landen dat tijdens de laatste jaarvergadering van het IMF werd aangekondigd. In plaats van de vrijwel volledige sanering van de schulden gaat het volgens Sachs maar om een kwijtschelding van tussen de 50 en 60 procent. ,,Kijk ook eens achter de retoriek, er zit veel boekhoudkunde bij. De allerarmste landen blijven zitten met 40 tot 50 procent onbetaalbare schuld, en de lijst van landen die in aanmerking komen is niet groot genoeg.''

Is het dan niet positief van het IMF dat het het inititiatief overnam om tot kwijtschelding over te gaan? Ja, vindt Sachs, maar het is ook een kwestie van public relations. Nu armoedebestrijding naar boven schuift op de internationale agenda, en het IMF niet zonder kritiek uit de Azië-crisis te voorschijn is gekomen, haakt het Fonds aan bij de jongste trend. ,,Het IMF,'' zegt Sachs met een lachje, ,,ziet natuurlijk ook wel uit welke hoek de wind begint te waaien.''