Grozny en daarna

VOLGENS PRESIDENT Jeltsin verloopt de militaire campagne in de Kaukasus `foutloos'. In de ogen van de gewone soldaten en lagere officieren ter plaatse ontwikkelt de oorlog om Tsjetsjenië zich in moordend traag tempo. Wie heeft gelijk? Wegens gebrek aan betrouwbare informatie is daarop geen sluitend antwoord te geven. Maar wie tussen de regels van de federale dagorders doorleest, neigt ertoe het optimisme van Moskou met een korrel zout te nemen. Nagenoeg elke dag wordt de `bevrijding van Tsjetsjenië' uitgesteld. Officieel omdat de Russische strijdkrachten alle tijd hebben en geen onnodige verliezen in eigen gelederen willen lijden. Officieus omdat de Tsjetsjeense rebellen zich goed hebben voorbereid op de grondoorlog, die onvermijdelijk op de massale bombardementen moest volgen. Vanuit de lucht leek de antiterroristische operatie overzichtelijk, in de ten dele verwoeste dorpen en steden loert nu achter elke boom gevaar. Het is dan ook geen toeval dat de eerste haarscheurtjes in het tot nu toe gesloten ideologische front zichtbaar worden. Terwijl in Moskou het enthousiaste optimisme nog ongebroken lijkt, beginnen de deelnemers ter plaatse voorzichtig kritiek te uiten.

STRIKT MILITAIR gesproken zou de oorlog voor Rusland geen probleem mogen zijn. De kwalitatieve en kwantitatieve overmacht van de federale troepen is overweldigend. Maar zo simpel is het in de Kaukasus wederom niet. Hoewel de randvoorwaarden in deze oorlog gunstiger zijn dan in de vorige – bijvoorbeeld omdat lokale krijgsheren veel krediet bij hun volksgenoten hebben verspeeld – is Moskou niet in staat om gewapend optreden gepaard te laten gaan met geloofwaardige politieke actie. Van adequate hulp voor de honderdduizenden vluchtelingen is al vanaf het begin geen sprake. De `wederopbouw van de bevrijde gebieden' heeft zich tot nu toe beperkt tot het omdraaien van de lichtknop. En als klap op de vuurpijl blijkt Moskou opnieuw zijn kaarten te zetten op de burgemeesters in oorlogstijd die ook in 1994 van stal werden gehaald om zijn pretenties in Tsjetsjenië te legitimeren. Dat de voormalige en corrupte stadsbestuurder van Grozny onlangs uit een gevangenis is vrijgelaten om eigen etnische stoottroepen aan te voeren, spreekt boekdelen. Als de federale troepen er in slagen Tsjetsjenië onder controle te krijgen, beginnen de problemen pas echt. Oorlog voeren is duur – al wil de regering dat nu niet beseffen, blij als ze is met de hoge olieprijs – pacificeren is nog duurder. Niet alleen qua directe kosten, maar ook indirect omdat Rusland hunkert naar revanche en waardigheid en dus niet openstaat voor complexe oplossingen.

RUSLAND WIL de oorlog in Tsjetsjenië en zal hem zelf op een of andere manier beëindigen. De gevolgen daarvan kunnen nauwelijks onderschat worden. Of aan het einde de overwinning gloort of het moeras opdoemt, de intern verdeelde krijgsmacht zal een rekening presenteren. Het politieke klimaat zal daardoor niet onberoerd blijven, zoals gebruikelijk conform een stap voorwaarts - twee stappen achterwaarts of omgekeerd. De bakens worden niettemin nu reeds verzet. Na al die hervormingen op quasi-Westerse leest is de kredietwaardigheid van de liberaal-democratische boodschap er minimaal geworden.