Engelsche ziekte in de cricketcompetitie

Waar zijn ze gebleven, de clubs die in een periode van deze eeuw in hun tak van sport de beste van Neder- land waren, maar nu uit beeld zijn verdwenen? Een serie over vergeten vereni- gingen. In aflevering 3 de cricketers van Prisoners Of War (POW).

Uit het cricket komt de meest curieuze landskampioen die de Nederlandse sport ooit heeft gehad. In 1918 werd de titel gewonnen door een ploeg Engelsen, die tijdens de Eerste Wereldoorlog in het neutrale Nederland waren geïnterneerd en onder de naam `Prisoners Of War' (POW) aan de competitie meededen. Hun eerste plaats konden ze een jaar later niet verdedigen omdat de oorlog toen ten einde was en ze naar huis waren vertrokken. Statistisch gezien heeft er dus nooit een succesvollere club bestaan.

Veel kan er over de kampioenen van 1918 niet worden verteld. Zelfs hun voornamen waren en zijn niet bekend. Ze werden in de statistieken met hun militaire rang aangeduid. Van één van hen, McBryan, hoorde men later nog wel. Hij werd aanvoerder van de gerenommeerde countyploeg Somerset. McBryan bewees in 1918 in Nederland al een uitstekende cricketer te zijn door met een totaal van 877 runs topscorer van de competitie te worden.

De krijgsgevangenen zorgden voor een flinke verbetering van het niveau van de Nederlandse competitie. Engeland is de bakermat van deze tak van sport. ,,We mogen de Engelschen wel dankbaar zijn voor de lessen, die wel zoo goed waren ons Hollanders te geven'', stond er aan het einde van de competitie van 1918 in Het Sportblad, dat onder meer gold als officieel orgaan van de Nederlandse Cricket Bond (NCB).

De moord op aartshertog Frans Ferdinand en zijn vrouw, op 28 juni 1914 in Sarajevo, betekende het begin van de Eerste Wereldoorlog. Twee jaar later leden de Engelse troepen een zware nederlaag bij het Belgische Zeebrugge en kwamen de verslagen Britse militairen met duizenden naar het neutrale Nederland. Daar werden ze geïnterneerd. Ze werden gehuisvest in Den Haag en Groningen. De fanatieke cricketer W.H.R. van Manen legde het eerste contact met de Engelsen en bracht met een elftal een bezoek aan de Britten. Dat resulteerde erin dat veel Britten bij Nederlandse clubs gingen spelen.

Kapitein Gaye was bij Rood en Wit waarschijnlijk de beste van allemaal. Hij was volgens het gedenkboek (1881-1931) van de Haarlemse club met het bat ,,een artiest van het zuiverste water'' en ,,moedig als een bull-dog''. Ook nadat de Engelsen hun eigen ploeg kregen, bleef Gaye bij Rood en Wit spelen.

Het bestuur van de cricketbond kreeg voor het seizoen 1918 het verzoek van de geïnterneerden om met vier elftallen in de Nederlandse competitie te mogen spelen, twee in de eerste klasse en twee in de zuidelijke tweede klasse. Dat werden uiteindelijk drie teams, POW A en POW B in de hoogste divisie, en POW 2 één niveau lager. Officeel luidde de naam van de nieuwe club `Prisoners of War interned in Holland', afgekort POW. De Engelsen kregen een eigen veld, de homeground, toegewezen in de duinen van Scheveningen.

Een probleem was dat wedstrijden van de Engelse ploegen later dan het gebruikelijke tijdstip van de competitiewedstrijden in Nederland begonnen, omdat de spelers eerst naar de kerk moesten. ,,Daardoor worden de tegenstanders gedwongen in Den Haag te eten, wat tegenwoordig een kostbare liefhebberij is'', aldus Het Sportblad. Het was in die tijd niet de enige stekelige opmerking. Ook de aanwezigheid van een muziekkorps van Engelse gedetineerden langs het veld werd niet erg op prijs gesteld. ,,Wat nu niet een geschikte afleiding bij een cricketwedstrijd is.''

De eerste, zeer overtuigende zege van de Prisoners of War op het sterke Rood en Wit maakte meteen veel indruk. De Engelsen kwamen tot de prachtige score van 550 voor 7 en daar bleven de tegenstanders in twee innings ver van verwijderd. ,,Er zullen nog wel meer van dergelijke overwinningen volgen.''

En na een paar speelronden meldde Het Sportblad op 6 juni 1918: ,,We schrijven dit seizoen ernstig aan de Engelsche ziekte te zullen lijden, want de manier waarop de Engelsche elftallen in de eerste klasse met onze beste elftallen omsprongen, geeft weinig hoop dat er aan het einde van het seizoen een Nederlandsche club aan het hoofd zal staan''.

Het Sportblad wees er wel fijntjes op dat de Engelsen niet veel anders te doen hadden dan trainen. Volgens de scribent verbeterden de officieren hun batting-prestaties door de soldaten voor een extra beloning op hun te laten bowlen. De cricketcorrespondent van de Nieuwe Rotterdamse Courant oordeelde dat de Engelse teams te sterk waren voor de andere ploegen en stelde dan ook voor de landstitel toe te wijzen aan de Nederlandse club, die aan het einde van de competitie het hoogste stond geklasseerd. De cricketbond ging niet in op die suggestie.

Het viel uiteindelijk mee met de overmacht van de Engelsen. POW A eindigde in de eerste klasse als eerste, maar won niet van nummer twee Rood en Wit. De Haarlemmers brachten het sterkste Engelse team op een ongebruikelijke speeldag, woensdag, zelfs de enige nederlaag van het seizoen toe. De al genoemde kapitein Gaye maakte in die wedstrijd 145 not out. POW B werd derde in het eindklassement. ,,Zoo sterk hebben wij de eerste klasse nimmer meer teruggezien'', stond er in het gedenkboek van de NCB ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan (1883-1933).

Het bijzondere seizoen werd op 12 september afgesloten met een wedstrijd tussen elftallen van de beste Nederlanders en de geïnterneerden. De regen zorgde ervoor dat er niet veel kon worden gespeeld, maar het door de Engelse officieren aangeboden diner in het Haagse Hotel Royal vergoedde veel.

Het jaar daarop was de oorlog voorbij en keerden de Engelsen terug naar huis. Bondsvoorzitter Isbrücker refereerde tijdens de algemene ledenvergadering op 4 mei 1919 nog één keer aan hun aanwezigheid. Hij sprak de hoop uit de Nederlandse spelers ervan hadden geleerd. Voorgesteld werd om de nog openstaande boetes van POW, in totaal vijftien gulden, als ,,oninbaar te beschouwen''.