De oogst van twee jaar in één storm

De hoeveelheid omgewaaide en beschadigde bomen in Frankrijk vertegenwoordigt een hoeveelheid hout die anders in twee jaar wordt geoogst. Dat is de voorlopige schatting van de Office national de forêts (ONF), de organisatie die de Franse staatsbossen beheert en tevens de 11.000 gemeentelijke bossen. Over de schade wil ONF-woordvoerder Jean-Philippe Atger vooralsnog geen uitspraak doen.

In totaal zijn naar schatting 30 miljoen kubieke meter hout door de storm geveld in de bossen die de ONF beheert. De schade in particuliere bossen is veel moeilijker te schatten, omdat deze bossen een zeer divers karakter hebben.

Het meest getroffen zijn Aquitaine, Midi-Pyrénées en Lotharingen met ongeveer 10 miljoen kubieke meter geveld hout, gevolgd door de Elzas met 2 miljoen, Bourgondië en Franche-Comté. In de bossen rond Parijs, in Île de France, waar ongeveer 1 miljoen kubieke meter hout tegen de grond ging, zijn vooral de bossen van Fontainebleau getroffen (200.000 m³) en de bossen van Rambouillet.

Het hout van de omgewaaide bossen is zeker niet allemaal verloren, aldus de ONF. Het hout van de gebroken stammen is moeilijk te oogsten, maar veel bomen zijn eerder ontworteld dan gebroken. De stammen zijn meestal nog goed te gebruiken voor de houtindustrie.

Het grote probleem vormt echter de grote hoeveelheid hout. Houtvesters en de houtverwerkende industrie moeten nu in één winter meer hout verwerken dan zij anders in twee jaar doen. Daarnaast zijn er ook veel bossen waarin slechts een gedeelte van de bomen is omgewaaid – te weinig om een kapbedrijf te bellen, maar groot genoeg om van behoorlijke schade te spreken.

Het opruimen van omgewaaide bomen moet voor veel soorten bomen vóór het einde van de winter gebeuren, omdat anders allerlei houtborende insecten hun kans schoon zien. De dode bomen vormen dan een infectiebron voor het staande hout, dat door insectenschade in waarde vermindert.

Frankrijk is binnen de Europese Unie niet het belangrijkste houtland – dat zijn de Scandinavische landen – maar levert wel de duurdere houtsoorten, zoals eiken. De twee stormen betekenen daarom een zware schade voor de boseigenenaren. De herplant zal vele jaren vergen.

Paradoxaal genoeg vormt een stormramp voor de korte termijn een zegen voor de Franse houtindustrie, die zo'n 550.000 arbeidsplaatsen kent. Kapbedrijven, vervoerders, papierfabrieken, de spaanplaatindustrie en zagerijen zullen het komend jaar overuren moeten maken. Maar op de lange termijn is de stormramp slecht voor het land, omdat de kwaliteit van de produktiebossen een ernstige knauw heeft gekregen en de omvang van de bosbestanden sterk verminderd is.