1991 Veranderingen worden routine

Op de voorpagina van 30 december 1991 komen veel ontwikkelingen samen. Tijdens de jaren tachtig is er in Nederland voortdurend bezuinigd, onder de no nonsense-kabinetten Lubbers, en nóg is het niet genoeg. De PvdA, die sinds 1989 deel uitmaakt van de regering, is in een diep electoraal dal terechtgekomen dankzij de fel omstreden bezuinigingen op de WAO die premier Lubbers (CDA) en minister van Financiën Kok (PvdA) in de zomer van '91 afkondigden. Nederland is bezuinigingsmoe, maar de internationale adviseurs blijven hameren op verder terugdringen van de uitgaven. In koppentaal: `Oeso: bezuinigen op sociale uitgaven'.

Maar niet alleen het binnenlandse tumult valt op 30 december zichtbaar op de mat. Ook het grote buitenlandse nieuws vanaf 1989, de gebeurtenissen in Oost-Europa, staat prominent voorop. Zoveel nieuws is er te melden geweest uit deze streken dat de stijl van de opening van de krant meer het karakter van een nieuwsanalyse heeft gekregen dan van een droog nieuwsbericht. Alleen door de uitleg wordt duidelijk hoe belangrijk deze zoveelste ontwikkeling uit Moskou is. Dat een aantal Vietnamezen niet meer terugdurft naar hun nog altijd communistische vaderland is begrijpelijk, maar de asielprocedure in Nederland is amper ingericht op hun gecompliceerde vlucht vanuit een land als Tsjechoslowakije.

Het andere grote buitenlandse nieuws van deze jaren, de Golfoorlog tegen Irak begin 1991, is op 30 december nog slechts terug te vinden in het jaaroverzicht in foto's op pagina 8. Een lange rij gevangengenomen Iraakse soldaten marcheert daar bovenlangs de pagina.

1991 Is ook het jaar waarin in de Europese Gemeenschap velen uitkijken naar 1992: het historische jaar waarin de binnengrenzen binnen de Unie definitief zouden wegvallen. Inmiddels is die historische verandering al weer routine geworden en is de magische klank van `1992' al weer geheel versleten, maar de twijfel over de Nederlandse identiteit die toen opleefde is nooit helemaal meer verdwenen.

De redactie zet op 30 december 1991 groot in. Een hele pagina is gewijd aan de vraag `Moet Nederland blijven?'. Het wordt belangrijk genoeg gevonden voor een uittrekseltje op de voorpagina (een zogenaamde `ankeiler'). ,,Onze identiteit is verdwenen'', sombert de historicus H. Righart. ,,Nederland is inmiddels beëindigd.'' In het uitgebreide artikel op pagina 2 (in feite een opeenstapeling van 23 mini-interviewtjes) toont hij zich iets optimistischer: ,,Het vreet niet aan ons. Het heeft ook voordelen. Zo zullen vreemdelingenhaat en racisme hier nooit kunnen opleven met een beroep op een nationalistische traditie, zoals je dat bij het Vlaamse Blok heel duidelijk ziet. En je ziet hier ook geen onzinnige discussies over het voortbestaan van de gulden of de noodzaak Hollandse hutspot uit de klauwen van Europa te redden. (...) Het enige is dat we niet weten wat ervoor in de plaats komt. En dat is toch wel een beetje onheilspellend.''

Veelzeggend over de sterk gedemocratiseerde en onelitaire inslag van Nederland in deze jaren is de uiteenlopende achtergrond van de zegslieden die in dit stuk hun licht over de toekomst van Nederland mogen laten schijnen. Bisschop Bomers van Haarlem, schrijver Harry Mulisch, econoom Jan Pen, maar ook voetballer Hans van Breukelen en marktkoopvrouw K. de Haan (`naam in verband met mijn klandizie gefingeerd') doen hun duit in het zakje. De marktkoopvrouw laat weten: ,,Het maakt me niets uit als Nederland verdwijnt. Je hebt toch niets te vertellen tegenwoordig en de gewone man wordt de dupe. Ze lopen over ons heen. We moeten steeds meer belasting betalen.'' Enigszins in strijd met Righarts optimisme over de vreemdelingenhaat zegt ze verder: ,,Van Nederland is haast niets meer over, want we zijn al onder de voet gelopen door immigranten. Als je daar iets van zegt, discrimineer je, maar dat doe ik helemaal niet. Ik zeg alleen: we hebben niets meer in te brengen.''

Radiomaker Peter Flik is amper optimistischer: ,,Het best kan Nederland worden gesymboliseerd door een autobus die ik ergens in de omgeving van Arnhem zag rijden met het opschrift: `Avonturenpark'. (...) Nergens kan een Nederlander nog iets beleven – behalve in een bus op weg naar het avonturenpark.'' Schaatsster Sjoukje Dijkstra is milder: ,,We hebben wel een eigen mentaliteit, maar die is moeilijk te omschrijven (...) In ieder geval zijn wij veel nuchterder dan anderen, je krijgt dat mee met je geboorte. Je voelt je toch iets aparts.'' De Franse correspondent Sylvain Ephimenco in Nederland heeft de meeste afstand: ,,Het is typisch Nederlands om een geïntegreerd Europa als een bedreiging te zien. Die houding bewijst eens te meer dat de Nederlandse identiteit, de saamhorigheid en zelfs het nationalisme manifest aanwezig zijn.''

De krant van 1991 bevat nog meer betekenisvolle mijlpalen. Op pagina 3 kondigt Klazien Alberda, oprichtster van de Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie (NVVE), aan dat ze haar strijd voor een legale euthanasieregeling zal staken. ,,Het streven naar sociale aanvaarding van het euthanasievraagstuk is volledig bereikt'', rechtvaardigt ze haar terugtreden. ,,Er is een verbetering in de situatie van de stervenden tot stand gebracht. Vrijwillige euthanasie vindt niet meer uitsluitend in het ziekenhuis plaats zoals nog tien jaar geleden.'' Een wettelijke regeling van deze praktijk zit er volgens Alberda voorlopig niet in.