1971 Prijzen stijgen en tekorten groeien

Stijgende lonen en prijzen zijn een terugkerend element op de voorpagina's van 30 december. In 1901 meldt bijvoorbeeld het Handelsblad dat de jaarwedden van hoofdonderwijzers vakken a-h te Arnhem worden vastgesteld op ƒ1.500. In latere jaren is vaak de stijging van de broodprijzen het vermelden waard op 30 december. Onder invloed van de snel groeiende welvaart, stijgt sinds halverwege de jaren '60 de inflatie steeds verder. Op de voorpagina van 1971 is die ontwikkeling goed af te lezen, evenals de ongelijke verdeling van de lasten.

De AOW-uitkeringen stijgen met amper 1 procent, maar de metaalbonden (die zich in de jaren zeventig sterk maakten voor een rechtvaardiger welvaartsverdeling) bevochten voor de werknemers van Hoogovens CAO-verbeteringen met ruim tien procent. Het rijexamen wordt maar liefst 14 procent duurder. Niet voor niets opent het katern Mens en Bedrijf op deze dag met het bericht van het ministerie van Economische Zaken dat ,,de ontwikkeling van de Nederlandse economie in 1971 werd gekenmerkt door vertraging van de economische groei en verscherping van de inflatie''. Het voorpaginabericht over het `gat van Witteveen', het onverwachte begrotingstekort van 3,9 miljard gulden, is wat dat betreft typerend voor de decennia die komen.

Ook de prijs van de krant stijgt snel. Per 1 januari 1972 wordt een kwartaalabonnement op NRC Handelsblad (cq Handelsblad NRC) 8 procent duurder: ƒ31,25. De prijsstijging van de krant gaat ver uit boven de inflatie. In 1965 kostte een abonnement op het Handelsblad of de NRC nog slechts ƒ14 per kwartaal: een stijging met 125 procent bij een inflatie van 29 procent in dezelfde periode. Het is de grootste prijssprong in deze eeuw. In 1976 kost een kwartaalabonnement ƒ54,45: een stijging van 74 procent (bij een inflatie van 33 procent). In 1999 kost een kwartaalabonnement op NRC Handelsblad ƒ133,60: een stijging met 327 procent sinds 1971 (inflatie: 109 procent).

Op een langere termijn zijn deze prijsverhogingen overigens te beschouwen als een inhaalmanoeuvre: gedurende een lange periode was de prijsstijging lager dan de inflatie. Gerekend over een eeuw is de prijsstijging van een kwartaalabonnement gelijk aan de inflatie. Tussen 1899 (Handelsblad 6 gulden binnen en 7 gulden buiten Amsterdam, NRC 5 gulden binnen en 6 gulden buiten Rotterdam) en 1998 is het kwartaalabonnement 22 maal duurder geworden – precies evenveel als de inflatie sinds dat jaar. En dan is de krant ook nog dikker geworden: zestien pagina's op 30 december 1971, tegen achtentwintig op dezelfde dag van 1998. De omvang van de krant is vooral in de laatste decennia het sterkst gegroeid; de NRC van 30 december 1899 telt 14 pagina's.

De tijdgeest van de jaren zeventig is in 1971 met het openingsnieuws over Vietnam duidelijk aanwezig op de voorpagina (en met een klein bericht op pagina 4: `Vietnamveteranen gearresteerd in San Francisco' die protesteerden tegen de bombardementen). De grotere beweeglijkheid van de jeugd is af te leiden uit het bericht over de introductie van de Interrailkaart. Uit de rubriek `Amsterdam' blijkt verder dat goedkope grammofoonplatenzaakjes als paddenstoelen uit de grond zijn geschoten, `met uitnodigende hip gekleurde voorgevel' en een `met grind of zand bezaaide vloer'. De zaakjes verkopen pop-lp's voor ƒ15,90 die officieel ƒ22,50 kosten. Inmiddels worden ze alweer bedreigd door de kartelpolitiek van de platenmaatschappijen en de reguliere platenhandel. Een van de nieuwe winkeliers schampert over de grote bedrijven: ,,Ze hebben nog totaal geen inzicht in wat de jeugd wil. Dat zie je wel als ze bijvoorbeeld James Last aan ze proberen te verkopen.''

Van overige veranderingen in de jeugdcultuur blijkt uit de krant weinig, of je zou het bericht op pagina twaalf over `schrijver en lector in de fysische geografie dr. W.F. Hermans' als zodanig moeten beschouwen. De Groningse lector weigert nog langer de zijns inziens `zinloze' colleges aan eerstejaars te geven. Want driekwart van de studenten valt binnen een jaar alweer af. Hermans: ,,In het algemeen heb ik te maken met weinig serieuze eerstejaarsstudenten. Ik krijg voortdurend te maken met studenten die hun stof niet kennen, die kennelijk niet de moeite nemen te studeren.''

Van een geheel andere verruwing der zeden wordt verslag gedaan op de sportpagina: ,,Wim van Hanegem, Rinus Israël, Dick Schneider, Franz Hasil en manager Guus Brox hoorden gisteravond in Zeist met krijtwitte gezichten het vonnis van de tuchtcommissie betaald voetbal aan.'' Drie wedstrijden wordt Feyenoorder Van Haenegem geschorst. Nota bene bij een oefenwedstrijd tegen Haarlem had hij `wilde trappende bewegingen' gemaakt in de rug van een op de grond liggende tegenstander. Plus een boet van ƒ250. Volgens Van Haenegem berust alles op een misverstand. ,,De Goede lag bovenop de bal toen ik trapte, maar de bal was zichtbaar.''

De krant ademt overwegend een kalm Nederland, met veel klassiek oudejaarsnieuws: `Blindenhonden in paniek door rotjes' en bij negen Rotterdamse winkeliers is 150 kilo illegaal opgeslagen vuurwerk inbeslaggenomen. Op pagina 4 wordt verslag gedaan van een onderzoek naar de vrije tijdsbesteding van Utrechters. ,,Politiek, schouwburg, concert en beeldende kunst staan op een laag pitje; de bioscoop is iets meer populair, vooral bij jongeren. Als de Utrechter een avondje uitgaat doet hij dat gewoonlijk op zaterdag. Meestal gaat hij dan op visite.''