1929 Een notulen-achtige stijl

Het meest verrassend voor de moderne krantenlezer aan het vooroorlogse Handelsblad en de NRC is de grote hoeveelheid mededelingen en berichtjes die men tegenwoordig eerder in de Staatscourant of het lokale huis-aan-huis-blad zou verwachten. De landelijke pretentie van de kranten komt vooral tot uiting in de spreiding van deze faits divers over het land. Zo worden in de NRC van 30 december 1929 (in de rubriek Onderwijs) de uitslagen van de Haarlemse examens `heilgymnastiek en massage' gemeld (geslaagd: de heeren H. Steenkist, Joure; J. Oostergo, Haarlem en mej. Bekedam, Den Haag.), maar ook de uitspraken van het gerechtshof te 's-Gravenhage en (in de rubriek `Gemengd Nieuws') het feit dat er in een weiland te Zutphen wegens de mist een Engels sportvliegtuig was geland (`Een half uur later kon de vlieger zijn reis naar Kopenhagen voortzetten').

De voorpaginaberichten over de storm zijn alle afkomstig van buiten de Randstad. De familieberichten in de NRC komen vooral uit de regio Rotterdam en de steden Amsterdam, Den Haag en Utrecht. Op de sportpagina wordt trots gesproken over `onze stadgenoot H. Kuyper', de Rotterdamse winnaar van het Nederlands kampioenschap klein biljart.

De verslaggeving uit het parlement bestaat vooral uit letterlijke uittreksels van de debatten. Het avondblad van 30 december bevat slechts een `verkort Kamerverslag' van de vergadering van die dag, maar een dag later wordt in anderhalve kolom nog eens uitgebreid verslag gedaan van deze Eerste-Kamervergadering. Aan de orde is onder meer de wetswijziging die het mogelijk moet maken belasting te betalen op het postkantoor. Daarbij ,,verklaart de heer WIBAUT (s.d.) zeer weinig bevredigd te zijn door de halveering die het wetsontwerp in de Tweede Kamer heeft ondergaan waardoor het thans beperkt blijft tot Noord-Holland en de postkantoren in de groote steden''. De Roomskatholieke senator Van Sasse Van IJsselt blijkt de wet af te wijzen omdat de werkdruk op de postkantoren te groot wordt en omdat juist de belastingdienst veel beter geschikt is de belasting te ontvangen. ,,De minister zegt wel dat op de postkantoren de z.g. `doode tijd' bestaat. Maar spr. heeft daarvan nooit iets bemerkt. De postambtenaren moeten toch tijd hebben om te dejeuneren. De z.g. spitsuren zullen door dezen maatregel nog veel drukker worden. Dan zullen dubbel zooveel menschen in de file moeten staan.'' De minister van Financiën, De Geer, antwoordt onder meer dat de heer Wibaut zich nodeloos ongerust maakt, het aantal postkantoren zal spoedig worden uitgebreid. ,,Evenmin als men met een bokkenwagen een automobiel kan inhalen of met een brandspuit den doorbrekende dageraad kan blussen, kan men op den duur de ontwikkeling van het betalingsverkeer tegenhouden.'' Precies wordt vermeld welke senator zich wel of niet met welke paragraaf van welk artikel kan verenigen. Aan het slot van het artikel wordt de Kamervoorzitter geciteerd: ,,Den minister, de leden en den griffier en commies-griffier wenscht spreker een recht goed uiteinde en een in alle opzichten gezegend nieuwjaar.''

De notulen-achtige stijl komt overal in de krant terug. In de rubriek Onderwijs, bijvoorbeeld, in het avondblad van 30 december, wordt het ene congresverslag op het andere gestapeld. De vergadering van de `Vereniging van Leeraren in wiskunde enz. aan Hoogere Burgerscholen-B' krijgt een halve kolom: ,,Wat de wiskunde betreft werd door den spreker adhaesie betuigd t.o. het plaatsen der grafische voorstellingen en het herplaatsen der goniometrische vergelijkingen [in het nieuwe eindexamen].''

De voorpagina van de avondeditie van het Algemeen Handelsblad van 30 december 1929 doet in faits divers-gehalte weinig onder voor de hier afgebeelde NRC, waarvan tegenwoordig alleen de arrestatiegolf in Indië en mogelijk de storm als voorpaginanieuws beschouwd zouden worden. Het grootste deel van de voorpagina van het Handelsblad wordt op deze dag in beslag genomen door de jaarvergadering van de Vereeniging Het Nederlandsche Wegencongres en een lange ingezonden brief van een hoofdingenieur van Rijkswaterstaat, die protesteert tegen een eerder artikel over hem. Het felle antwoord van de aangevallen redacteur (G. Nypels) staat eveneens op de voorpagina: ,,Dit doet m.i. de deur dicht!''

Een geheel andere toon wordt op de sportpagina's aangeslagen. Daar overheerst het `klassieke wedstrijdverslag', tegenwoordig door de uitgebreide televisieverslagen vrijwel verdwenen. De NRC beschikt al sinds 1909 over een vaste sportredacteur (het Algemeen Handelsblad sinds 1911). In de NRC van 30 december 1929 zijn drie pagina's aan sport gewijd: het meeste gaat over voetbal, maar ook lawntennis, hockey, korfbal, boksen, biljarten, ski-springen, gymnastiek, wielrennen, schermen en schaken krijgen aandacht.

Feyenoord voetbalt in de `Westelijke 1ste klas B' tegen 't Gooi, waarbij vooral de Hilversumse keeper Cohen het moet ontgelden: ,,De Hilversummers komen slechts zoo nu en dan over hun speelhelft en de aanvallen zijn dan zoo primitief van opzet dat Van Dijke c.s. weinig moeite hebben het leder te retourneren. Als Cohen een ingezonden bal weer niet voldoende weet weg te werken kopt Barendregt hem het leder uit handen en de toesnellende Sinke heeft weinig moeite den bal in het verlaten doel te plaatsen.'' Einduitslag 4-0 voor Feyenoord.