1914 Oorlog domineert de krant

Oorlog speelde al een hoofdrol in de krant met de in Nederland intens meebeleefde Zuid-Afrikaanse Boerenoorlog (1899-1902), maar de strijd in de Eerste Wereldoorlog leverde pas echt een bijna onuitputtelijke hoeveelheid kopij op. Vier jaar achter elkaar staat in het Handelsblad dagelijks de kop `De Oorlog' met vette letters bovenaan de voorpagina. Het weinige Nederlandse nieuws voorop wordt vaak samengevat onder de kop `Nederland en de oorlog'. Onder de oorlogskop staat meestal een bonte mengeling van persbureauberichten, citaten uit andere kranten en eigen reportages en beschouwingen. In het avondblad brengt de beschouwing `De algemeene toestand' enige lijn in de stortvloed van oorlogsnieuws.

De oorlog leidt tot een grote toevloed van lezers die hongeren naar nieuws over de strijd buiten de grenzen. In 1914/15 heeft het Algemeen Handelsblad een oplage van 17.000 (13.500 in 1902), in 1917/18 is die gestegen naar 36.000.De oplage van de Nieuwe Rotterdamsche Courant steeg tussen 1914 en 1918 van 30.000 naar 43.000. De stijging zou zonder de papierschaarste ongetwijfeld nog veel groter zijn geweest.

In de hier afgebeelde editie (avondblad, de vroege editie van vier uur) staat rechtsonder een bruusk afgebroken reportage `van onzen Berlijnschen correspondent'. Wat ontbreekt is de mededeling `lees verder op pagina 2', waar de fraaie sfeerschets van de Berlijnse Kerstmis in het eerste oorlogsjaar wordt vervolgd. Voor de lezers in 1914 is zo'n doorverwijzing niet nodig. Zij weten dat de lange reeks van berichten en reportages die zich over de kolommen uitspreidt, gewoon doorloopt op de volgende pagina. Ieder `blad' van de krant bestaat in feite uit zo'n lange strook tekst. Het Avondblad (editie van 4 uur) bestaat op 30 december 1914 uit twee van deze bladen, het Ochtendblad is één lange tekstkolom.

De onderkoppen onder de brede hoofdkop `De Oorlog' slaan op de héle slang berichten. Het kopje `Hoe de praatjes in de wereld komen' verwijst naar een bericht halverwege pagina 2. Het gaat over een Schots proces tegen een zeventienjarige vrouw, Kate Hume, `wegens het schrijven van twee vervalschte brieven met ernstige beschuldigingen omtrent door de Duitschers bedreven wreedheden'. Zogenaamd waren deze brieven afkomstig van haar stervende zuster, die verpleegster was aan het front in België. In werkelijkheid was de zuster springlevend. ,,De deskundigen verklaarden voor de rechtbank dat Kate Hume niet als een krankzinnige mocht worden beschouwd, maar dat ze hysterisch was aangelegd.''

In zijn reportage uit Berlijn beschrijft de correpondent hoe het de afgelopen jaren te Berlijn met kerst òf regende òf `onnatuurlijk zoel weer' was. ,,En werkelijk dit jaar, nu alles onderste boven gehaald, de wereld uit haar voegen geraakt is, men in Duitschland zelfs het Kerstfeest met eenigen angst tegemoet zag, kwam de sneeuw precies op tijd. (...) op het rijpad van den breeden Kurfürstendamm zag ik in den avond zelfs een ski-looper die er over het bevroren mixtum van modder en sneeuw schuifelde.'' De aanvoer van kerstbomen te Berlijn was door voorzichtigheid van de handelaren mager gebleven. ,,De speculanten die het er op gewaagd hadden maakten schitterende zaken. Voor een zielig boompje, één meter hoog, moest drie Mark betaald worden. (...) Op Donderdagmorgen brak de run van de menschen, die tot het nippertje gewacht hadden, in de hoop dat er dan nieuwe aanvoer zou zijn en dat de prijzen zouden dalen. Alle pleinen en hoofdstraten werden afgezocht. Tevergeefs. Naar de stations, waar de kerstboomen afgeladen worden draafden de Berlijners, die toch zoo graag hun dennetje wilden hebben. Tevergeefs. Menschen bij wie het niet op een paar Mark aan komt, snelden per auto van het westen naar het noorden en vandaar weer naar Moabit, vervolgens naar het zuiden. En ze waren heel blij, wanneer ze op den bok van de auto een klein boompje laden konden, dat onder de vijf mark toen niet meer te krijgen was.''

Uit de Duitse kranten haalt de correspondent berichten over het kerstfeest aan het front. ,,Voor een overrompeling zijn velen, vooral in niet-militaire kringen bang geweest. `Als onze mannen bij het genot van hun sigaar, koek en worst, bij het licht van den Kerstboom, maar niet hun waakzaamheid verliezen!',hoorde men de laatste tijd dikwijls zeggen. Deze zorg was wel overbodig. Hoe sterk de gedachten ook geweest zullen zijn aan het verre vaderland, de vijand op een paar honderd meter afstand wordt er niet door vergeten. En de poging van de Franschen en Engelschen op den heiligen avond door te breken bij Nieuwpoort is dan ook, volgens den Duitschen Generalen Staf, mislukt. Bij dit ernstige gevecht schijnt het gebleven te zijn aan het westelijk front.''

Tot in de advertenties is de oorlog terug te vinden (,,Drinkt op Oudejaarsavond op een spoedigen Vrede onze Asti Ital. mouseerende Wijnen. Brachetto (rood) à ƒ1,50 ...''). Maar niet overal heerst zo duidelijk de oorlog. In de rubriek Binnenland wordt onder meer verslag gedaan van de storm die over Nederland raasde: ,,Met ongekende kracht huilde de wind, boomen ontwortelend, daken vernielend, vensters en schuttingen rameiend. (...) In het z.g. Bassin is een arkje gezonken; de eigenaar kon zich gelukkig redden.'' En onder Kunst valt een recensie door `Ks' te lezen van een optreden van de Franse Opera in het Amsterdamse Paleis voor Volksvlijt: ``In het spel van Mad. Vieyra (Mignon) vond ik geen bijzondere kwaliteiten, maar ook niets leelijks.''