Weeffouten op de vrije stroommarkt

Drie stroomdistributeurs staat een miljoenenstrop te wachten, nu blijkt dat ze komend jaar reeds verkochte elektriciteit veel duurder moeten inkopen dan gedacht. Lokale overheden betalen wellicht het gelag.

Gegokt en verloren. De stroomdistributiebedrijven Eneco, Remu en Delfland hebben dit jaar als prijsvechter klanten gelokt met stuntprijzen in de hoop over de grens goedkoop stroom te kunnen inkopen. Nu dreigen de stroomdistributeurs voor honderden miljoen guldens verlies te lijden doordat zij toch moeten inkopen in Nederland tegen een `superpiek'-tarief. ,,Wie zijn achterste verbrandt moet op de blaren zitten'', zegt directeur P. van Son van concurrent Essent.

De strop, waarvoor in het slechtste geval gemeenten en provincies moeten opdraaien, illustreert hoe chaotisch de liberalisering van de stroommarkt in Nederland verloopt. De drie stroomproducenten hebben onder de vlag van de vrije markt verbeten jacht gemaakt op grote industriële klanten, maar moeten nu worden geholpen door het bijna afgezworen overleg waarmee decennialang de stroomsector is bestierd. Tegelijkertijd wordt nu helder in welke mate de prijzenslag op de gedeeltelijk vrije stroommarkt de waarde van de overheidsbedrijven vermindert.

De Nederlandse elektriciteitsmarkt wordt stapsgewijs geliberaliseerd, waarbij de huishoudens straks als laatste vrij worden hun leverancier te kiezen. De grote afnemers, zoals bijvoorbeeld de Nederlandse Spoorwegen, mogen nu al zelf kiezen en organiseren op dit moment overal in het land tenders. Daarbij is het afgelopen jaar een harde concurrentiestrijd ontstaan tussen de energiedistributeurs. Dat heeft geleid tot volgens inkopers ,,verrassend lage prijzen'', die in elk geval ruim liggen onder de prijzen van de vier Nederlandse stroomproducenten in de SEP.

Vooral het Rotterdamse Eneco, met zijn strategie om snel het marktaandeel te vergroten, heeft zich doen gelden als prijsstunter. Rekent de SEP tussen de 8 en 10 cent voor een Kilowattuur (KWh) stroom, Eneco levert Hoogovens nu voor 5,8 cent per KWh en de cementfabrieken van Enci voor 6 cent. Eneco, maar ook het Utrechtse Remu en Delfland rekenden erop voldoende te kunnen importeren uit het buitenland, waar de stroomprijzen ongeveer de helft zijn van die van de SEP.

De nieuwe toezichthouder DTe verstoorde die droom een maand geleden echter wreed door maar een klein deel van de aangemelde stroomimporten toe te wijzen. De capaciteit van het landelijk hoogspanningsnet, TenneT, is eenvoudig nog te klein voor grootscheepse stroomimport. ,,Wíj hebben een scherpe calculatie gemaakt van onze stroombehoefte in het besef dat de import beperkt is'', zegt directeur P. Spruyt van de Zeeuwse energiedistributeur Delta veelbetekend.

Eneco en de twee andere bedrijven moeten nu inkopen bij de SEP en zijn daarmee gehouden aan het `protocol' met de opwekkers van stroom in Nederland. Daarin staat dat bij een late aanvraag 1,25 gulden per KWh wordt gerekend. Dat extra geld komt bij de SEP terecht en wordt in het jaar erop teruggeven aan alle Nederlandse energiedistributeurs.

Dat neemt niet weg dat het hele bedrag nu door Eneco, Remu en Delfland moet worden opgebracht. Om hoeveel stroom – en dus hoeveel geld – het gaat is niet bekend. Wel zijn er indicaties. Alleen al het Hoogovens-contract (45 miljoen KWh) is een potentiële strop van een dikke 50 miljoen gulden, ENCI (200 miljoen KWh) is mogelijk goed voor een verlies van 240 miljoen gulden, terwijl het contract met zestien bedrijven bij Amsterdam (550 miljoen KWh) meer dan een half miljard gulden kan kosten.

Deze rekening komt in feite terecht bij de provincies en gemeenten, want die zijn eigenaar van de energiedistributeurs; zo is Eneco eigendom van 46 Zuid-Hollandse gemeenten. Dat is een gevolg van de manier waarop de stroommarkt wordt opengebroken. Wie eerst privatiseert en dan liberaliseert schept in elk geval tijdelijk een privaat monopolie. Wie eerst liberaliseert en dan privatiseert, zoals in Nederland gebeurt, laat overheidsbedrijven met elkaar concurreren op een vrije markt. Eneco versus Nuon is dus ook Zuid-Holland versus Gelderland, waardoor de prijsdaling ook leidt tot waardedaling van deze overheidsbedrijven.

Eneco hoopt onder het supertarief uit te komen door te onderhandelen over het protocol met de concurrenten Nuon en Essent onder de vlag van branche-organisatie EnergieNed. Als dat niets oplevert – een voorstel wordt binnen twee dagen verwacht – stapt Eneco naar de rechter. De kans dat dit gebeurt is groot. Nuon en Essent staan niet te springen om Eneco te helpen. Eneco heeft namelijk met de stuntprijzen hun klanten gelokt, zoals de Amsterdamse bedrijven die nu nog `van' Nuon zijn.

Eneco, Remu en Delfland kunnen ook stroom inkopen op de APX, de kersverse stroombeurs die een beetje de kroon is op de liberalisering . ,,Dat moeten ze maar doen'', zegt Van Son van Essent, maar Eneco zegt dat niet te willen door het gebrek aan zekerheid. Waarschijnlijker is dat de enorme behoefte leidt tot zeer dure inkoopcontracten voor Eneco. De goedkoopste oplossing is waarschijnlijk om de contracten met de klanten niet na te komen en een boete te betalen. Dat zou niettemin een hoge prijs zijn voor de eerste stappen op een vrije markt.