Voor fiscus wordt 2000 generale repetitie

Het eerste jaar van het nieuwe millennium is tevens het laatste jaar van het huidige belastingsysteem. Veel wijzigingen voor komend jaar lopen dan ook al vooruit op de Belastingherziening 2001.

Nog een jaartje geduld, dan is de grootste herziening van het Nederlandse belastingstelsel een feit. Nederland krijgt dan een revolutionair nieuw belastingstelsel dat in weinig meer lijkt op het huidige systeem. Vermogensrendementsheffingen en boxen-stelsel zullen over enkele jaren tot het standaardjargon van iedere fiscalist behoren. Tot die tijd zullen zij en, zeker zo belangrijk, de belastingbetalers het nog even met het huidige, oude stelsel moeten doen.

Eigenlijk staat bijna het hele Belastingplan 2000, de wijzigingen voor komend jaar, in het teken van de stelselherziening van 2001. Net als in 1999 zijn voor 2000 maatregelen opgenomen die moeten voorkomen dat belastingadviseurs, verzekeraars en banken `ongewenst gaan anticiperen', zoals Financiën het noemt, op het nieuwe systeem. Dit jaar gaat het om drie anticiperende maatregelen: het verder beperken van de aftrekbaarheid van vooruitbetaalde rente, het niet langer in aftrek kunnen brengen van vooruitbetaalde onderhoudskosten en het niet langer naar het voorgaande kalenderjaar kunnen terugwentelen van aftrekbare lijfrentepremies.

,,Belastingen zijn leuk omdat iedereen er altijd mee te maken heeft'', zei Kamerlid Wouter Bos (PvdA) laatst, naar aanleiding van de discussie over een heffing op leidingwater. En hij heeft gelijk; belastingen worden gezien als hét middel om gedragsveranderingen bij burgers voor elkaar te krijgen. Wordt er te veel gedronken, dan verhoog je als overheid de accijnzen op alcohol. Roken? Zelfde verhaal. Nu zijn de hierboven genoemde voorbeelden wellicht niet de beste, gezien de prijsinelasticiteit van beide genotsmiddelen, op andere gebieden valt er met fiscaliteit een hoop te sturen. En daar zijn de beide bewindslieden op het ministerie van Financiën, minister Zalm en staatssecretaris Vermeend, meesters in.

De drie kernwoorden in de Belastingherziening 2001 zijn verschuiving, verbreding en vergroening. Vooral de vergroening, fiscale milieubescherming, krijgt komend jaar, in het belastingplan 2000, al een bredere basis in het stelsel. De vergroening kost structureel 1,8 miljard gulden, waarvan 1,2 miljard ten laste komt van de gezinnen en 0,6 miljard ten laste van het bedrijfsleven.

Zo zal voor de automobilist de vergroening komend jaar echt voelbaar zijn. Op basis van de afspraken zoals die in het Nationaal Milieubeleidsplan 3 zijn gemaakt wordt de komende jaren gezocht naar de zogenoemd Optimale brandstofmix 2010. De accijnzen op benzine en dieselolie zullen komend jaar dan ook verder verhoogd worden. De belasting op personenauto's en motorrijwielen zal omwille van het milieu fiks worden verhoogd. Voor dieselauto's wordt per 1 mei volgend jaar de BPM met 2000 gulden verhoogd. Milieuvriendelijke inbouwapparatuur in auto's, zoals cruise control, boordcomputers en econometers wordt beloond door een verlaging van de belasting op auto's.

Verder wordt komend jaar een belasting op drinkwater ingevoerd van 28,5 cent per kubieke meter. Huishoudens gaan per 1 januari ook meer milieubelasting betalen voor gas en stroom. Per huishouden kan dit oplopen tot tweehonderd gulden per jaar. De milieubelasting (ecotax) voor gas zal in 2000 met 5 cent toenemen tot 24 cent per kubieke meter gas. Voor stroom stijgt de ecotax met 3,5 cent naar een dubbeltje per kilowattuur.

Om de kosten voor de vergroening niet helemaal op de consument af te wikkelen is een aantal compenserende maatregelen genomen. Volgens Financiën zal de hogere ecotax op energie en water zelfs volledig worden gecompenseerd door de belasting op de eerste loonschijf aan te passen. Ook de zogenoemde `groene prikkels' compenseren een deel van de hogere milieuheffing. Deze prikkels zijn `energiebonnen' die consumenten ontvangen als zij milieuvriendelijk witgoed aanschaffen.

Opmerkelijk in het belastingplan 2000 is verder de afschaffing van de omroepbijdrage. Op de valreep van de twintigste eeuw ging de Eerste Kamer vorige week akkoord met het fiscaliseren van de omroepbijdrage. Niet de Dienst Omroepbijdragen, maar de Belastingdienst gaat ervoor zorgen dat het kijk- en luistergeld wordt geïnd, via de inkomstenbelasting.

Omdat veel mensen hun kijk- en luistergeld voor 2000 inmiddels al vooruit hadden betaald, staat de overheid voor de taak al die bedragen terug te geven. De Belastingdienst zal dat doen door een bedrag te restitueren op de inkomstenbelasting.

Doel van het nieuwe stelsel is ook het goedkoper maken van arbeid. Daartoe zal vanaf volgend jaar geëxperimenteerd worden met de verlaging van het btw-tarief op enkele arbeidsintensieve diensten. In Europees verband is, op initiatief van Nederland, besloten reparatie van kleding, schoenen en fietsen, kappersdiensten en de verbetering en renovatie van woningen onder het 6-procentstarief te brengen in plaats van onder het huidige 17,5-procentstarief.

In de aanloop naar de herziening in 2001 wordt komend jaar ook de vennootschapsbelasting verlaagd. Ondernemers betalen komend jaar geen 35 maar 30 procent over de eerste 50.000 gulden winst.

Al met al wordt de radicale koerswijziging die de Belastingherziening 2001 onherroepelijk inhoudt, stapsgewijs voorbereid. De mazen in het belastingnet worden keer op keer gedicht. Het einde van de belastingontduiking zal wel nooit in zicht komen, maar Zalm en Vermeend doen ieder jaar weer een goede poging, zo blijkt.