Vernieuwd Pompidou opent op 1 januari

`Een olieraffinaderij' en `een gigantisch monument van culturele impotentie', werd het genoemd. Salvador Dali vond het er `horrrrrible', maar W.F. Hermans omschreef het `binnenste buiten gekeerde gebouw' in deze krant als `een wonderwerk'; `Nog niet eerder heeft de geest van de eeuw der machines zich zo geniaal uitgedrukt in een architectonisch meesterwerk', aldus Hermans.

Het Centre Pompidou, een toen nog futuristische Grand Travail van de gelijknamige Franse president Georges Pompidou (1911-1974), gesitueerd in de oude `buik' van Parijs, werd bij de opening in 1977 door critici de grond in geboord. Het publiek dacht er anders over. In plaats van de verwachte vijfduizend bezoekers, kwamen er dagelijks, ondanks de soms teleurstellende tentoonstellingen, 25.000 over de vloer.

Door al die populariteit raakte het Centre in hoge tempo in verval, het werd uitgewoond. En nu, na een sluiting van twee jaar, en een renovatie ten koste van zo'n 180 miljoen gulden, zal het zaterdag bij wijze van Millennium-happening worden heropend. Niet zonder slag of stoot: er hangt een staking in de lucht vanwege ongewenste, tijdelijke medewerkerscontracten. En de net ingerichte monstertentoonstelling van 20ste-eeuwse `klassieken' is ook niet dat wat-ie moet zijn, vinden de critici.

Het Centre Pompidou, ontworpen door de Brit Richard Rogers en de nu vermaarde Italiaan Renzo Piano, heeft aanzienlijk meer expositie-ruimte gekregen. Het kan nu op in totaal 14.000 vierkante meter tenminste 1.400 stukken kwijt, en het kan flexibeler tijdelijke presentaties herbergen. Des te beter, want minder bekend is het feit dat het Centre zich met zijn bezit van 40.000 werken gemakkelijk meet met het Museum of Modern Art in New York. Alle, 20ste-eeuwse `grote Europese meesters' zijn er vertegenwoordigd.

Behalve tentoonstellingen, biedt het uiterlijk onveranderde Centre een bibliotheek, een boekwinkel èn een nieuw restaurant, ,,spectaculair, vergeleken met die afschuwelijke plek waar het eerst zat'', aldus Jean-Jacques Aillagon, bestuursvoorzitter van het Centre gisteren in The Times. Aillagon wist op de valreep nog tientallen miljoenen gulden bij sponsors los te peuteren. Er zullen weer lezingen en debatten, design- en architectuurpresentaties, dans- en toneeluitvoeringen en film- en video-vertoningen worden georganiseerd. En ook het Instituut voor akoestisch, muzikaal onderzoek (Ircam) is weer terug op zijn oude plek.

Op de vierde etage voor de eigentijdse kunst wordt de bezoeker verwelkomd door een gigantische mechaniek van Jean Tinguely en een beeld van Claes Oldenburg. Er zijn werken te zien uit alle naoorlogse bewegingen, vanaf de Pop-art via Fluxus en Arte Povera naar de jaren tachtig. Een etage hoger is een groot overzicht van de klassieke twintigste-eeuwse kunst ingericht. Volgens Werner Spies, directeur voor twee jaar, is in geen enkel ander museum ter wereld zoveel moderne kunst samengebracht. Maar toch zijn het de royaal geëxposeerde gevestigde namen – Matisse, Picasso, Braque, Giacometti, Bacon, Duchamps, Buren, Beuys, Boltanski en Christo – die de actuelere kunst dreigen te overwoekeren, zeggen zijn vaderlandse critici. Ze vrezen dat de levendigheid en de speelsheid van het vroegere Pompidou nu gaat plaatsmaken voor de mausoleumachtige sfeer van een braaf museum.

Spies, die over een aankoopbudget van circa tien miljoen gulden beschikt, kocht de afgelopen tijd onder meer werken van Picabia en René Magritte en vulde vooral de Duitse deelcollectie aan met schilderijen van Otto Dix, Christian Schad en Oskar Schlemmer, zoals hij vertelt in het Duitse kunstblad Art. Hij wil geen presentaties als thematisch allegaartjes, maar een kunsthistorische chronologie handhaven. In de toekomst worden daartoe twee etages van het Centre gereserveerd.

Of het publiek weer in groten getale zal toestromen en of Pompidou weer met zijn tijd in de pas kan lopen, weten we bij de volgende jaarswisseling.

Open vanaf 1/1/00, dag. 11-22 uur, di. gesloten en op 1/5. Inl. www.centrepompidou.fr/