Ultieme vrijheid in de cockpit

Voor futurologen en kinderen begon de toekomst altijd in 2000. Een ode aan hun fantasie. Vandaag: persoonlijk vervoer.

Iedere arbeider een auto, beloofde Joop den Uyl in de jaren zestig. De massamotorisering begon na de wederopbouw. De auto was het symbool van de materiële welvaart en de verworven vrijheid.

De verwachtingen rond de auto waren hooggespannen, zeker in de jaren zestig en zeventig. Juist in die periode ging de ontwikkeling van de techniek snel. Er waren droombeelden over de toekomst van de personenauto. Een toekomst die steevast in het jaar 2000 begon. Tegen die tijd zou de maatschappij zéér modern zijn.

P. Langeweg, hoofd algemeen ledenbelang van de ANWB, herinnert zich het heilige geloof in techniek en vooruitgang. Langeweg: ,,De toekomst bood een onbeperkte vrijheid van individueel vervoer. Die vrijheid zou nog groter worden wanneer, zo was de overtuiging, de auto zou versmelten met de helikopter. Een ultieme, driedimensionale vrijheid.''

Er werd getekend aan futuristische modellen, liefst met naar boven openslaande portieren, en er werd gefantaseerd over revolutionaire vormen van aandrijving. Tegen 2000 zouden er zwevende auto's zijn. Al in 1944 ontwierp Alex S. Tremulis zijn personal helicopter. Hiermee zou iedereen zich eenvoudig en snel kunnen verplaatsen. Het bleef bij een ontwerp. Van de Aerocar van de Amerikaan Molt Taylor, een synthese tussen auto en vliegtuig, werd begin jaren vijftig daadwerkelijk een prototype gebouwd. Tot een productie van de cockpit op vier wielen kwam het echter niet. De Amphicar in het Duitsland van de jaren zestig zocht de vrijheid op het water. Maar de techniek was te knullig en de prestaties op de weg en in het water te gering.

Th. van Delft, conservator van het Autotron in Rosmalen: ,,In de jaren zestig werd gedacht aan zonne-energie en elektriciteit. Philips experimenteerde met een heteluchtmotor. Veel ontwikkelingen zijn door autoconcerns en oliemaatschappijen tegengewerkt. Auto's rijden nog altijd op benzine en diesel. Er zijn wel hybridevoertuigen, die elektriciteit en fossiele brandstof combineren, maar massaproductie bleef uit.''

In de jaren zestig leefde het idee dat het autoverkeer onbeperkt kon groeien. Het overheidsbeleid sloot daarop aan. De tweede nota ruimtelijke ordening, midden jaren zestig, plande Nederland tegen het jaar 2000 vol met een onwaarschijnlijke hoeveelheid wegen. De wereld was dynamisch en zou nog dynamischer worden.

De kentering kwam in de jaren zeventig. Met de oliecrisis en de Club van Rome. Met het milieubesef en met het inzicht dat het verkeer een onaanvaardbaar aantal doden en gewonden kostte. De bewustwording leidde tot valhelmen, kreukelzones, autogordels, vangrails en minder slachtoffers. In de jaren tachtig verbeterde de techniek. Auto's werden zuiniger en schoner. Maar de ontwikkeling ging niet zo snel als gedacht.

Ir. L. van Kampen, voertuigspecialist van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV): ,,Op telematicaterrein is nog veel mogelijk. Zo wordt gewerkt aan een systeem dat ingrijpt in de snelheid. In Tilburg loopt een experiment. Maar grootschalige invoering van gedwongen snelheidsbeperking? Ik zou het toejuichen, maar politiek voorzie ik problemen.''

Automatische voertuiggeleiding, waarmee in de jaren zeventig al proeven zijn gedaan, zou volgens toenmalige verwachtingen in 2000 massaal worden toegepast. Over geleiders in het wegdek zouden computergestuurde auto's naar geprogrammeerde bestemmingen rijden, of zweven natuurlijk. Zonder ongelukken. Zonder files. Het bleven experimenten. Van Kampen denkt dat de geleide vervoersystemen pas over dertig tot veertig jaar een kans maken. Op kortere termijn ziet hij wel kansen voor individuele systemen zoals de cruise control, die de snelheid vasthoudt en de afstand tot de voorganger bewaart. De duurste Mercedessen hebben het al.

Van belang voor de positie van de auto is de veranderde waardering voor het openbaar vervoer in de jaren negentig. Die vorm van vervoer was lange tijd iets voor losers die geen auto konden betalen, en voor studenten. Maar met het groter worden van de verkeersknoop wordt het aantrekkelijk om comfortabel per hogesnelheidstrein de files op de autoweg te mijden. Nederland plant lightrail systemen die aansluiten op een netwerk van flitstreinen. Groningen-Amsterdam in twintig minuten. Maar de auto is niet verslagen. Het blijft een populair vervoermiddel. In dit laatste jaar van de eeuw zijn 600.000 nieuwe auto's verkocht. Een record.

De ontwikkelingen gaan wel ten koste van wat ooit zo belangrijk was: de individuele vrijheid. Daarmee is de auto ontheiligd. Het ideaal raakt steeds meer gevangen in regels, in verkeersregulering en in vergaande controle. Maar de regels zorgen er tegelijk voor dat de auto niet aan zijn eigen succes ten onder gaat.