Turkmenen hebben president voor leven

President Saparmurat Niyazov van de voormalige Sovjet-republiek Turkmenistan is gisteren door het parlement uitgeroepen tot president voor het leven. Oorspronkelijk zou hij tot 2002 aanblijven. De 59-jarige Niyazov accepteerde de uitslag van de stemming bescheiden: ,,Nu u deze beslissing hebt genomen, zal ik proberen uw vertrouwen waardig te zijn.''

Niyazov leidt de Turkmenen al sinds Sovjet-tijden. Hij was partijchef in de jaren tachtig en werd in oktober 1990 met 98,3 procent van de stemmen in een referendum tot president gekozen. In 1992 werd hij met 99,5 procent van de stemmen voor vijf jaar herkozen, in een tweede referendum. Nog twee jaar later werd de ambtstermijn van `Turkmenbasi' (`Leider van de Turkmenen') verlengd tot 2002, nu met 99,99 procent van de stemmen. (Reuters, AP, AFP)

Een onzer redacteuren voegt hieraan toe: Eerder deze week riep Niyazov de Turkmenen op op te houden met de campagne om hem president voor het leven te maken: ,,Alles is eindig, ook het presidentschap.'' Maar dat advies werd genegeerd door duizenden `arbeidscollectieven', die, geheel in sovjet-stijl, in boodschappen aan het parlement op de hoge eer bleven aandringen met het argument dat het ,,de wil van het volk'' is Turkmenbasi voor de rest van zijn leven aan het roer te laten staan. In het parlement zei gisteren een afgevaardigde dat steun voor Turkmenbasi neerkomt op steun voor Allah.

In Turkmenistan is sprake van een enorme cultus rond Turkmenbasi. Zijn portret hangt op elke muur, de kranten zingen zijn lof, en een stad, fabrieken, straten en een kanaal dragen zijn naam. Het parlement opent elke zitting met een eed van trouw aan Niyazov.

De president leeft in grote luxe – zijn zoon verloor in een Spaans casino eens op één nacht acht miljoen Britse pond – terwijl de gewone Turkmeen moet rondkomen van nog geen veertig gulden per maand. Oppositie bestaat niet, omdat ,,de Turkmenen er niet rijp voor zijn''.

Niyazov bestrijdt niet dat er een cultus rond zijn persoon bestaat. Die cultus, zei hij eens in een vraaggesprek, is ,,beter dan chaos, demonstraties en oproepen tot de omverwerping van alles.'' De enige keer dat het parlement tegen hem opstond was toen hij voorstelde, zijn verjaardag niet als nationale feestdag te vieren. Dat voorstel werd unaniem afgewezen.