SOCIALE PREMIES

Toelichting: Voor het premiegedeelte dat ten gunste komt van het wachtgeldfonds is een vervangende premie vastgesteld. Die wordt onder meer ingehouden over uitkeringen op grond van de WW, de ZW en de WAO en over de toeslag op grond van de Toeslagenwet. De vervangende premie komt ten laste van de werkgever en is voor het jaar 2000 vastgesteld op 0,92 procent (1999: 0,95 procent) met een franchise (premievrije voet) van 0 gulden per dag. Wanneer de uitvoeringsinstelling de uitkering via de werkgever uitbetaalt, wordt het bedrijfstakpercentage toegepast. Het Landelijk Instituut Sociale Verzekeringen (Lisv) stelt de premie per bedrijf vast.

Werkgevers betalen bovenop het brutoloon een overhevelingstoeslag ter compensatie van de premie voor de Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ) die voor rekening van de werknemers komt. De overhevelingstoeslag bedraagt 2,15 procent (1999: 2,20 procent) van het loon waarover premie wordt geheven. De toeslag wordt berekend over maximaal 85.150 gulden per jaar.

De WAO-premie bestaat uit twee delen: de basispremie (die voor alle takken van bedrijf en beroep geldt) en een gedifferentieerde premie die voor elk bedrijf apart wordt vastgesteld.

Aan de hand van het landelijk gemiddeld risico (2000: 1,43 procent) en de rekenpremie (2000: 1,54 procent) stelt het Landelijk Instituut Sociale Verzekeringen de gedifferentieerde premie vast. Gemiddeld bedraagt deze volgend jaar 1,39 procent (1999: 0,81 procent). Daarbij geldt voor grote werkgevers een maximale premie van 5,56 procent (1999: 3,24 procent). Kleine werkgevers betalen maximaal een gedifferentieerde premie van 4,17 procent (1999: 2,43 procent) en minimaal 1,24 procent (1999: 0,77 procent).

Het maximuminkomen per dag waarover WAO-premie moet worden betaald is in 2000 319 gulden (1999: 310 gulden). Hetzelfde maximum geldt voor de wachtgeldregeling en de Werkloosheidswet (WW).

De Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) is sinds 1998 vervangen door de Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen (WAZ). Deelname aan deze wet is verplicht voor zelfstandige ondernemers en `beroepsbeoefenaars'. De verzekerden hebben recht op een franchise (premievrije voet) van 29.000 gulden (1999: 29.000 gulden). De hoogte van de uitkering hangt af van de mate van arbeidsongeschiktheid en van de hoogte van het gederfde inkomen.

Bij de premieheffing voor het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf) geldt zowel voor de werkgever als voor de werknemer een franchise (premievrije voet) van 111 gulden per dag. Deze franchise is bedoeld om de lasten van werknemers aan de onderkant van de arbeidsmarkt te verlichten. De marginale AWf-premie voor werkgevers bedraagt in 2000 3,75 procent (1999: 4 procent) met een franchise van 111 gulden per dag. De werknemerspremie bedraagt in 2000 6,25 procent (1999: 6 procent) met een zelfde franchise of premievrije voet.

De aangegeven premiepercentages voor wachtgeldverzekering en VUT (vervroegd uittreden) betreffen geraamde gemiddelden. Deze premies worden vastgesteld door het Lisv.

In 1996 is de Ziektewet geprivatiseerd. In plaats daarvan is de Wet Uitbreiding Loondoorbetaling bij Ziekte (WULBZ) gekomen. Deze wet verplicht werkgevers om zieke werknemers gedurende 52 weken 70 procent van het loon door te betalen. Werkgevers kunnen zelf besluiten of ze voor deze kosten een particuliere verzekering afsluiten. Door de privatisering van de ZW zijn de wettelijke premies vervallen.

Voor de Algemene ouderdomswet (AOW), de Algemene nabestaandenwet (Anw) en de Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ), die samen de `volksverzekeringen' vormen, geldt een premievrije voet van 8.950 gulden per jaar.

De loongrens voor de ziekenfondsverzekering (ZFW) is vastgesteld op 64.600 gulden in 2000. Werknemers die een hoger inkomen hebben moeten zich particulier verzekeren. Wie ouder is dan 65 jaar en per 1 januari 1999 minder dan 41.100 gulden inkomen heeft valt onder de ziekenfondsverzekering.

Ziekenfondsverzekerden zijn ook een nominale premie ZFW verschuldigd. De hoogte hiervan wordt door de ziekenfondsen zelfstandig vastgesteld. Ervan uitgegaan wordt dat de gemiddelde nominale premie ZWF 410 gulden (1999: 356 gulden) per jaar per volwassene bedraagt. Voor meeverzekerde kinderen is geen premie verschuldigd.