Risico

,,Mijn grootvader was van 1893, mijn vader is van 1928,' vertelt schipper Dinus Jasper, terwijl we over de Rijn varen met de lading van ruim honderd vrachtwagens. ,,Een roef vol kinderen, houten schepen, alles nog op het zeil. Om één uur 's nachts wakker worden, hee, er is weer wind, varen! Mijn vader is zelfs nog scheepsjager geweest, op een grote Belgische knol, zeilschepen voorttrekken. Ik ben in 1958 geboren op de Risico. Een motorscheepje van 110 ton. Omstreeks 1961 kocht mijn vader er eentje van 135 ton. Dat was iets gigantisch.''

Heini, de grijze loods, klimt aan boord met een grote taart. Hij spreekt een mengeling van Duits en Nederlands, de oude taal van de marskramers en de hannekemaaiers, de taal ook van de rivier. We varen op het zogenaamde Adventswater, een golf extra hoog peil rond deze tijd. De mannen puzzelen of ze de bruggen nog zullen halen. Daarna vallen ze stil.

,,Mijn vader kon niet tegen het varen in de mist'', zegt Dinus opeens. ,,In 1983 kregen we een groot modern schip, met radar en alles, dag en nacht doorvaren. Mijn broer en ik hadden er geen problemen mee, maar mijn vader beende maar heen en weer door de stuurhut. Een schip varen terwijl je niets zag, dat ging tegen alles in.'' ,,Zulke kapiteins hadden wij ook'', zegt Heini. ,,Hij is er kort daarna mee gestopt'', zegt Dinus.

Hij laat het stuurhuis zakken voor een brug. ,,En je grootvader?'' vraag ik. ,,Ik denk dat die zich in deze tijd geen raad zou weten.'' De stroom is zo sterk dat de Marla bijna uit zichzelf gaat. Als Batavieren drijven we met onze containers door de nacht.