Lokale lasten komend jaar acht procent hoger

De lokale lasten stijgen volgend jaar in totaal met 1,2 miljard gulden. De heffingen van provincies, gemeenten en waterschappen zullen in 2000 acht procent hoger zijn ten opzichte van dit jaar.

Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) van de begrotingsvoorstellen van de lagere overheden. Gemeenteraden en Provinciale Staten kunnen deze voorstellen nog aanpassen.

De stijging van lokale lasten staat in schril contrast met de lastenverlichting van minimaal 5,5 miljard gulden die het kabinet beoogt met het nieuwe belastingplan. De opbrengst van gemeentelijke heffingen is voor 2000 begroot op bijna 11 miljard gulden, bijna negen procent meer dan in 1999. De grootste veroorzaker van de stijging is de onroerende zaak belasting (OZB) die gemeenten opleggen. Deze stijgt gemiddeld met 14 procent. Dat komt neer op een gemiddelde van honderd gulden per huishouden.

Voor een deel is de OZB-stijging het gevolg van het feit dat gemeenten de zogeheten Zalmsnip niet meer direct aan burgers uitkeren. De Zalmsnip is een bedrag van 100 gulden per huishouden dat de afgelopen twee jaren als een belastingkorting van minister Zalm (Financiën) werd uitgekeerd. In de meeste gevallen werd dit bedrag in mindering gebracht op de OZB. Volgend jaar hebben gemeenten de vrijheid om zelf te bepalen wat ze met de Zalmsnip doen, 75 gemeenten maken daar volgens het CBS gebruik van. Zij besteden het geld bijvoorbeeld aan het minimabeleid.

Minister Peper (Binnenlandse Zaken) heeft inmiddels aangegeven de vrijheid van gemeenten te beperken. Hij wil dat tenminste 75 gulden van de Zalmsnip direct terugvloeit naar burgers. Als dit alsnog wordt gedaan kan dat volgens het CBS de stijging van de lokale lasten met circa een procent beperken.

Naast de OZB begroten gemeenten grote stijgingen in de opbrengsten van bouwleges (17 procent) en parkeergelden (11 procent). Ook de toeristenbelasting stijgt gemiddeld fors (12 procent). Alleen de precariobelasting, een belasting op het hebben van uithangborden en dergelijke boven de openbare straat, en marktgelden gaan gemiddeld omlaag, respectievelijk met 4,1 procent en 0,8 procent. Bij provincies gaan de opcenten voor de motorrijtuigenbelasting met 9 procent omhoog.

Het CBS heeft een onderverdeling gemaakt van gemeentelijke heffingen in regio's. In de gemeenten in Flevoland blijken de lokale lasten het meest te stijgen: 15,8 procent. Ook Midden-Noord-Brabant (12,7 procent), Noordoost-Noord-Brabant (11,7 procent) en Utrecht (11,5 procent) behoren tot de grote stijgers. Inwoners van de Zaanstreek krijgen de laagste stijging (0,4 procent). Ook de verhogingen in Zuidoost-Friesland (1,1 procent) en Zuidwest-Overijssel (2,9 procent) blijven beperkt.