Lang leve en werke de kranige oudere

De Sociaal-Economische Raad deed regering en bedrijfsleven onlangs tal van aanbevelingen om de oudere werknemer langer aan het werk te houden. Waarschijnlijk worden vele adviezen in 2000 beleid.

Pal voor het begin van het kerstreces plofte bij regering en bedrijfsleven een stevig advies van de Sociaal-Economische Raad (SER) in de bus vol aanbevelingen over het bevorderen van de arbeidsdeelname van ouderen. Die arbeidsdeelname dient, als het aan de Raad ligt, vanaf nu tot 2030 te verdubbelen tot `meer dan 50 procent' van de 55- tot 65-jarigen. Nu beloopt die deelname nog maar ruim de helft. Meer dan een miljoen 55-plussers zitten in het zonnetje dan wel achter geraniums, terwijl bedrijven en instellingen kreunen onder personeelstekort. Verwacht wordt dat de regering snel over het SER-advies zal besluiten en de Tweede Kamer daarover zal berichten.

Daarmee komt er een formele streep onder één van de grootste na-oorlogse succesverhalen van Haagse beleidsmakers/-uitvoerders: het faciliteren en fiscaal stimuleren van vervroegde uittreding van oudere werknemers. Een decennium geleden hanteerde de overheid nog de leuze `Jong vóór oud' (in het arbeidsproces). Daarmee werd ouderen op hun verantwoordelijkheid gewezen om in het licht van de forse jeugdwerkloosheid als het even kon vervroegd op te krassen.

Aan prikkels en middelen was er geen gebrek. De WAO-poorten stonden wijd open, op vervroegd uittreden oftewel `vutten' stond fiscale beloning en werkloosheidsuitkeringen werden genereus aangevuld. Bij bedrijfssaneringen werden ouderen tot algemene tevredenheid als eersten op straat gezet en de zeldzame werkloze 57-plusser die aan solliciteren dacht werd voor a-sociaal versleten.

Het resultaat was spectaculair. Werkte in 1970 nog 46 procent van de 55- tot 65-jarigen, nu is dat maar 27,5 procent. Nog in 1996 werd vanuit de regering ten aanzien van ouderen het concept `demotie', of het spiegelbeeld van promotie, gepropageerd. Liet onderwijsminister Ritzen zich toen niet ontvallen dat oudere leraren in voorkomende gevallen een stapje terug dienden te doen in functie en salaris?

Toch was zelfs toen allang duidelijk dat ontgroening, vergrijzing en teruglopende geboortecijfers ons aller toekomst in hoge mate zouden gaan kleuren. Wil een bevolking zich alleen reproduceren, dan moeten de vrouwen minimaal 2,1 kinderen krijgen en ons geboortecijfer is teruggezakt naar ongeveer 1,7. Het Europees gemiddelde ligt daar zelfs nog wat onder. Zo simpel is dat. Acute arbeidstekorten zorgen nu voor de lang vertraagde omslag in denken. Al moest minister Jorritsma er afgelopen oktober door de Tweede Kamer nog op worden geattendeerd dat de begroting 2000 van Economische Zaken niets over de problematiek wist te melden.

Bij Sociale Zaken was men alerter. Afgelopen mei vroeg minister De Vries de Sociaal-Economische Raad advies over de vraag hoe de arbeidsdeelname van ouderen kan worden bevorderd. Dat advies kwam 17 december binnen. De exacte maatregelen die al in 2000 kunnen worden verwacht liggen natuurlijk nog niet helemaal vast. Maar afgaand op ervaring mag worden verwacht dat de `voorzetten' die de regering de SER in haar adviesaanvrage zelf gaf als eerste in beleid zullen worden omgezet.

De eerste `denkbare maatregel' die minister De Vries de SER voorhield betreft de benodigde mentaliteitsomslag. De leuze `Jong vóór oud' moet snel worden vervangen door `Lang leve en werke de oudere' of iets dergelijks. De SER-suggestie aan de overheid op dit punt zal beslist enthousiasme hebben gewekt in kringen van Postbus 51-spotjesmakers: ,,Start een voorlichtingscampagne gericht op het vergroten van inzetbaarheid, flexibiliteit en mobiliteit van 40-plussers.''

De tweede `denkbare maatregel' die de regering de SER suggereerde betreft ,,langer werken mogelijk en aantrekkelijk maken''. Daarop volgen nu reeksen aanbevelingen van de SER. Zoals: blijvend investeren in inzetbaarheid van álle werknemers; uitbannen van demotie; een leeftijdsbewust personeelsbeleid; meer kansen voor ouderen bij werving en selectie; flexibeler arbeidsvoorwaarden; nagaan of pre-pensioen- of flexibele pensioenregelingen een bewuste afweging tussen (door)-werken en pensionering mogelijk maken.

Kort samengevat: zorg ervoor dat de oudere werknemer er lol in krijgt langer door te werken. Dat het daar nog te weinig van komt bleek onlangs uit onderzoek dat Arbeidsinspectie op verzoek van minister De Vries van Sociale Zaken uitvoerde. Er wordt, zo bleek, in organisaties weinig gedaan aan loopbaanbegeleiding en oudere werknemers worden onvoldoende ontzien waar het gaat om belastend en onregelmatig werk.

De derde regeringssuggestie aan de SER gaat over het omzetten van VUT in pre-pensioen. Op dit punt is de Raad heel duidelijk, want ,,er moeten zodanige financiële prikkels komen dat mensen die langer blijven werken worden beloond en mensen die vervroegd uittreden de daaraan verbonden kosten zelf betalen''. Dus roept de SER inderdaad op de VUT `met voortvarendheid' om te zetten in pre- of flexibel pensioen. Daar komt een aanbeveling bij die binnenkort effectuering zal wachten: ,,Overweeg VUT-regelingen, die na een nader te bepalen datum tot stand komen, niet meer fiscaal te stimuleren.''

De vierde regeringswens betreft het ontmoedigen van het ontslag van ouderen. De SER neemt die wens integraal over en roept daarnaast op om bij onvermijdelijk ontslag nadrukkelijk rekening te houden met de arbeidsmarktkansen van betrokkenen.

De laatste `denkbare maatregel' die de regering de SER voorhield en nu als aanbeveling krijgt geretourneerd, geldt de instroom van oudere werknemers. Werd de werkloze 57,5-plusser afgelopen mei al verplicht zich bij Arbeidsvoorziening te laten registreren en aangeboden `gepaste' arbeid te accepteren, nu gaat de SER nog een stapje verder. De Raad beveelt het kabinet een gefaseerde invoering van de sollicitatieplicht voor 57,5-plussers aan en die kan in 2000 dan ook worden verwacht.