Kosovo

In een zeer aanvechtbaar betoog tegen internationale militaire actie ter bescherming van mensenrechten (NRC Handelsblad, 14 december) begint J.L. Heldring met het argument dat de actie van de NAVO in Kosovo ,,niet bepaald een succes geworden'' is, omdat zij politiek ,,eerder een averechts resultaat bereikt'' heeft: ,,in plaats van Servische terreur is er Kosovaarse terreur gekomen.''

Hoe lagen de zaken in Kosovo? Een kleine Servische minderheid (tien procent van de bevolking) heeft jarenlang de Albanese meerderheid onderdrukt en van alle politieke en culturele rechten beroofd. Toen zij in 1999 tenslotte overging tot grootscheepse uitmoording en uitdrijving van de Albanezen, greep de NAVO in. Resultaat: voltooiing van de Servische genocide werd voorkomen en honderdduizenden Albanezen konden naar hun land terugkeren. En dat alles met een minimum aan slachtoffers door de NAVObombardementen.

Dat bij een aantal teruggekeerde Albanese vluchtelingen, die hun huizen verbrand en hun familie vermoord vonden, wraakgevoelens leven tegen hun Servische beulen en dat die gevoelens tot daden geleid hebben waar stellig ook onschuldige mensen het slachtoffer van zijn geworden, is zeer betreurenswaardig, maar geenszins verbazingwekkend. Een kenner van de geschiedenis als Heldring – die bijvoorbeeld ook weet hoe de Duitse minderheden in Polen en Tsjechië in 1945 en volgende jaren behandeld zijn – zou dat moeten beamen.

In Nederland zijn in 1945-'46 enkele duizenden NSB-ers in gevangenissen en interneringskampen om het leven gekomen. Betreurenswaardig en beschamend. Maar geen reden om, zoals van NSB-zijde wel gedaan is, onze behandeling van politieke delinquenten gelijk te stellen met de miljoenenmoord in de Duitse vernietigingskampen.