De wereld zien vanuit de achtertuin

,,Ik heb volstrekt niets te maken met de twintigste eeuw'', is een van de gevleugelde uitspraken van de Belgische kunstenaar Thierry De Cordier (1954). En inderdaad, wie de uitnodigingskaart voor zijn tentoonstelling in het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst in Gent bekijkt, krijgt niet het idee dat het hier om werk van een hedendaagse kunstenaar gaat.

Afgebeeld is een zwartwit-foto van de kunstenaar die, met een wandelstok in de hand en een rol papier op de rug gebonden, uitkijkt over een mistig heuvellandschap. De matte afdruktechniek doet denken aan de vroegste voorbeelden van negentiende-eeuwse portretfotografie, terwijl onderwerp en compositie verwijzen naar de Romantiek. Het onderschrift van de foto, `Mont Ventoux', roept bovendien herinneringen op aan Petrarca, die in 1336 dezelfde berg beklom en zijn beschouwingen op het prachtige landschap beschreef in zijn wereldberoemde brieven.

Ook op de tentoonstelling in Gent, waar een honderdtal tekeningen van De Cordier te zien is, wordt al na een eerste blik duidelijk dat de kunstenaar zich in een andere eeuw, in de tijd van de renaissance bijvoorbeeld, waarschijnlijk beter had thuisgevoeld. De tekeningen geven de indruk alsof ze tientallen, zo niet honderden jaren geleden zijn ontstaan. Plattegronden van tuinen, bouwtekeningen van huizen en haast anatomische studies van bomen en planten zijn nauwgezet getekend als de wetenschappelijke schetsen van Leonardo Da Vinci. Het papier dat gebruikt is, ziet er bevlekt en vergeeld uit; alsof de tekeningen jarenlang onder het stof op een oude zolder hebben gelegen en nu als een pas ontdekte schat tentoongesteld worden.

Toch gaat het hier om werken die in het afgelopen decennium zijn ontstaan, het tijdvak dat De Cordier zelf zijn `Schorissiaanse periode' noemt. In 1988 betrok de kunstenaar met zijn gezin een vervallen boerderij in het Vlaamse gehucht Schorisse. Afgezonderd van de bewoonde wereld en in zelfverkozen armoede `denkt' hij hier `de wereld vanuit zijn achtertuin'. De Cordier noemt zichzelf misantroop, tuinier, heremiet, autodidact-architect, maar vooral zondagsfilosoof. Slechts sporadisch stelt hij zijn werk tentoon, al was dat in het verleden altijd wel op belangrijke plaatsen. Op de Documenta van 1992 in Kassel bijvoorbeeld, en op de Biennale van Venetië in 1997.

De tekeningen vormen het hart van De Cordiers denken en handelen, en doen gedetailleerd verslag van het leven dat de kunstenaar in Schorisse heeft geleid. Het huis en de omgeving zijn uitgebreid in kaart gebracht, tot de tegeltjes in de keuken aan toe. Belangrijk is de Jardinière, een schuilplaats die De Cordier achter in zijn tuin bouwde en die in verschillende tekeningen terugkomt. De ovaalvormige hut doet nog het meest denken aan een terp of een flinke grafheuvel. Het is het heilige domein van de kunstenaar, waar niemand mag binnentreden en waar De Cordier in opperste concentratie kan werken, als een monnik in zijn kloostercel.

Die concentratie is van de tekeningen af te lezen. Het handschrift van de aantekeningen en bijschriften is zo secuur dat het lijkt of de letters gedrukt staan. Niets is afgeraffeld en zelfs de kleinste details zijn met evenveel zorg op het papier gezet. De Cordier is een virtuoos tekenaar die slechts gebruikmakend van een simpele balpen en een voddig stukje papier tot wonderschone resultaten komt. Prachtig is bijvoorbeeld de tekening Inktbloeding uit 1992. Een op een oud muziekvel gedrukte notenbalk lijkt als een wond open te barsten en dikke klodders inkt naar buiten te spuwen. Het papier lijkt opengereten en uit de lijst naar voren te komen, zo plastisch is het geheel getekend.

In al hun ironie en zwaarmoedigheid sluiten De Cordiers tekeningen naadloos aan bij het karakter van de Belgische kunst. Zijn liefde voor taal en filosofie deelt de Vlaming met Marcel Broodthaers; het surrealistische karakter van zijn werk herinnert aan René Magritte. De Cordier portretteert zichzelf als regenworm, schildert heuvels in de vorm van billen en vagina's, en laat zijn vrouw vergroeien met een peer.

Helaas zijn niet al deze semi-dubbelzinnige tekeningen even geslaagd. De banale verwijzingen naar geslachtsdelen gaan op den duur vervelen en soms zijn de woordgrapjes wel erg flauw en oppervlakkig, zoals bij de tekening Handworst, die een soort boemerang met twee handen als uiteinden voorstelt.

De Cordier mag dan een onmiskenbaar Belgisch kunstenaar zijn, uit zijn meest recente werken spreken vooral de ambivalente gevoelens die hij voor zijn vaderland koestert. De haast pikzwarte tekeningen tonen het Vlaamse landschap in al zijn grauwheid. Eindeloze zompige geulen voeren naar de horizon, onder water gelopen akkers strekken zich uit zover het oog reikt. `Fucking Flanders' schreef de kunstenaar boven een van de mistige aardappelvelden. Thierry De Cordier heeft zelf uiteindelijk eieren voor zijn geld gekozen. Hij liet Schorisse achter en woont inmiddels in de veel zonnigere Franse Auvergne.

Tentoonstelling: Thierry De Cordier, tekeningen. T/m 27 februari in het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst, Citadelpark, Gent. Di t/m zo 10-18u. Catalogus BF 1500.