Bidden

Rector Dorsman van het Calandlyceum in Amsterdam heeft de islamitische leerlingen helemaal niet verboden om in de pauze te bidden. Hij heeft geweigerd te voldoen aan herhaalde verzoeken van twee leerlingen om een klaslokaal als gebedsruimte ter beschikking te stellen. De kop boven het artikel van 11 december is daarom onjuist en tendentieus.

Iedereen heeft vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst. Deze vrijheid omvat de vrijheid tot het belijden van zijn overtuiging of godsdienst, zowel in het openbaar als in zijn particuliere leven, ook door middel van eredienst en het inachtnemen van geboden en voorschriften. (art. 18 universele verklaring van de rechten van de mens)

Deze vrijheid is in de eerste plaats gegeven ten opzichte van de overheid en is niet absoluut. Godsdienstvrijheid gaat niet zover dat eenieder verplicht is moslims in staat te stellen aan al hun relegieuze voorschriften te voldoen en hun daartoe de middelen te verschaffen. De tweede pilaar van de islam is het gebed. Men dient elke dag op vijf vaste tijden te bidden, liefst samen in de moskee, maar als dat niet kan mag het ook individueel.

Het Calandlyceum is niet verplicht om islamitische leerlingen in staat te stellen op deze wijze hun geloof te belijden. De weigering om daarvoor een lokaal ter beschikking te stellen mag men daarom niet zien als een verbod om te bidden.

Zodra een openbare school gebedsruimte ter beschikking gaat stellen voor dergelijke nadrukkelijke geloofsbelijdenissen, verliest die school zijn neutraliteit.