Barre tijden in Berlijn

Het klinkt heel tegenstrijdig. Sinds de Duitse hereniging in 1990 wordt in de nieuwe hoofdstad gebouwd en gebouwd. Toch zit geen economische branche zo diep in problemen als de bouwbranche in Duitsland. Vorige maand ging een schok door de natie toen Philip Holzmann uit Frankfurt aan de rand van het bankroet bleek te balanceren. ,,Je zou zeggen dat het paradijs in de bouw is aangebroken, dat de hele sector zou floreren. Maar er zijn na de oorlog nog nooit zoveel Duitse bouwvakkers werkloos geweest.''

In de `gouden jaren twintig', toen Berlijn de filmhoofdstad was van Europa, kwamen ze er allemaal. Sterren als Charlie Chaplin, Greta Garbo en Marlène Dietrich. Er werd in de late namiddag thee gedronken en de gemaskerde bals duurden tot diep in de nacht. Het barokke hotel Esplanade was het culturele trefpunt van Berlijn.

Aan de vooravond van een nieuw millennium, herleeft het beroemde Esplanade. De 1.300 ton zware Kaisersaal, die na de Tweede Wereldoorlog uit het puin werd gered, is door de hijskranen van Hochtief tientallen meters verplaatst en ingeplant in het nieuwe Europese hoofdkantoor van Sony aan Potsdamer Platz.

Hoe hebben ze in deze kale zandvlakte ooit een stad kunnen bouwen, riep de schrijver Stendhal eens uit over Berlijn. Op het troosteloze stuk grond dat na de oorlog van de Potsdamer Platz was overgebleven, hebben architecten een soortgelijk kunststuk volbracht.

Aan de Potsdamer Platz, vlakbij de Brandenburger Tor en de Rijksdag, ontstaat een nieuwe, kleine hypermoderne stad – het Manhattan van Berlijn. Al ruim vijf jaar geldt Potsdamer Platz met zijn woud aan kranen als de grootste bouwput van Europa. Het is een van de plekken in het oude Berlijn, waar het `Neue Mitte' wordt opgetrokken. Beroemde architecten als Helmut Jahn en Renzo Piano zijn druk doende van Potsdamer Platz het nieuwe hart van de stad te maken.

Het gele bakstenen DaimlerChrysler-complex, het glazen Sony-gebouw met de unieke dakconstructie van een zeilschip, restaurants, megabioscopen, een filmmuseum, een Music Box, een musical-theater en een Marlène Dietrich-tentoonstelling met attributen van de actrice moeten het plein de levendigheid teruggeven uit vroeger tijden.

Potsdamer Platz is niet het enige grootse bouwwerk in het nieuwe centrum van Berlijn. De Britse architect Norman Foster is er in geslaagd de gerenoveerde Rijksdag binnen de kortste keren tot de grootste trekpleister van de stad te maken. Intussen verrijzen langs de Spree de contouren van Gerhard Schröders nieuwe bondskanselarij. Unter den Linden ondergaat een metamorfose en wordt tot de wandelboulevard die het ooit was. Op de Pariser Platz, aan de voet van de Brandenburger Tor, trekken de Britten, Amerikanen en Fransen naast het sjieke hotel Adlon hun vroegere ambassades nieuw op. Even verderop wordt een geheel nieuw centraal station van glas gebouwd, het Lehrter Bahnhof, plus een nieuwe metrolijn.

Sinds de Duitse hereniging in 1990 wordt in de nieuwe hoofdstad gebouwd en gebouwd. Dag en nacht klimmen de bouwvakkers over de stalen skeletten om de vele projecten op tijd klaar te krijgen. Toch zit geen economische branche zo diep in problemen als de bouwbranche in Duitsland. Vorige maand ging een schok door de natie toen Philip Holzmann uit Frankfurt aan de rand van het bankroet bleek te balanceren. De kranen van Holzmann aan de Pariser Platz stonden meteen stil. Mismanagement, mogelijk zelfs criminele handelingen, hadden het concern miljardenstroppen berokkend.

Een reddingsactie van de kanselier kon een faillissement van de tweede grootste bouwer in het land op het nippertje voorkomen. De 70.000 banen waren voorlopig gered; 30.000 bij Holzmann en 40.000 bij de talrijke toeleveranciers. Bestuursvoorzitter Heinrich Binder werd de laan uitgestuurd. Het personeel beloofde – buiten de vakbond om – langer en voor minder geld te werken.

Koortsachtig heeft het nieuwe management afgelopen weken met banken en adviesbureaus gewerkt aan een reddingsplan. Morgen zal een speciale vergadering van aandeelhouders in Frankfurt beslissen over de toekomst van de bouwer.

Maar nu al staat vast dat Holzmann alsnog wordt verkocht of in sterk afgeslankte vorm zal blijven voortbestaan. De situatie in de bouw blijft uiterst kritiek.

,,Het klinkt heel tegenstrijdig'', moet vakbondsleider Rainer Knerler toegeven. Hij is bestuurder van IG Bau, de vakorganisatie van bouwvakkers, in Berlijn.

Alleen al Berlijn telt 8.000 bouwplaatsen. In de hoofdstad is de afgelopen jaren door de overheid en het particuliere bedrijfsleven voor 30 miljard mark per jaar geïnvesteerd. ,,Je zou zeggen dat het paradijs in de bouw is aangebroken, dat de hele sector zou floreren. Maar er zijn na de oorlog nog nooit zoveel Duitse bouwvakkers werkloos geweest.''

Heiko Stiepelmann van de Deutsche Bauindustrie, de organisatie van werkgevers, beaamt dit. ,,Gezien het reusachtige bouwvolume in Oost-Duitsland is menigeen geneigd te denken, dat Duitse bouwers gouden tijden beleven. Duitsland heeft bovendien de grootste bouwmarkt in Europa. Maar Duitse bouwers beleven barre tijden, omdat er sprake is van grote overcapaciteit'', zegt Stiepelmann.

Nog nooit waren er zoveel faillissementen in de brance. In 1996 kwam een vierde van de faillissementen voor rekening van de bouw; in het Oosten van Duitsland was dat zelfs 36 procent. Sinds 1997 neemt het aantal faillissementen in West-Duitsland weliswaar licht af, maar dit jaar wordt het aantal bouwers dat bankroet gaat nog op 2.400 geschat. In Oost-Duitsland blijven de faillissementen stijgen van 1.651 in 1996 tot 2.000 dit jaar.

Meer dan 300.000 Duitse bouwvakkers raakten de afgelopen drie jaar hun baan kwijt, heeft de IG Bau berekend. De belangrijkste oorzaken van de crisis? ,,Open markten en hoge lonen'', zegt Stiepelmann en wijst op het proces van verdere Europese integratie. De internationale concurrentie in eigen land is verhevigd. Langzaamaan wordt ook Duitsland opengebroken. Geen enkele markt kan in Europa nog lang beschermd blijven.

Net zo goed als de liberalisering van de telecommunicatie- en de stroomsector Duitsland heeft geopend voor buitenlandse ondernemers zo ontkomt ook de gesloten wereld van de bouwers niet aan internationale concurrentie.

Een onontkoombaar proces, weet Stiepelmann. Maar dat Duitse politici na de hereniging verschillende landen zelfs uitnodigden om mee te dingen naar opdrachten ging hem te ver. Zo moesten Franse ondernemingen bijvoorbeeld uitdrukkelijk meedoen aan de bouw van de bondskanselarij.

,,Dat waren verkeerde beslissingen'', vindt Stiepelmann. Er werd op grond van politieke motieven gekozen in plaats dat de prijs van een project de doorslag gaf. Het gevolg was dat de bouwers in Berlijn ,,over elkaar heen struikelen''.

Ook leerde een rekensom dat Duitsland in de bouw al snel bekend stond als ,,hoge-lonen-land'', zegt Stiepelmann en legt in zijn Berlijnse kantoor een grafiek op tafel. De hevige concurrentie bracht snel aan het licht dat de salarissen van Duitse bouwvakkers royaal zijn vergeleken met die in andere Europese landen. Bedroegen de arbeidskosten van een werkgever in de bouw in West-Duitsland 100 procent, in Nederland was dat 85 procent en in Portugal 22 procent.

Een stormloop van buitenlandse bouwvakkers was het gevolg. Werkten er in 1992 gemiddeld nog 13.000 Europese werknemers in de Duitse bouw, binnen enkele jaren was dit cijfer gestegen tot 150.000 in 1998. Het betrof hier echter formeel aangenomen werknemers uit EU-landen, die door het vrije verkeer van goederen èn personen overal in de Unie mogen werken.

Duitse bouwvakkers zijn niet alleen door goedkopere collega's uit de markt gedrukt; nog grotere concurrentie vormen de illegale bouwvakkers uit Polen, Tsjechië, Rusland en de Oekraïne, zegt vakbondsleider Rainer Knerler. In grote kolonnes worden zwart-werkers uit deze landen aangevoerd, vooral door kleinere onderaannemers. Ze zijn bereid voor 10 mark per uur te werken en houden zich al helemaal niet aan de uren, die de Duitse CAO voorschrijft. Vaak slapen ze in containers op het bouwterrein, dat streng wordt bewaakt door particuliere bewakingsdiensten, weet Knerler. De regering van Gerhard Schröder is weliswaar haar belofte nagekomen dat er meer razzia's op bouwplaatsen worden uitgevoerd om illegale arbeid aan te pakken. Maar dat heeft volgens Knerler niet kunnen voorkomen dat een deel van de Duitse bouwvakkers - die gemiddeld 24 tot 25 mark per uur verdienen en een minimumloon kennen van 18,50 mark hun baan zijn kwijtgeraakt.

Het gevolg van de scherpe concurrentie is dat de winstgevendheid van Duitse bouwbedrijven is uitgehold. Bedroeg de winst na belasting in 1992 in de West-Duitse bouw bijna 3 procent van de omzet, in 1997 was deze gedaald tot onder de 1 procent, blijkt uit cijfers van de Deutsche Bauindustrie. In het Oosten van Duitsland zit het grootste deel van de bouwbedrijven in de rode cijfers.

,,De krappe marges zijn een belangrijke drijfveer voor bedrijven een project zo goedkoop mogelijk aan te bieden, maar met te optimistische calculaties kun je ook flink het schip ingaan'', zegt Stiepelmann verwijzend naar Holzmann.

,,Niet langer zijn alleen de kleintjes getroffen door de ruïneuze situatie, nu komen ook de grote bedrijven in moeilijk vaarwater.''

Stiepelmann stelt vast dat steeds meer bouwers hun vleugels in het buitenland uitslaan, omdat in Duitsland ,,geen droog brood meer te verdienen is''. Hochtief, de grootste bouwer, was al sterk in Australië en Afrika. Nu wil het bedrijf zijn positie verder uitbreiden in Zuid-Amerika. De vraag is wat er van Holzmann nog overblijft in Duitsland. IG Bau houdt er in ieder geval rekening mee dat in plaats van de aangekondigde 3.000 banen zeker het dubbele aantal zal verdwijnen.

Toch biedt de kwestie-Holzmann volgens Heiko Stiepelmann ook kansen. ,,We hebben nu de eenmalige mogelijkheid de dure bouw-CAO flexibeler te maken. Het kan niet zo zijn dat de werknemers bij Holzmann bereid zijn 6 procent loon in te leveren en enkele uren langer te werken, terwijl de overige bouwondernemers het maximale CAO-tarief moeten blijven betalen. Tal van bedrijven hebben hier al tegen geprotesteerd. Dat is oneerlijke concurrentie.''

De keuze is simpel, meent Stiepelmann: of er worden lagere schalen in de bouw-CAO ingevoerd, of er stappen ondernemingen uit de werkgeversorganisatie, zodat ze zich helemaal niet meer aan de CAO hoeven te houden. In Oost-Duitsland worden in bijna de helft van de gevallen de CAO-lonen niet meer betaald.

De vakbond van bouwwerknemers realiseert zich dat de redding van Holzmann op deze manier een akelige keerzijde kan hebben. De ondernemingsraad heeft zich – buiten de vakbeweging en de CAO om – vrijwillig bereid verklaard loon in te leveren en langer te werken, zodat de vereiste 240 miljoen mark worden bespaard.

,,De werknemers bij Holzmann zijn gevaarlijk ver uit het raam gaan hangen'', vindt Rainer Knerler van IG Bau in Berlijn. Daarom is de IG Bau druk bezig de werknemers van Holzmann te bewegen uitsluitend in het kader van de bestaande CAO salaris in te leveren. Er zijn genoeg manieren om de 240 miljoen te bezuinigen, meent Knerler. Hij laat doorschemeren dat de CAO in Oost-Duitsland mogelijkheden biedt in uitzonderingsgevallen de lonen zelfs met 10 procent te verlagen. ,,Maar het inleveren van salaris moet binnen de bestaande CAO gebeuren. We mogen niet riskeren dat de redding van Holzmann, het opblazen van onze eigen CAO betekent. We proberen juist orde te scheppen in de chaotische bouwwereld, niet nog meer wild-west-toestanden.''