Ziekteverzuim maakt tekort aan leraren nijpender

Terwijl het lerarentekort toeneemt, groeit ook het aantal leraren dat lange tijd ziek thuis zit. Scholen hebben te weinig geld en geen oog voor preventie van ziekteverzuim, vindt het Vervangingsfonds.

Een onderzoek bij dertig zieke leraren in de stad Rotterdam onthulde onlangs een harde werkelijkheid, zegt directeur N. Dekker van het Vervangingsfonds: een paar scholen waren hun zieke collega vergeten. Sommigen zaten al een jaar lang betaald thuis zonder dat iemand hen had gevraagd of ze weer wilden werken. Terwijl er een nijpend tekort is aan leraren. ,,Wij zijn ervan geschrokken. Scholen beschouwen langdurige ziekte als een vervangingsprobleem — hoe kan ik deze leraar vervangen? — maar het is eigenlijk een ziekteprobleem'', aldus Dekker.

Het heeft iets merkwaardigs: het lerarentekort groeit en tegelijk zitten leraren gemiddeld vaker en langer ziek thuis dan andere beroepsgroepen. De herintredende moeders met een lesbevoegdheid en Pabo-studenten zijn niet aan te slepen terwijl dit jaar dagelijks acht procent van de bevoegde leraren afwezig was wegens ziekte. Dat zijn 8.000 banen, bezet door veel meer deeltijders, tegen de 1.700 herintredende moeders die totnutoe geschikt zijn bevonden voor het vak. Meer dan de helft van de zieken heeft sociale of psychische klachten. ,,Dat zijn dus geen gebroken benen van de ski-vakantie'', zegt Dekker.

Hoogste tijd dat scholen iets ondernemen tegen verzuim, vindt de directie van het Vervangingsfonds. Het fonds ontvangt vaste premies van alle scholen. Daaruit betaalt het fonds het salaris van vervangers als een leraar ziek is. Door het tekort aan leraren is vervanging duurder geworden. Toen er nog leraren in overvloed waren, zette een school een goedkope pas afgestudeerde leerkracht in. Tegenwoordig moeten scholen een beroep doen op deeltijdleraren die duur zijn wegens het aantal dienstjaren dat ze hebben. Gevolg is dat het Vervangingsfonds minder premies ontvangt dan het aan vervangingssalarissen kwijt is, het verschil bedraagt dit jaar 4.7 miljoen gulden. In totaal gaf het Vervangingsfonds dit jaar 752 miljoen gulden uit.

In de praktijk houden scholen zich niet bezig met preventie van langdurig ziekteverzuim, zegt adjunct-directeur M. van der Hoff-Israël. ,,Dat is onverstandig want hoe meer leraren ziek worden, des te harder moeten hun collega's werken.'' Zo behoort een zieke leraar binnen uiterlijk drie maanden bezoek te krijgen van de bedrijfsarts. Van der Hoff-Israël: ,,De arts komt meestal pas langs als de drie maanden bijna voorbij zijn, omdat dat de regels zijn. Dat is zonde van de tijd — je kunt beter na twee weken al gaan kijken. Hoe langer iemand weg blijft, des te kleiner wordt de kans dat hij ooit terugkeert.'' Een leraar kan twee jaar lang ziek zijn voordat een school bevoegd is om iemand in zijn of haar plaats in dienst te nemen.

Schoolleiders zijn ook onzeker over de benadering van collega's die ziek thuis zitten, zegt Dekker. ,,Vaak zijn ze bang om iemand onder druk te zetten. Als je een kleine school hebt dan heb je bovendien weinig ervaring met bijvoorbeeld overspannenheid. Je kunt als schoolhoofd ook zelf een conflict hebben gehad met de zieke leraar.''

Bovendien hebben schoolbesturen volgens het Vervangingsfonds te weinig geld om hun schoolhoofden cursussen te laten volgen over preventie en aanpak van ziekteverzuim. De meeste kopen ook wegens geldgebrek een zo goedkoop mogelijke dienst bij een arbo-dienst. Dekker: ,,Dan hebben ze bijvoorbeeld een kaal pakket dat hen recht geeft op hooguit één artsenbezoek in de drie maanden.''

Het Vervangingsfonds – dat invallers uitbetaalt en preventie-cursussen geeft – gaat in januari 2000 scholen met een hoog verzuim voor het eerst aanspreken op hun verantwoordelijkheid. De 250 besturen van basisscholen, waar bijna één op de vijf leraren dagelijks thuis zit, krijgen allemaal bezoek. ,,We gaan kijken wat er aan de hand is, waarom leraren op díe tien procent van de scholen zo vaak ziek zijn.'' De schoolleiders worden aangespoord om persoonlijk een zieke leraar op te zoeken in plaats van hen te vergeten of over te laten aan de minder persoonlijk betrokken bedrijfsarts. Het project kost vijf miljoen gulden.

Het lerarentekort heeft ook zijn voordelen: als er geen vervanger te vinden is voor een zieke leraar Duits of Latijn, dan kán een school geen beroep doen op het fonds. Toch draait het uiteindelijk om een brede maatschappelijke keuze, vindt de directie van het Vervangingsfonds: voldoende geld om vervangers te betalen of op termijn steeds meer klassen naar huis sturen als de leraar of juf ziek is.