Rijn

`De Rijn is een man', schreef Heinrich Böll. De naam is Keltisch, de steden aan de oever zijn Romeins, de stemmen zijn Frans, Duits, Nederlands, de bruggen zijn Amerikaans, de kastelen zijn Duits en dood. De Rijn is Europa, dat ook.

Wie het belang van mijnheer Rijn recht wil doen moet, aldus Böll, zich voorstellen dat hij opgedroogd is, niet meer bestaat. Keulen zou een suf marktstadje zijn, voor vee en groente. In de droge rivierbedding zouden nog wat historische resten gevonden worden: medailles, een buste van Hitler die men zou aanzien voor een rare riviergod, een tank die in 1945 van de brug bij Remagen buitelde. De Rijn heeft alles braaf opgeslokt. De Rijn is tegelijk onze geschiedenis.

Nu vaar ik over de man, over Europa, en over de geschiedenis de eeuw uit. Het schip heet de Marla, de parel van de Danser Container Line, 110 meter lang, bouwjaar 1999. Er zijn 114 containers aan boord, met auto-onderdelen, elektronica, gemene stoffen en de verhuizing van iemand die naar Japan wil. De hoge stuurhut ziet er uit als een kantoor. Het roer is gekrompen tot een kleine metalen knop in een cockpit.

In de schemer zie ik verlichte huiskamertjes voorbij varen, met kerststerren en warme kachels. Ik raak aan de praat met schipper Dinus Jasper. Hij komt uit een geslacht van turfschippers, ik uit een zeilmakerfamilie. Met een sigaret in de mond manoeuvreert hij een sluis in, het oog op de beeldschermen aan zijn voeten. Later is er de maan, en de glinstering van de rivier. Dinus vaart op de vlekken en lijnen van de kleurenradar. We praten over onze grootvaders.