Met vallende ballen 2000 in

In sommige landen zal het vuurwerk van het nieuwe millennium vooraf worden gegaan door de val van een tijdbal, een grote bal die langs een dunne staaf omlaag valt. Met deze extra happening wordt een bijna twee eeuwen oude techniek nog eens gedemonstreerd. In de negentiende eeuw werd in vele steden met zo'n tijdbal het tijdstip van het middaguur aangegeven, opdat iedereen zijn uurwerk kon controleren.

De tijdbal werd in 1818 uitgevonden door Robert Wauchope (1790-1862), een kapitein van de Britse marine, die zich hierbij liet inspireren door de dertig jaar eerder uitgevonden optische telegraaf. In 1829 werd de tijdbal getest in Portsmouth, de stad van waaruit in de jaren zestig van de achttiende eeuw de zeewaardigheid van de chronometers van William Harrison was beproefd. Vier jaar later werd de eerste tijdbal in gebruik genomen op de sterrenwacht in Greenwich, bij Londen. Daarna werden in bijna tweehonderd steden ter wereld tijdballen in gebruik genomen. De meeste bevonden zich in havensteden, zodat de tijd – toen onmisbaar voor het bepalen van de geografische lengte op zee – aan schepen kon worden doorgegeven.

Tijdballen waren aanvankelijk van hout en leer, later van metaal. Meestal werd de bal, als vooraankondiging, vijf minuten voor het middaguur halfmast en twee minuten voor dit uur topmast gehesen. Het loslaten gebeurde eerst handmatig, later elektromechanisch. Soms werd de bal gelost door een telegrafisch signaal van de moederklok van een sterrenwacht, die zo als het ware de tijd `verkocht'. Omdat astronomen om 12 uur vaak zelf met het bepalen van de tijd bezig waren, liet men in sommige steden de bal een uur later vallen.

Internationaal was afgesproken dat het begin van de val van de tijdbal het daadwerkelijke tijdsignaal was en niet het moment waarop de bal halverwege of onderaan de mast was gekomen. Wauchope had tijdens zijn experimenten al gevonden dat een tijdbal zich vanuit de verte gezien pas merkbaar heeft verplaatst als hij over een afstand van ongeveer zijn eigen diameter is gevallen. Dit impliceerde dat men de bal, die gewoonlijk een diameter van één tot anderhalve meter had, viertiende van een seconde vóór het bewuste tijdstip moest loslaten.

Er waren ook uitvoerige regels voor wat men moest doen als de tijdbal weigerde te vallen, bijvoorbeeld als gevolg van vorst of een probleem met de mechanische of elektrische apparatuur. Als het euvel snel kon worden verholpen, moest men de bal precies vijf minuten later alsnog laten vallen. Was dat niet mogelijk, dan moest men de bal zo langzaam laten zakken dat die beweging niet voor een tijdsignaal werd aangezien. En wanneer de bal per ongeluk te vroeg viel, moest hij direct weer in top worden gehesen en op het juiste tijdstip nogmaals worden gelost. De nauwkeurigheid van dit tijdsignaal bleek meestal beter dan één seconde, wat voor zo'n mechanische procedure opmerkelijk goed was.

Na de komst van de radio met tijdsignalen, in 1904, begon de tijdbal zijn functie te verliezen. De meeste werden uiteindelijk, als ze door weer en wind waren aangetast, gesloopt. In enkele steden werden ze echter gerestaureerd en als cultuurhistorische attractie in ere gehouden. Op het U.S. Naval Observatory in Washington is afgelopen augustus zelfs een geheel nieuwe tijdbal in gebruik genomen. Die gaat deelnemen aan de eenmalige, wereldwijde time ball drop die tijdens de komende jaarwisseling zal plaatshebben.

Het idee van dit tijdbalspektakel is dat zoveel mogelijk van de nog bestaande tijdballen – een kleine twintig – worden ingezet voor het inluiden van het jaar 2000. Deze keer zullen de tijdballen dus niet vallen op het middaguur, maar op het middernachtelijk uur en in het licht van schijnwerpers. Het juiste tijdstip wordt doorgegeven met het wereldwijde Global Positioning System (GPS).

De sterrenwacht in Washington heeft deze time ball drop georganiseerd. Ze laat weten dat zij over een jaar met haar tijdbal het Derde Millennium zal inluiden, daarmee aangevend dat zij de komende jaarwisseling niet als een millenniumwisseling beschouwt.