Koks agenda

ALS DE TWEEDE Kamer niet met kerstreces zou zijn geweest, had minister-president Kok vanmiddag stellig moeten verschijnen bij het vragenuur om uitleg te geven over het vraaggesprek dat hij afgelopen zondag voor Radio 1 heeft gegeven. Subtiel maar desondanks voor de goede verstaander op zeer duidelijke wijze maande Kok in dat gesprek coalitiepartner VVD afstand te nemen van de strenge budgettaire regels uit het regeerakkoord. Wie weet hoe gevoelig deze zaak momenteel in de coalitie ligt, beseft dat Kok met zijn opmerkingen politiek hoog spel speelt.

Geheel uit zichzelf en dus niet in antwoord op een vraag verklaarde de premier in het gesprek dat het tijd was voor een `nieuwe politieke agenda' nu er na jaren van bezuinigingen en saneringen een periode aanbrak van begrotingsoverschot. Volgens Kok bieden de gewijzigde financiële omstandigheden ruimte voor het beantwoorden van de vraag hoe om te gaan met zaken als toenemende vergrijzing, de invulling van het onderwijs en de veiligheid op straat.

Wat Kok met zoveel woorden aankondigt, is een aanpassing van het regeerakkoord. Hoe kan anders een nieuwe politieke agenda, een ,,agenda van het overschot'', zoals Kok ook nog zei, worden vormgegeven? Maar dan ontstaan ook direct de problemen. Waar Kok laat doorschemeren meer geld voor bepaalde uitgavencategorieën beschikbaar te willen stellen, heeft de VVD juist op het punt van de financiële discipline een duidelijke lijn getrokken. Fractievoorzitter Dijkstal waarschuwde vorige week in De Telegraaf dat de toekomst van het kabinet op het spel kwam te staan als er gemorreld zou worden aan de in het regeerakkoord vastgelegde budgettaire regels. En over die regels gaat de discussie die de VVD aan de ene kant en PvdA en D66 aan de andere kant steeds openlijker voeren. Die discussie heeft met het pleidooi van Kok een nieuwe dimensie gekregen.

IN HET REGEERAKKOORD dat de drie coalitiepartijen in de zomer van 1998 met elkaar sloten is nauwkeurig omschreven hoe moet worden omgegaan met de uitgaven en de inkomsten. Als gevolg van de telkens hogere dan in 1998 voorziene economische groei, doen zich vooral aan de inkomstenkant meevallers voor. In het regeerakkoord staat dat deze meevallers volgens een bepaalde verdeelsleutel moeten worden aangewend voor reductie van de staatsschuld en voor lastenverlichting. PvdA en D66 vinden dat nu de tijd van begrotingsoverschot is aangebroken er ook ruimhartiger moet worden omgegaan met de uitgavenkant van de begroting, en dat een deel van de meevallers ook kan worden aangewend voor zaken als zorg en onderwijs.

In dat dispuut heeft Kok nu positie gekozen tegen de VVD. Het maakt zijn tevens in het vraaggesprek van afgelopen zondag gemaakte opmerking over de geïsoleerde positie van de VVD extra pikant. De ,,rots van de VVD'' steekt volgens Kok uit in ,,een zee met veel water en weinig andere rotsen''. Hij stelde vast dat een VVD die partijpolitiek en programmatisch steeds verder af komt te staan van de andere partijen niet blijvend op regeringsdeelname kan rekenen. Op zichzelf is dat een constatering waar weinig op valt af te dingen. Maar in de context van de discussie over de financiële discipline is zo'n opmerking veel eerder een regelrechte waarschuwing aan het adres van de liberalen.

DE RUST VAN het kerstreces zorgt ervoor dat de geladen woorden van Kok niet direct tot politieke opwinding hebben geleid. Toch is ondanks dat reces enige opheldering gewenst. Cruciaal is het antwoord op de vraag of Koks nieuwe agenda ook een andere interpretatie van de budgettaire regels in het regeerakkoord bevat. Dan wordt tevens duidelijk of de van de VVD afkomstige minister van Financiën nog kan rekenen op de volle steun van de minister-president.

Inmiddels is het politieke feit daar dat de scheidslijnen nu ook binnen het kabinet gestalte krijgen. Het is een op het eerste gezicht luxe strijd om de meevallers. Maar voor de coalitie zouden de meningsverschillen hierover wel eens kunnen uitmonden in een jubeljaar met een voortijdig einde.