In Roemenië zijn mensen zwart of wit en is relativering ongepast

Het openbaar debat in Roemenië wordt ook na tien jaar nog gekenmerkt door een uiterst ongenuanceerde confronterende stijl.

Een barricade heeft maar twee kanten. Dat geldt nog volop voor het Roemenië van nu. Anders dan elders, waar op de lange mars naar een civiele samenleving waarden als tolerantie, wederzijds respect en openheid een rol zijn gaan spelen, is Roemenië blijven steken bij die barricade: het openbaar debat verloopt in een niet aflatende sfeer van confrontatie en wederzijdse minachting, verkettering en verdachtmakingen: zaken en mensen zijn zwart of ze zijn wit. Daartussen bevindt zich niets, geen tussentinten, geen relativering, geen zakelijke beoordeling van thema's en mensen. Het geldt voor elk parlementsdebat en voor elk krantenartikel.

Een commissie van het Roemeense parlement boog zich gisteren over een lijst kandidaten voor de raad die moet toezien op de bestudering van de dossiers van de gevreesde Securitate, de vroegere geheime politie. Ze besloot twee voorgedragen kandidaten te schrappen. Het eerste slachtoffer was Mircea Dinescu, de internationaal vermaarde dichter, een van de weinige dissidenten die indertijd Conducator Nicolae Ceausescu en zijn Securitate durfden te weerstaan. Hij moest dat destijds bekopen met huisarrest: twee securisti voor de deur en dag en nacht angst voor arrestatie. Hij werd op 22 december 1989 vanuit zijn privégevangenis linea recta naar het centrale plein van Boekarest gebracht en verkondigde daar vanaf het balkon waarvandaan het echtpaar Ceausescu drie kwartier eerder per helikopter was gevlucht tegenover een euforische menigte dat de dictatuur eindelijk, eindelijk was gevallen. Vijf dagen later werd de kleine man met een brein van kwikzilver (en een dito temperament) voorzitter van de Roemeense Schrijversbond. Hij leidt nu een satirisch weekblad.

De tweede naam waarover de parlementariërs gisteren struikelden was die van Andrei Plesu, óók een dissident, hoewel niet zo'n openlijke als Dinescu. De filosoof, en literatuurcriticus werd na de revolutie minister van Cultuur en was tot midden deze maand minister van Buitenlandse Zaken – een intellectueel van Europees formaat, en bovendien een man die bekend staat om zijn integriteit.

Maar Dinescu en Plesu mogen zich van het parlement niet bezighouden met de Securitate-dossiers omdat ze, welke ook hun rol als dissident was, in een zeer ver verleden lid van de communistische partij zijn geweest. De ex-communisten van Ion Iliescu mogen wel drie van de elf leden van de commissie leveren. Ook de openlijk racistische en extremistische Groot-Roemenië Partij PRM mag één lid van de commissie voordragen. De PRM staat bekend als de `politiepartij' waarin veel vroegere leden van de Securitate hun toevlucht hebben gezocht en gevonden. De partij wordt geleid door Corneliu Vadim Tudor, parlementariër en hoofdredacteur van het anti-Hongaarse en antisemitische blad România Mare, die zich onlangs onderscheidde door de zoon van president Constantinescu van een dubbele moord te beschuldigen

Een ander voorbeeld van de ongenuanceerde zwart-wit-benadering in het openbaar debat gaf gisteren de Christen-Democratische Boerenpartij PŅTCD, de belangrijkste partij in de Roemeense regeringscoalitie: ze gooide Radu Vasile uit de partij. Vasile was premier van Roemenië tot midden deze maand. Hij was ook secretaris-generaal van de PŅTCD.

Maar Vasile had op 13 december, verwijzend naar de grondwet, nog even geweigerd als premier op te stappen nadat de president hem had ontslagen. Dat was, zo concludeerde gisteren de partijleiding, ,,chantage''. En dus schrapte ze hem niet alleen als leider maar liet ze het ex-boegbeeld ook als een baksteen vallen.