Hoogste boete voor beursfraude: 1 miljoen

De Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE), de waakhond van de beurs, kan met ingang van 1 januari 2000 overtreders boetes geven van 1.000 gulden tot maximaal 960.000 gulden. Daarnaast kan de STE een dwangsom opleggen, waarvan de hoogte door de waakhond zelf kan worden vastgesteld.

Dit heeft de STE gisteren bekendgemaakt. Overtredingen die met een boete of dwangsom bestraft kunnen worden zijn bijvoorbeeld het bemiddelen in effecten zonder vergunning en het nalaten van de verplichte melding van een aanmerkelijk belang in een beursgenoteerde onderneming. De opgelegde santies zullen ook worden gepubliceerd.

De sancties maken deel uit van de verscherping van het toezicht op de financiële wereld, waartoe de Tweede Kamer al eerder heeft besloten op voorstel van minister Zalm (Financiën). Ook kan met de bestuurlijke sancties het Openbaar Ministerie worden ontlast. Omdat een overtreder niet voor hetzelfde vergrijp èn een bestuurlijke sanctie kan krijgen èn strafrechterlijk kan worden vervolgd, zullen de STE en het OM per geval overleggen.

In de Wet toezicht effectenverkeer (Wte 1995) en de Wet melding de zeggenschap in beursgenoteerde ondernemingen (Wmz 1996), die met het oog op de sancties per 1 januari 2000 wordt aangepast, is de hoogte van de boetes vastgelegd.

Aan elke overtreding is een tarief gekoppeld van 1.000 tot 192.000 gulden. Die bedragen worden vermenigvuldigd met een `draagkrachtfactor' van één tot vijf, die afhankelijk is van het eigen vermogen van de instelling.

Tegen de boetes en dwangsommen kan bezwaar worden aangetekend bij de STE. Daarna kan de gestrafte beroep aantekenen bij de rechtbank in Rotterdam en uiteindelijk in hoger beroep gaan bij het College van Beroep voor het Bedrijfsleven.