Ha, denkt de voordeur als je bijna thuis bent. Ik mag open.

In de Jaarbeurs in Utrecht kun je zien wat er nu, over een maand en over een jaar allemaal kan met de aandrijvers van de Nieuwe Economie: Internet en de mobiele telefoon. Hoe gaan ze ons leven veranderen? En wat vinden we daarvan? Een middag in Media Plaza met acht early adapters, van wie er al één met zijn telefoon het web op kan.

Bent u een vrouw? Wordt u kwaad van eh... vaste rolpatronen? Lees dan niet door. In dit verhaal liggen de rollen namelijk zo vast dat het lijkt of er tussen 1900 en 2000 geen veranderingen zijn geweest.

De mannen praten.

De vrouwen worden in de rede gevallen.

De mannen gaan skyhigh en verklaren, om maar eens wat te noemen, de penetratie van de mobiele telefonie in Finland uit de agressieve concurrentieverhoudingen tussen de aanbieders, waardoor de prijzen lager zijn dan waar ook. (Wat zo is.)

De vrouwen – nee wacht, niet overdrijven. Eén van de vrouwen, down to earth, zegt: ,,Komt het niet gewoon doordat het daar altijd zo donker is?'' (Wat ook zo is.)

De mannen worden lyrisch bij de gedachte dat ze straks nooit meer op zaterdag paniekerig door de supermarkt hoeven te dwalen – moest ik nou spa rood of spa blauw meenemen en hoe zie ik in godsnaam het verschil tussen een goudrenet en een cox d'orange?

De vrouwen kunnen zich niet voorstellen dat ze ooit een avocado zouden kopen zonder dat ze die in de winkel met hun eigen handen hebben gecontroleerd op structuur en rijpheid.

Natuurlijk is dit ook overdreven. Maar het geeft te denken als je een verhaal wilt maken over Internet en mobiele telefonie, en how it is going to affect our lifes, en je komt terecht in een discussie waarbij de standpunten verdeeld blijken te zijn volgens oeroude scheidslijnen.

Boodschappen doen is vreselijk!

Nee, boodschappen doen is leuk!

En dan hebben we het hier niet over doorsnee-vrouwen, maar over vooroplopers, early adapters, vrouwen die al jaren met Internet werken, of voor wie Internet hun werk is: Hollis Kurman (managing partner van Publicis Consultants), Saskia Reuling (partner bij Schut & Grosheide Advocaten), Katherine-Lee Weille (psychotherapeut), Marleen Stikker (directeur van Internetcafé De Waag) en Miranda Hoogendoorn (consultant bij McKinsey).

De mannen zijn Gottfried Leibbrandt en Sven Smit van McKinsey, en Ton Risseeuw, voorheen president-directeur van Getronics. Sven Smit werkt in deeltijd. Hij heeft zijn dochter bij zich.

Ook vooroplopers.

Maar niemand, niemand die in de lach schiet als een van de vrouwen zegt dat ze helemaal geen zin heeft om een recept voor appeltaart van Internet te halen, ,,ik bel liever mijn moeder'', en dat een van de mannen dan, voordat hij aan zijn antwoord begint, terloops zegt dat appeltaart, laat staan de recepten daarvoor, hem absoluut niet interesseren.

Ben je een kind van zes en kun je al over nieuwe economie lezen? Lees dan door. Dan kun je zien hoe waar het is wat – gaap – ouders altijd zeggen over kinderen en de computer: ze kunnen het vanzelf.

De dochter van Sven Smit, ze heet Veerle, mag van Vincent Everts van Media Plaza op een groot beeldscherm een spelletje demonstreren. Eerst, klik-klik, kiezen wie ze is. En dan haar tegenstander uitschakelen.

Het gaat beter dan haar vader had gehoopt.

Later mag ze spelen met Vincent Everts' computerhondje, zo'n beestje met een cameraatje in zijn neus, infrarode lampjes in zijn ogen en sensoren in zijn staart, zodat hij kan kwispelen en blij kan blaffen. Vincent Everts heeft hem voor vijfduizend dollar gekocht via Internet. ,,Sony had er tweeduizend gemaakt, ze waren binnen twintig minuten uitverkocht'', zegt hij. Hij raffelt er in een taal die we een paar jaar geleden nog niet verstonden meteen het Internet-adres achteraan. Www dot Sony dot Aido dot com. ,,Daarna maakte Sony er tienduizend. Vijfentachtigduizend mensen wilden er één hebben.''

Hij zegt dat iedereen binnen een jaar Internet via de televisie krijgt — ,,niemand wil het, maar het wordt gewoon over ons uitgestort'' — en om te laten zien hoe interactief dat dan wordt, klikt hij een filmpje van Wim Kok aan. Het filmpje, anderhalf jaar oud, waarin de premier zich door een meisje van zes laat uitleggen hoe Internet werkt en hij zo te zien voor het eerst van zijn leven een muis vastpakt.

,,O nee'', roept Marleen Stikker. ,,Niet weer. Die man heeft het afgelopen jaar zo veel bijgeleerd.''

Ton Risseeuw: ,,Ik hoorde hem laatst vragen hoe je muziek kunt downloaden.''

Dat filmpje is nu al een cliché. Vincent Everts raakt met een vingertop het beeldscherm aan. Weg filmpje.

Daarna vraagt hij: ,,Wat wordt het medium van de toekomst?'' Alsof deze mensen dat niet allang weten. De mobiele telefoon natuurlijk. De mobiele telefoon met toegang tot Internet en een global positioning system dat altijd vertelt waar de eigenaar zich bevindt. Ha, denkt de voordeur als je bijna thuis bent. Ik mag open.

CNN maakt al nieuwsberichtjes die precies op het schermpje passen. En zoek je contact met de website van BMW, dan komt er een autootje over je schermpje aangereden.

Thunderbird-futurisme. Het begint al als je binnenkomt. De ontwerpers van het interieur van Media Plaza hebben bedacht dat dat moet in het halfduister, door een tunnel, over een plexiglazen brug die zo glad is dat je moeite moet doen om niet uit te glijden. Intussen ruik je ozon en eerst kreeg je ook nog een heel klein schokje toegediend — je mocht eens vergeten dat je hier in het voorportaal staat van de Nieuwe Wereld.

Wat zullen we hier later om lachen. Wat zullen we vertederd terugdenken aan de tijd dat groepjes mensen naar Utrecht reisden om zich daar, zoals de Amerikaanse elite een eeuw eerder bij de eerste gloeilampen van Edison, in met rood pluche beklede amfitheatertjes te vergapen aan De Computer en alles wat die kan.

Maar daar zijn de mensen van vanmiddag al aan voorbij. (Ze zijn gekomen omdat deze krant het ze gevraagd heeft.) Zij klagen vooral dat we met de computer verdomme nog in het stadium zitten van de allereerste auto's — een motor met een koets eromheen — en hoe lang gaat het nog duren voordat het allemaal écht werkt?

Kleine bloemlezing van de opmerkingen als ze na Vincent Everts' presentatie achter een laptop gaan zitten om elektronisch te discussiëren over het onderwerp van dit verhaal, how it is going to...

Volgens mij is het systeem vol.

Ik krijg geen schrijfrechten.

Voor de zekerheid sla ik het nog maar even op.

Pas op, als je op escape drukt, zijn we alles kwijt.

Hoeveel mensen hebben een error-melding gekregen?

En dan het gelach als Ton Risseeuw zegt dat hij zijn nummerherkenning niet ingeschakeld kan krijgen. ,,Zal ik het doen?'' zegt Vincent Everts. ,,En zal ik SMS ook even voor je programmeren?'' Daarmee kunnen letterberichtjes worden verstuurd. Maar er zijn maar weinig Nederlanders die weten hoe dat moet. ,,Doe het voor mij ook even'', zeggen Hollis Kurman en Saskia Reuling.

Maar de nummerherkenning van Ton Risseeuws toestel doet het gewoon niet. En de SMS van Saskia Reulings toestel ook niet.

,,De grote doorbraak van de T-Ford kwam ook pas toen de mensen er een gereedschapskist bij kregen'', zegt Gottfried Leibbrandt.

,,De up front-investering om alles te laten werken zoals je wilt is enorm'', zegt Miranda Hoogendoorn. Al bijna een ouderwets gezicht, acht mannen en vrouwen achter grijze computers. ,,Moet ik alles gaan tikken?'', vraagt Ton Risseeuw.

Nee, er mag ook worden gepraat. Maar al gaat het primitief, het is handig om alle meningen op een beeldscherm aan de muur te zien verschijnen.

,,Ben jij dat?'' vraagt Gottfried Leibbrandt aan zijn collega Sven Smit. Die typt bij de vraag of het prettig is dat door Internet en de mobiele telefonie de grenzen van tijd en plaats, van privé en openbaar vervagen: ,,Het leven wordt er rustiger van. Ik kan steeds beslissen om communicatie uit te zetten.''

,,Ja, dat ben ik'', zegt Sven Smit.

,,Ben ik helemaal niet me je eens'', zegt Gottfried Leibbrandt. Hij typt: ,,Ik ben erg gesteld op de scheiding zakelijk en privé. Ik vind het al een inbreuk als ik in het weekend een zakelijk telefoontje krijg. De mindset voor zakelijk en privé is anders.''

,,Ik vind het veel prettiger als alles door elkaar heen loopt'', zegt Sven Smit. Hij wijst naar zijn dochter die achter hem op de grond zit te spelen. ,,Anders ben ik zo'n vader die alleen maar altijd weggaat en wat doet hij dan?''

Hij typt: ,,Dit is terug naar de tijd van de jager/verzamelaar toen er ook geen grenzen waren tussen de werelden.''

,,Dat is een misconceptie'', zegt Gottfried Leibbrandt. ,,In de oertijd was er een extreme scheiding tussen de werelden. De mannen gingen jagen, de vrouwen bleven thuis.''

,,Ik probeer parttime te werken'', zegt Sven Smit. ,,Op vrijdag ben ik thuis. Dat kan omdat ik dan toch bereikbaar ben voor urgente zaken. Die kunnen dan op de fax.''

,,Fax?'' zegt Vincent Everts.

,,Nou ja, e-mail. Het gevaar is alleen dat er bij andere mensen een verwachtingspatroon ontstaat. Die worden boos als ze je een keer niet kunnen bereiken.''

Gottfried Leibbrandt: ,,Ik was deze zomer met een vriend met vakantie. Ik heb een week lang mijn mobiele uit gehouden. maar hij was met een deal bezig, dus hij hield hem aan. Hij heeft zich die week niet ontspannen.''

Hollis Kurman: ,,Dat is toch echt vervelend.''

Saskia Reuling: ,,Heel vervelend.''

Ton Risseeuw: ,,Daar ben ik het toch niet mee eens. Zolang ik bedrijvig was heb ik altijd gevonden dat ik bereikbaar moest zijn. Door e-mail en de mobiele telefoon is mijn bewegingsvrijheid in de laatste jaren alleen maar groter geworden. Alleen als ik een ronde ging golfen ging de telefoon uit. Maar dan heb je nog altijd de voice mail.''

Hollis Kurman: ,,Interessant dat we het maar over één richting hebben: werk dat je privéleven beïnvloedt. Ik vind het heerlijk om dingen uit mijn privéleven te gebruiken in mijn werk.''

Gottfried Leibbrandt: ,,Je zit midden in een vergadering en je vrouw belt dat de loodgieter voor de deur staat. Bedoel je dat?''

,,Nee!'', zegt Hollis Kurman. ,,Nee, dat bedoel ik niet.'' Ze is Amerikaanse en ze werkt voor Publicis. Ze typt: ,,Private and professional life are both enriched. Why should my brain stop working in one direction as I pass from one role to the next?''

Saskia Reuling: ,,Ik heb mijn telefoon nu uit gezet, maar ik heb toch de neiging om even te luisteren of er berichten zijn. Want het is een werkdag en er komt een kort geding aan en eh... Ik zou een stuk rustiger zitten als ik dat ding gewoon niet had.''

Vincent Everts: ,,Of je zou hier niet zitten.''

Saskia Reuling: ,,Ik heb soms last van de stress van alle mogelijkheden. Je komt thuis en voordat je je jas uit hebt, kijk je naar je e-mail en je fax. Dat moet ik niet doen. Dat is niet goed.''

Ton Risseeuw: ,,Niet goed? Heerlijk juist. Weet je nog hoe moeilijk het vroeger was om mensen te bereiken? Je zat altijd maar te wachten op bericht. Ik vond dat heel lastig en emotioneel veel moeilijker.''

En dan nu een kleine bloemlezing van de antwoorden die deze mensen geven op de vraag wat ze doen met Internet.

Ik communiceer met vrienden.

Ik gebruik het als alternatief voor bellen, vooral als ik geen zin heb om iemand aan de telefoon te krijgen maar toch iets te communiceren heb.

Ik hou contact met een hoop familie en vrienden in mijn geboorteland. Dat heeft me erg geholpen om door de heimwee van immigratie te komen. (Deze is van Katherine-Lee Weille, zij is ook Amerikaanse.)

Ik zoek informatie op.

Ik krijg steeds meer de neiging om naar Internet te gaan als ik iets niet weet.

Ik gebruik het professioneel in al mijn communicatie. Privé ben ik er voorzichtig mee, ik heb een paar slechte ervaringen.

Ik koop CD's en boeken.

Uitzoeken wat een redelijke prijs is voor zaken die ik dan toch in een bricks-and-mortar winkel ga kopen.

I love it and I use it, but – as with all tech toys – I'm always afraid to buy something for fear that the next generation is just around the corner.

Ik heb mijn vriendin op Internet gevonden. (Deze is van Vincent Everts.)

Wat de meeste emoties oproept: een mobiele telefoon die aan iedereen kan vertellen waar je bent. De extremen:

Geweldig, hij kan namelijk ook uit.

Dat vind ik een nachtmerrie.

En:

Ik geef er een aan de kinderen, met een soort radarcontrolroom in de keuken. Er gaat een alarm af als ze van de voorgeschreven route afwijken.

Maar ook: De verplichting van het bij je dragen van je paspoort zal worden vervangen door het verplicht aanzetten van je GPS-monitor.

Het big brother syndroom wordt een small brothers systeem. Iedereen houdt iedereen in de gaten. Mensen krijgen macht over elkaar. Inclusief de sociale druk dat je niet off-line mag zijn.

Maar niemand die boos wordt als Sven Smit zegt dat hij er geen probleem mee zou hebben dat de overheid voor het oplossen van misdrijven altijd toegang krijgt tot die informatie. Ze zien het als een mooi onderwerp van discussie.

Marleen Stikker: ,,Ik sprak met mensen van de belastingdienst en die vragen zich steeds vaker af wat meer waard is. Wat mensen zelf tegen hen zeggen? Of de gegevens die ze over mensen verzamelen. Wat heeft rechtsgeldigheid? Het hele idee democratie gaat veranderen.''

Gottfried Leibbrandt: ,,Vorige golven van technologische vernieuwing zijn allemaal keurig opgenomen in het rechtsstelsel. Alle auto's hebben een nummerbord en we hebben afspraken over het afluisteren van de telefoon. Maar het gaat nu zo snel dat je je afvraagt of de absorptiecapaciteit van het stelsel wel groot genoeg is.''

Ton Risseeuw: ,,Bij mijn afscheid zei de minister dat ik mede een lintje kreeg omdat wij een hoogleraar Ethiek in Informatica sponsorden. Als ondernemer zie ik veel bedreigingen in de wetgeving rondom de privacy. ICT dreigt in hetzelfde hokje te worden gezet als kernenergie.''

Het verkeerde hokje, bedoelt hij. Hij zegt: ,,De effecten van ICT worden verkeerd begrepen. En dan krijgen we ook verkeerd verzet.''

En als u denkt dat dit alles was – het gesprek ging ook over Internet en de gezondheidszorg en het onderwijs. Maar daarover een volgende keer meer.