Emotionele discussies over een hockeyfusie

Waar zijn ze gebleven, de clubs die deze eeuw in hun tak van sport een periode de beste van Nederland waren maar nu uit beeld zijn verdwenen? Een serie over vergeten verenigingen. In deel 1 hockeyclub BDHC.

BDHC was ooit in meerdere opzichten bijzonder. De club uit Bloemendaal werd in de jaren vijftig en zestig twaalf keer landskampioen en behoorde met Venlo Girls tot de twee laatste hockeyverenigingen met alleen vrouwelijke leden. In 1973 fuseerde BDHC met de mannen van BMHC en samen gingen ze `Hockeyclub Bloemendaal' heten. En nu, ruim 25 jaar later, lijkt het op 't Kopje of het nooit anders is geweest.

Het eerste vrouwenelftal speelt tegenwoordig niet meer op het hoogste niveau. Maar dat heeft volgens de betrokkenen niets met de fusie te maken. ,,We waren lange tijd de enige club met een echte trainer. Dat leverde ons veel successen op'', verklaart Nora Pont-Diemer Kool, oud-voorzitster en oud-international van BDHC. Die trainer was Charles Edward `Charley' de Bock, de enige man, die in die tijd met open armen werd ontvangen bij de vrouwenclub. ,,Een bijzonder mens en een bijzondere trainer. Hij leerde ons dingen waar we niets van wisten'', aldus Pont.

De Bock kwam uit de voetballerij. Hij speelde zelfs als speler van derdeklasser Bloemendaal één interland. Op 1 november 1936 stond De Bock in Amsterdam tegen Noorwegen als rechtsbinnen in een voorhoede met gerenommeerde namen: Wels, Bakhuys, Smit en Van Nellen. Hij maakte twee minuten voor tijd de gelijkmaker (3-3). BDHC-speelster Dein Roos kende De Bock van de Academie voor Lichamelijke Oefening en introduceerde hem bij de hockeyclub. De trainer, die in 1975 overleed, werkte liefst 31 jaar met de Bloemendaalse speelsters. Hij was ook nog bondscoach. ,,Heren vinden al vlug dat ze moe zijn, terwijl een vrouw doordraaft tot ze erbij neervalt. Een dame speelt om het spel, de man om de knikkers'', was ooit een uitspraak van De Bock.

Voor de komst van Charley de Bock had BDHC al één landskampioenschap ('36) behaald, en dat gebeurde daarna onder zijn leiding nog elf keer. Al die tijd was de topclub onderhuurder bij de mannen van BMHC op het complex Zomerzorg. Dat had zo zijn nadelen. De vrouwen mochten 's zondags tot één uur van de accommodatie gebruik maken. En als ze te laat klaar waren met de wedstrijden, kwam het voor dat de mannen hun kleren uit de kleedkamer gooiden. ,,Soms hingen de bh's in de bomen'', staat beschreven in het jubileumboek uit 1995 ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan.

Met name bij echtparen, waarvan de man lid was van BMHC en de vrouw bij BDHC, ontstond in de jaren zestig het sterke gevoel dat het beter was de krachten van beide clubs te bundelen. Er was echter veel overredingskracht nodig om iedereen daarvan te overtuigen. ,,Er is over die fusie heel wat afgepraat. De dames hadden een betere organisatie én het geld, de heren niet!'', spreekt Nettie Roos, 25 jaar lang voorzitster van BDHC, duidelijke taal in het jubileumboek. Zij was de `grand lady' van de BDHC. Speciaal voor haar werd er ter hoogte van de middenlijn langs het hoofdveld een houten bankje neergezet. Ook nu ze is overleden, staat de Roosbank er nog.

Het verhaal gaat dat, zoals het hoort, de mannen de vrouwen uiteindelijk `ten huwelijk' hebben gevraagd. Er werd in 1972 een samenwerkingscommissie ingesteld die tot de conclusie kwam dat een betere samenwerking tussen beide verenigingen alleen door een fusie kon worden verkregen. Nora Pont, oud-voorzitster van BDHC en een van de initiatiefneemsters van de samenvoeging, kan zich ruim 25 jaar later die woelige periode nog herinneren. ,,De ouderen bij ons werden diep ongelukkig van het gepraat over een fusie'', weet ze. ,,Ik heb toen drie kwartier achter elkaar de leden toegesproken. Daarna begon Dein Roos te huilen, maar toen zei haar zus Nettie dat het niet verstandig was apart te blijven. `Je kan ook wel willen dat Nederland een beter klimaat krijgt', voegde ze eraan toe.''

Op 18 juni 1973 besloten de leden van beide clubs op een gezamenlijke buitengewone vergadering in te stemmen met een fusie. Het was belangrijk, zo stelt Pont, dat er in Cees de Jong een voorzitter werd gevonden die voor alle partijen acceptabel was. De angst van sommige vrouwen dat de mannen de dienst gingen uitmaken en zij alleen goed waren om koffie te zetten, bleek ongegrond. Er kwamen net zo veel vrouwen als mannen in het bestuur.

De meeste zaken werden zonder problemen geregeld. Alleen de keuze van het tenue van de vrouwen bij de nieuwe fusieclub had nogal wat voeten in de aarde. BMHC was een van de laatste verenigingen die nog niet waren overgestapt naar rokjes en nog gebruik maakten van de ouderwetse overgooiers. Daarvan zou gelijktijdig met de fusie mooi afscheid genomen kunnen worden, maar daar waren veel oudere leden fanatiek op tegen. De verhitte discussie duurde tot na middernacht. ,,Rokken zakken af'', beargumenteerde oud-international Dein Roos haar oppositie. ,,Die blijven wel op de heupen hangen'', was de reactie van de jongere Aki Maas. Maar daarmee was Roos nog lang niet overtuigd. ,,Als je heupen hebt, hoor je niet in het eerste elftal thuis!'', zei ze gevat. Uiteindelijk wonnen de rokjes het toch van de overgooiers.

Nu, ruim 25 jaar later, praat niemand er meer over. En heeft de buitenstaander er geen weet van dat `Bloemendaal' ooit gesplitst was in een mannen- en een vrouwenafdeling. ,,Er is geen spoor meer te bespeuren van twee verschillende afdelingen'', zegt de huidige voorzitter Joost van Aalst. ,,In onze reünistenvereniging Zomerzorg vind je nog wel de echte oude BDHC-sters. Dat moet ook zo blijven, vind ik. Dat hoort bij de historie van onze vereniging, dat is pittoresk.''