De klank van het nieuwe millennium

Het nieuwe millennium begint op het eilandenrijk van Tonga. Om dat te vieren bracht de koning van Tonga een `Millennium 2000'-cd uit. Daarop begroet hij op gitaar het nieuwe duizendjarige tijdperk en spreekt de wereld toe.

Het probleem van Tonga is dat slechts weinigen weten dat het bestaat. Toch telt dit koninkrijk in de Stille Zuidzee 170 eilanden, waarvan er volgens de laatste gegevens 35 zijn bewoond. De hoofdstad Nuku'alofa ligt op Tongatapu, een eiland met een oppervlakte van 170 vierkante kilometer – een alleszins redelijke omvang, zoals bewoners van het bijna even grote Texel zullen beamen.

Niettemin krijgt Tonga op het wereldtoneel nauwelijks aandacht. Alleen in de jaren vijftig genoot het vorstendom enige tijd bekendheid dankzij het toenmalige staatshoofd, koningin Salote Tupou III: een volumineuze nakomelinge van een Tongaanse god. De vorstin, in eigen land vereerd als een heilige in mensengedaante, verwierf internationale faam toen zij in 1953 de kroning bijwoonde van haar Britse ambtgenoot Elizabeth. Vooral het besluit om ondanks de regen gebruik te maken van een open calèche bracht haar veel sympathie. Dit inspireerde de toen populaire bandleider Edmundo Ros tot een feestelijke hit die als volgt begon: The Queen of Tonga/ Came to Britain from far away/ The Queen of Tonga/ Came to Britain for Coronation Day. Het is een song die, zoals ik uit ervaring weet, ook een halve eeuw later nog zijn sporen nalaat.

Na de dood van koningin Salote in 1965 werd over Tonga niet veel meer vernomen. Nu komt daarin misschien verandering door toedoen van haar al even imposante zoon Taufa'ahau Tupou IV. De meestal gelaarsde koning heeft alle reden opnieuw de aandacht te vestigen op zijn eilandenrijk. Gezien zijn ligging bij de datumgrens is Tonga immers de eerste plek op aarde waar de nieuwe dag zich aandient. Nu deze eeuw haar einde nadert, krijgt dit feit een diepere betekenis: hier, in dit vergeten land, begint de tijd en binnenkort dus ook het nieuwe millennium. Het buureiland Samoa, even ten oosten van de datumgrens, loopt als altijd een etmaal achter, een ervaringsfeit dat daar ditmaal moeilijk valt te accepteren.

Onlangs maakte Tonga de rest van de wereld attent op zijn bijzondere positie door middel van een `officiële Millennium-cd', vervaardigd onder patronaat van de koning. Het schijfje bevat voorbeelden van de zangkunst waaraan het land een deel van zijn reputatie ontleent, maar mij was het in de eerste plaats te doen om de persoonlijke introductie van Taufa'ahau Tupou IV. Benieuwd naar zijn denkbeelden over tijd en vergankelijkheid, trachtte ik hem elf jaar geleden reeds te spreken te krijgen. Deze poging was tot mislukken gedoemd omdat het protocol bepaalt dat er, gezien de afkomst van de koning, altijd een ruime distantie dient te bestaan tussen hem en het gewone volk (inclusief zijn vrouw). Het enige dat restte was hem te observeren tijdens een Feast, een eet- en drankfestijn in de openlucht waartoe ik me ongemerkt toegang verschafte. Al gauw merkte ik daar niet veel wijzer te worden. Nadat de genodigden gehurkt rond hem en zijn gevolg waren gaan zitten, deed hij zich evenals de anderen tegoed aan de voor hen uitgestalde speenvarkens, kippen, vis- en vleesgerechten en puddingen. Tussen de bedrijven door staarde hij ondoorgrondelijk voor zich uit.

Helaas blijkt nu dat de cd weinig licht werpt op het gedachtengoed van de koning. Doordat het hem aan een goede dictie ontbreekt, wordt zijn boodschap gereduceerd tot een aantal trefwoorden: dateline, world, tragedies, enemies, brothers and sisters, kindness and goodwill en, natuurlijk, meer dan eens Millennium. Hoewel ze al te bekend zijn, zorgen deze woorden tezamen voor een plechtig gevoel, dat nog wordt versterkt door het geruis van de oceaan waarmee de toespraak bij tijd en wijle wordt overspoeld. Het is jammer dat Tupou IV dit effect zelf ondermijnt door meteen daarop een wel erg alledaags deuntje op de gitaar te tokkelen.

Gelukkig is het vervolgens de beurt aan Tonga's zangkoren, die worden afgewisseld door twee uitvoeringen van het volkslied, waaronder een door de koninklijke harmonie onder leiding van Chief Inspector Taumoepeau. Tussen alle muziek door is plaats ingeruimd voor de kenmerkende geluiden van het land, bijvoorbeeld het gezang van paradijsvogels in de paleistuin, het zachte gekrijs van vliegende honden en het gebeuk van de golven op het strand. Een minpunt vormt, tegen het eind, een uitvoering van het Halleluja uit Händels Messiah die door de begeleiding van een blaaskapel een nogal log karakter krijgt.

Heel wat overtuigender is het aandeel van het Queen Salote College Choir. Het geluid van de honderd vrouwenstemmen roept herinneringen op aan de wandeling die ik op een warme zondagavond maakte langs de kust van Tongatapu. Al luisterend beleef ik alles opnieuw: de naar bloesems geurende paden, een verbluffende sterrenhemel en in de verte een weemoedig gezang dat me verlokt het rechte pad te verlaten en een veld in te gaan, steeds verder het duister in. En dan opeens de uit het niets opdoemende hond, de beet in het been en (wat later) de verpleegster in het ziekenhuis die haar kom met varkenskluiven opzijschuift om de wond te desinfecteren.

Maar de gedachte aan dit rauwe naspel vervaagt snel door de zoetgevooisde klank van koningin Salote's koor. Wat rest is hetgeen de titel van het nummer belooft: Heavenly Peace.

Millennium 2000: The Royal Maopa Choir, The Royal Brass Band, Queen Salote College Choir. Koch Classics.