Witwasoperaties

Mijn naam is haas, riep de Drentse wielrenner Erik Dekker nadat bij hem op 9 oktober een te hoge hematocrietwaarde (te dik bloed) was vastgesteld. Hij behoorde tot de 44 fietsers die het afgelopen jaar tegen zichzelf in bescherming werden genomen. Het pelotonnetje dat niet minder dan 25 Italianen telde, onder wie Marco Pantani, kreeg van de UCI, de Internationale Wielerunie, een startverbod voor vijftien dagen opgelegd en het dringende advies voortaan van het synthetische bijnierschorshormoon EPO af te blijven.

Daarmee had de kous af kunnen zijn. Ware het niet dat de Rabobank, sponsor van de ploeg waarvan Dekker en Boogerd prominente leden zijn, zich geroepen voelde de zaak tot op de bodem te laten uitzoeken. De bank zette een commissie van drie deskundigen aan het werk die vorige week onder tromgeroffel naar buiten bracht dat de 52 procent hematocrietwaarde van de renner in kwestie wel degelijk te verklaren viel.

Het te hoge percentage zou eenvoudigweg het gevolg zijn geweest van een slordige procedure. De overwerkte, gehaaste bloedprikker van de UCI had pas bij de derde poging een ader getroffen waardoor de stuwband misschien wel een volle minuut op de arm van het slachtoffer had gedrukt. Met als resultaat een aanzienlijke toename van het rode bloedplasma.

Over slordig gesproken, het feitenrelaas van de `onafhankelijke' Rabobank-commissie draagt hetzelfde kenmerk. Men heeft bijvoorbeeld niet eens de moeite genomen de UCI-commissaris te horen van wie beweerd wordt dat hij de stuwband te lang om de arm van Dekker heeft laten zitten. Ook de voorzitter van de medische commissie van de UCI komt niet aan het woord.

Wel krijgen met Dekker sympathiserende figuren als manager Jan Raas, ploegleider Theo de Rooy en ploegarts Geert Leinders de gelegenheid een lans voor de renner te breken. Het eenzijdige verhaal wordt verder onderbouwd met de uitslagen van een reeks bloedanalyses die de tijdrijder de afgelopen drie jaar onderging. Daaruit zou moeten blijken dat van EPO-gebruik tijdens de WK in Verona geen sprake kan zijn geweest.

De moeite die sommige sportbonden doen om het dopingmonster te bestrijden, stuit op een muur van scepsis en verzet. Het is usance geworden dat een nandrolongebruiker de kont tegen de krib gooit en elk middel aangrijpt om zijn onschuld aan te tonen. De Duitse atleet Dieter Baumann kwam op het wel zeer originele idee dat iemand met zijn tandpasta had gerommeld, de Nederlandse sprinter Troy Douglas betaalde na op nandrolon te zijn betrapt 1.000 gulden aan een laboratorium in Straatsburg om één van zijn schaamharen te laten analyseren. Het onderzoek daarvan zou het `onomstotelijke' bewijs van zijn onschuld hebben geleverd.

De deskundigen spreken elkaar routineus en met volle overgave tegen zodra een dopingcontrole tot een positieve uitslag heeft geleid. Toen Emile Vrijman nog directeur van het NeCeDo (Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken) was, noemde hij de sportwereld hypocriet in haar eindeloze gevecht tegen de spuiters en slikkers. Nu hij tot de `tegenpartij' van weleer behoort en als advocaat van in het nauw gebrachte sportlieden optreedt, zet hij allerlei vraagtekens bij de procedures en is zijn opvolger bij het NeCeDo, Piet van der Kruk, z'n felste opponent.

Voor enig licht in de duisternis kunnen volgend jaar de Australische organisatoren van de Olympische Spelen zorgen. Zij hebben bij monde van sportminister Jackie Kelly laten weten alleen `eerlijke winnaars' op het podium te willen en dopinggevallen onmiddellijk openbaar te zullen maken. Dat zal, mag men aannemen, toch pas na de contra-expertise mogelijk zijn en na een uiterst zorgvuldige procedure. Opdat in elk geval Rabobank-achtige witwasoperaties worden voorkomen.