`Wij zijn de gluurders van Europa'

Het Nederlandse voetbal is volgens televisiecommentator Hans Kraay sr. de afgelopen eeuw in tactisch opzicht weinig vernieuwend geweest. ,,Wij zijn geen grote kenners'', zegt de voormalige voetballer en trainer.

De littekens boven zijn wenkbrauwen zijn een gevolg van het stopperspilsysteem. Als speler van DOS en Feyenoord stond hij in de jaren vijftig en zestig bekend als een harde verdediger. Tijdens zijn trainersloopbaan raakte hij in conflict met vedetten als Keizer (Ajax) en Gullit (PSV). Hij kreeg last van hyperventilatie en verruilde de dug-out voor de commentaarpositie. Hans Kraay sr. denkt bijna altijd en overal aan voetbal, ook in de file op de A2, vertelt hij in een wegrestaurant bij Vianen.

Zijn wedstrijdanalyses voor de NOS zijn helder geformuleerd. Hij hekelt verdedigers die aanvallers te veel ruimte bieden. Hij accepteert een harde tackle en toont zich een voorstander van een elftal met buitenspelers, die overigens alleen nog in Nederland worden opgeleid. Tegelijkertijd is zijn commentaar gespeend van chauvinisme en daarmee onderscheidt hij zich van de meeste collega's op de televisie. Volgens Kraay is het Nederlandse voetbal afgelopen eeuw weinig vernieuwend geweest.

,,Wij zijn de gluurders van Europa'', zegt de voetbaldeskundige op felle toon. ,,Wij hebben de witte melk niet uitgevonden. Wij zijn geen intelligente voetbalkenners. Wij deden nooit mee aan de grote toernooien. Een kwestie van oorzaak en gevolg.'' Maar het totaalvoetbal, dat trainer Michels en speler Cruijff in 1974 bij het wereldkampioenschap introduceerden, was toch zeker wel vernieuwend? Kraay haalt zijn schouders op. ,,Michels was supervisor en geen echte bondscoach die een beleid uitstippelde. De cohesie van het elftal was de basis van het succes.''

Volgens Kraay was het totaalvoetbal een afgeleide van eerdere verzinsels. ,,Cruijff liet zich naar het middenveld terugvallen, maar deze tactische variant had de Hongaar Hidegkuti in de jaren vijftig al bedacht. Hij maakte ruimte voor Puskas en Kocsic, die in 1953 historie schreven op Wembley. De trage Engelse verdedigers werden zoek gespeeld door de Hongaarse goochelaars. Dat was een ijkpunt in de voetbalgeschiedenis. Niet de vondst van de trainer, maar een uit de hand gelopen idee.''

Niet Cruijff, maar Beckenbauer was volgens Kraay een revolutionaire speler. De Duitse ausputzer was in de jaren zeventig de eerste verdediger die regelmatig de middenlijn passeerde. Beckerbauer was zijn loopbaan als rechtshalf begonnen, maar hij vergaarde internationale roem als libero. ,,De bal hield van hem'', spreekt Kraay vol bewondering. ,,Kaiser Franz was een aristocratische speler. Hij hoefde de bal nooit te zoeken, want hij liep nooit voor de bal uit. Hij was een echte trendsetter. Wat Blind in de jaren negentig bij Ajax ging doen, had Beckenbauer keurig voorgedaan. Met als grootste verschil dat Blind nooit in een diagonale lijn naar voren liep. Hij ging altijd over de as van het veld.''

Kraay was een supporter van Ajax, dat onder leiding van trainer Van Gaal in een herkenbare stijl voetbalde. ,,Daarom was ik ook een fan van AC Milan, hoewel trainer Sacchi zonder buitenspelers opereerde. Het is een Nederlands fabeltje dat voetbal zonder buitenspelers niet aantrekkelijk kan zijn. Als je ze niet hebt, moet je ze ook niet opstellen. Kijk naar Manchester United, mijn favoriete ploeg. Trainer Ferguson speelt altijd met twee aanvallende middenvelders die het veld lekker breed houden. Vlieg met een camera boven Old Trafford en je ziet al tien jaar dezelfde patronen bij United.''

Kraay begint zijn historisch overzicht in 1925, toen de buitenspelval werd veranderd. De aanvallers moesten twee in plaats van drie verdedigers voor zich houden. Het regende doelpunten. ,,Pas in de jaren dertig werd voor 't eerst geanticipeerd op de nieuwe buitenspelregel'', meldt Kraay al bladerend in zijn archiefwerk. ,,Toen kwam Chapman, de manager van Arsenal, met zijn befaamde third-back-system. Hij introduceerde de stopperspil, als een extra slot op de verdediging.''

Bij het wereldkampioenschap in 1958 introduceerde Brazilië het 4-2-4-systeem. De stopperspil maakte plaats voor twee centrale verdedigers. De backs werden vleugelverdedigers die vooral in het Braziliaanse elftal aanvallende bedoelingen hadden. Kraay tekent in vlugschrift hoe de buitenspelers Zagallo en Garrincha langs de zijlijn heen en weer pendelden tussen aanval en middenveld. ,,De Brazilianen waren de voorlopers van het huidige 4-4-2-systeem'', stelt Kraay vast.

In het midden van de jaren zestig vierden de Italiaanse trainer Nero (AC Milan) en de Argentijnse trainer Herrera (Internazionale) successen in het Europese clubvoetbal. Zij waren respectievelijk de bedenker en de uitvoerder van het catenaccio, letterlijk vertaald: grendelsysteem. De robuuste stopperspil Kraay spreekt met meer liefde over de wingless wanderers van de Engelse bondscoach Ramsey in 1966. ,,Het land van de buitenspelers werd wereldkampioen zonder echte buitenspelers. Het voetbal hangt gelukkig van toevalligheden aan elkaar.''

Kraay heeft bij het WK in 1982 genoten van het Italiaanse countervoetbal. ,,Graniet achterin en snelheid voorin, prachtig om naar te kijken.'' In 1986 was ook hij verbaasd dat Maradona bijna in zijn eentje een heel elftal kon oprollen. ,,Hij verenigde de unieke combinatie van spelmaker en afmaker.'' Sindsdien heeft Kraay zich tijdens de WK's geërgerd aan het saaie en voorspelbare voetbal. Hij is pessimistisch over de toekomst.

,,Het resultaat is heilig geworden. Veel zal er niet meer veranderen in tactisch opzicht. Het voetbal is iets sneller geworden, maar onze linksback Veldhoen liep bij Feyenoord de honderd meter ook al binnen de elf seconden. Op wetenschappelijk gebied valt er nog een hoop te leren. Waarom schoot Koeman zo hard? Dat lijkt me voor jonge spelers heel nuttig om te weten. In statistisch opzicht is het voetbal in de Middeleeuwen blijven steken.''