Wadden

Ofschoon bescherming van de natuur ons aller steun verdient, is het ongewenst dat fanatici terzake van de Wadden een en ander op de spits drijven. Dat leidt alleen maar tot kortzichtigheid en verkeerde beslissingen. Gelukkig zijn er mensen als Hans Smit (NRC Handelsblad, 13 december), die ons verzekeren dat de Wadden tegen een stootje kunnen.

Een bodemdaling van 10, 20 of 30 centimeter hier en daar in de Waddenzee zal het gebied zeker niet minder leefbaar maken voor vissen, zeehonden en watervogels. Wie weet wordt het er juist extra leefbaar door.

Luisteren we te veel naar de `ecofanaten', dan zouden we vroeg of laat te horen kunnen krijgen dat de Afsluitdijk weg moet, de Oosterscheldedam en de stuwen in de Rijn moeten verdwijnen, Schokland en Urk weer eilanden dienen te worden, sloten, grachten en kanalen gedempt, en rivieren gedekanaliseerd moeten worden. Boeren zouden niet meer mogen ploegen, maaien en gieren, en dus niet meer kunnen produceren. Mogelijke schade aan de natuur als gevolg van plaatselijke bodemverzakkinkjes in de Waddenzee valt in het niet bij de schade veroorzaakt door de aanleg van polders, kanalen, dijken, (snel)wegen en spoorlijnen.

Bescherming van de natuur en van de kwaliteit van ons leefmilieu is van het allergrootste belang. Maar laten we niet overdrijven, anders lopen we het risico dat kinderen straks geen kuilen meer op het strand mogen graven. Met alleen maar ongerepte natuur valt voor mensen helaas niet te leven.