Vreemdelingenwet Spanje oorzaak politieke spanning

Spanje krijgt één van de meest soepele immigratieregelingen binnen de Europese Unie. Dat is het gevolg van een gevoelige nederlaag die de conservatieve minderheidsregering van premier Aznar afgelopen week leed bij de stemmingen over een nieuwe vreemdelingenwet.

Tijdens de laatste plenaire parlementszitting vóór de volgend jaar maart te houden verkiezingen werd een door het kabinet gesteunde aanscherping van de wet met ruime meerderheid afgewezen. De nieuwe vreemdelingenwet, die vooral door immigranten-organisaties, vakbonden en linkse oppositie wordt gesteund, stond de afgelopen weken centraal in het politieke debat. Het meest controversiële punt is de legalisering van illegale immigranten. Deze kunnen nu een verblijfsvergunning krijgen indien zij kunnen aantonen dat zij reeds twee jaar in Spanje verblijven en in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien. De Spaanse regering vreest dat het aantal illegale immigranten sterk zal toenemen en dat de wet hiermee op gespannen voet staat met het restrictieve Europese beleid ten aanzien van immigratie.

De nieuwe wet wordt evenwel vooral gezien als een politieke blunder van de regerende Partido Popular. De huidige wetstekst was aanvankelijk met steun en medewerking van de regeringsfractie in het congres van afgevaardigden tot stand gekomen. Op aandrang van het kabinet werd de tekst in de Senaat – Spanjes Eerste Kamer – drastisch aangepast met hulp van de Catalaanse nationalistische partij. Maar een tweede behandeling van de amendementen in het Congres – vereist wegens het terugwerkende karakter van de wet – leed schipbreuk omdat de regeringsfractie geen steun kon krijgen van de nationalistische partijen die het minderheidskabinet in het zadel houden.

In de politieke commentaren werd de afgelopen dagen gewezen op de gebrekkige manier waarop het kabinet overleg voert met zijn regeringsfractie en die van de nationalistische partijen. De gang van zaken rond de vreemdelingenwet wordt verder uitgelegd als een verscherping van de posities in verband met de komende parlementsverkiezingen. De nationalistische partijen uit Catalonië en de Canarische eilanden die het conservatieve kabinet de afgelopen vier jaar steunden, hebben daarbij behoefte hun onafhankelijkheid te tonen. Met de Baskisch-nationalistische partij PNV, de derde steunpilaar van het kabinet, verkeert de regerende PP reeds enige weken op voet van politieke oorlog vanwege het pact dat deze partij heeft gesloten met de politieke tak van de Baskische terreurbeweging ETA. De nationalistische partijen willen de mogelijkheid open houden om, afhankelijk van de verkiezingsuitslag, een eventuele minderheidsregering van de socialistische oppositiepartij PSOE te steunen.