Slechte leiding in invalidenzorg

Veel inrichtingen in de gehandicaptenzorg komen door matig of slecht management in de financiële problemen. Dit was onder meer het geval bij de vijf inrichtingen die dit jaar bij het landelijke tarievenbureau COTG om steun hebben aangeklopt. Vier ervan hebben het gevraagde extra geld, enkele miljoenen guldens, gekregen.

Dit blijkt uit de rapportage van het COTG aan staatssecretaris Vliegenthart (Welzijn). Het bureau onderzocht op haar verzoek hoe het komt dat steeds vaker inrichtingen zeggen met financiële problemen te kampen te hebben.

Voor een deel zou, aldus het COTG, het gebrek aan geld het gevolg kunnen zijn van veranderingen in de samenstelling van de patiëntenpopulatie. In een deel van de inrichtingen neemt het aandeel van relatief zware gevallen toe. Daar staat tegenover dat andere inrichtingen juist weer vaker lichtere, minder dure, patiënten opnemen. De huidige tarieven gaan uit van gemiddelde kosten. Aan differentiatie van het tarief naar de zwaarte van de gevraagde zorg wordt gewerkt.

Toch leidt dat niet tot zodanig financiële problemen dat daarvoor bij het COTG of bij de Commissie sanering ziekenhuizen wordt aangeklopt. Waar inrichtingen dat wel deden was er sprake van management dat niet in staat bleek de gang van zaken te beheersen, aldus het COTG. De informatievoorziening was niet adequaat en de financiële administratie niet op orde.

Dit slechte management kost veel geld, aldus het COTG. Het wijst er op dat de betreffende instellingen te maken hebben met hoge personeelskosten door te veel of te duur personeel en met hoge kosten voor de vervanging van veel ziek personeel, voor interim-management en afvloeiingsregelingen. In twee van de vijf inrichtingen was er ook nog sprake van bouwkosten waarvan het management zich van tevoren onvoldoende had vergewist dat ze zouden worden vergoed.