Schimmen die angsten oproepen

Het voetbalvandalisme wierp de afgelopen dertig jaar een donkere schaduw over de meest populaire sport ter wereld. Volgens Dr. Ruud Stokvis, docent bij de vakgroep Sociologie van de Universiteit van Amsterdam, kunnen alleen ,,deëscalerende maatregelen'' bijdragen aan een oplossing.

Voetbalvandalisme is de afgelopen dertig jaar van deze eeuw een niet weg te snijden gezwel gebleken. In het buitenland vormde het Heizel-drama in 1985 het dieptepunt. Bij de Europa Cup-finale tussen Juventus en Liverpool vielen toen 39 doden onder voetbalfans. Maar ook Nederland werd regelmatig geconfronteerd met wangedrag van supporters. De sinaasappelbom bij Nederland-Cyprus, het staafincident tijdens Ajax-Austria Wien, de veldslag bij Beverwijk en de kampioensrellen van Feyenoord zijn nog steeds berucht.

Volgens socioloog dr. Ruud Stokvis is een dergelijk vandalisme altijd latent aanwezig geweest. Pas in de laatste decennia manifesteerden de rellen zich bij het betaalde voetbal. Hij wijst op vechtpartijen die er vroeger waren tussen jongeren uit naburige dorpen. En op botsingen tussen katholieken en protestanten. Nog voor de Tweede Wereldoorlog sloeg de agressiviteit op lokaal niveau van de bruiloften en partijen over naar het voetbal.

,,In de jaren vijftig ging een fusie tussen de clubs Sint Pancratius (Badhoevedorp, red.) en Lijnden niet door wegens de onaangename relatie tussen supportersgroepen'', ontdekte Stokvis bij een van zijn onderzoeken ergens in de notulen. ,,Natuurlijk kennen we ook de rivaliteit tussen Katwijk en Quick Boys. De afgelopen dertig jaar is het topvoetbal zich steeds meer gaan centraliseren in de grote steden. Dorpen en buurten waren niet meer de vanzelfsprekende leefomgeving. Vechtlustige jongeren zijn zich gaan identificeren met de grote voetbalclubs.''

Voetbal ontwikkelde zich vanaf de jaren zeventig tot een uitstekende voedingsbodem voor vandalisme. ,,Voetbal werd steeds belangrijker door de televisie en de economische aspecten. Iedereen kon het zien, iedereen wilde erbij horen. Spelers werden opgejut om harder te spelen. Ook dat riep agressie op onder de supporters. Later werd het harde spel aan banden gelegd door strengere regels, zoals de invoering van gele en rode kaarten.''

De profielschets van de voetbalvandaal beantwoordt gezien de beschrijving van Stokvis aan het vooroordeel. ,,In grote lijnen zijn het minder goed opgeleide jongeren. Ze hebben opvoedingsproblemen gehad of ze kunnen moeilijk aan een goede baan komen. Aanvankelijk waren het voornamelijk blanke Nederlanders. Door de integratie in de maatschappij wordt de groep meer gemêleerd en zie je nu bijvoorbeeld ook Surinamers tussen de vandalen. Er komen natuurlijk weleens mensen bij uit andere milieus. Soms zijn het huisvaders met kinderen. De bij Beverwijk omgekomen Picornie was een betrekkelijk late uittreder. Er is nooit onderzoek gepleegd naar leeftijden. Wanneer treden ze in of uit? De bestrijders van het voetbalvandalisme zijn er niet in geïnteresseerd.''

Als er meer bekend is over de achtergronden en karakters van de voetbalvandalen zou je ze wellicht beter kunnen bestrijden. ,,Je weet dan in ieder geval waar je het over hebt'', vindt Stokvis. ,,Nu is dat volstrekt onduidelijk. Het zijn schimmen die angsten oproepen.'' Hij constateert dat het beeld dat nu wordt gevormd door de autoriteiten slechts leidt tot overspannen, provocerende veiligheidsmaatregelen. ,,Een man als De Wijkerslooth (voorzitter van het college van procureurs-generaal, red.) praat angstbeelden aan'', meent Stokvis.

,,Als je de vandalen beter zou kennen, kom je niet met maatregelen die je alleen neemt tegen mensen die stijf staan van alcohol en drugs. Waar je er niets tegen kunt doen dan ze alleen in elkaar rammen. Als je het vergelijkt met de wapenwedloop zitten we wat betreft het voetbalvandalisme in het McCarthy-tijdperk'', zo refereert Stokvis aan de Amerikaanse communistenjager in de jaren vijftig.

Het stoort de socioloog dat het voetbalvandalisme op één hoop wordt gegooid met andere vormen van wangerdrag. Hij probeert summier een differentiatie aan te brengen. Waarbij aangetekend wordt dat ook massapsycholoog Van der Brug al eens vaststelde dat de gewelddadige instelling vooraf een grotere rol speelt dan de reactie op en tijdens de wedstrijd.

Stokvis: ,,Zo'n staafincident is een tussenvorm geweest. Er zijn altijd enkele idioten die een wedstrijd kunnen verstoren. Hier worden de meeste maatregelen tegen genomen als hekken, netten en clubcards. Directe verontwaardiging over wat er op het veld gebeurt hoort bij de sport. Die emotionele reacties blijven bestaan, dat zul je moeten accepteren. Maar dit is niet de kern van het voetbalvandalisme. Het gaat nog steeds om groepen jongeren die willen vechten. Zij zijn er niet op uit om het wedstrijdverloop ernstig te beïnvloeden. Dat onderscheid wordt al niet eens meer gemaakt.''

Het voetbalvandalisme is in de optiek van Stokvis ,,een tragedie waarin de ene nare maatregel de andere oproept''. Hij ziet momenteel geen einde komen aan de neerwaartse spiraal. ,,Al een kwart eeuw gaat het om escalatie. Minister Peper van Binnenlandse Zaken is zelf een van de grote katalysatoren in het supportersgeweld. Hij straalt een houding uit van: `Die kerels zullen mij niet klein krijgen'. Daarmee wordt hij een deel van het hele proces. Want hierin zien die jongens juist een geweldige uitdaging.

,,Euro 2000 zou een leuk, mooi en gastvrij voetbaltoernooi worden. Nu worden de veiligheidsmaatregelen steeds benadrukt. Als de Engelsen voor één wedstrijd naar Eindhoven komen, zullen ze in een korte tijd hun slag proberen te slaan,zo wordt geredeneerd.''

Wat is dan wel een remedie tegen het voetbalvandalisme? Er zijn boekenplanken over vol geschreven. Vele wetenschappers hebben zich over dit vraagstuk gebogen,niemand in de twintigste eeuw vond het antwoord. Stokvis doet een poging. ,,Ik zie alleen iets in deëscalerende maatregelen. Daarvoor is moed, beleid en denkwerk nodig. Er zou een gematigd politie-optreden moeten zijn. Dat kan mislukken en houdt dus risico's in. Maar je moet ergens beginnen. De media moeten daarin ook een rol spelen door niet meteen een schuldige aan te wijzen als het mislukt. Geen koppen als: `Patijn laat de zaak totaal uit de hand lopen.' Dan krijg je een situatie als in Seattle.

,,Bij het wereldhandelscongres werden daar onlangs ordeverstoringen bewust voor een deel toegelaten. Dat heeft de politiechef zijn kop gekost omdat het uit de hand liep. Zijn opvolger zal de volgende keer misschien het leger inzetten. De persoonlijke verantwoordelijkheid moet ondergeschikt zijn bij het zoeken naar een oplossing. Nu gaat het hele proces oneindig door. En het betaalde voetbal afschaffen, zal het probleem ook niet oplossen. Dan duiken de vandalen weer op bij de uitgaansgelegenheden van Egmond aan Zee of het Rembrandtsplein in Amsterdam.''