Mongoolse boventonen

Een kleine winkel aan de gracht. Altijd klinkt er muziek, vaak vreemd, soms mooi, maar nooit is het muzak.

In de krappe ruimte zitten enkele mannen van de wat oudere soort: kaal, bril, onmodieus gekleed. Ze luisteren met een koptelefoon op, verstard in concentratie. Aan de wanden van de winkel hangen kleurige cd-doosjes. Klanten laten de rijen plastic doosjes, die in de bakken op land staan gerangschikt, geroutineerd klepperen. Op zoek naar nieuwe ritmes en melodieën.

De afbeeldingen op de doosjes verwijzen naar verre reisbestemmingen. Tuva, de Baliemvallei of Burkina Faso. Hier muziek zoeken betekent, ook als het buiten pijpenstelen regent, in een Mongoolse yurt naar mondharpmuziek luisteren, op de klanken van een ukelele langs een verlaten palmenstrand slenteren of achter een paar kamelen sjokken terwijl iemand een oudh bespeelt.

Twee van oorsprong Spaanstalige mannen bestieren de winkel. Soms alleen, soms samen. Ze kennen de muzieksmaak van hun klanten, vaak beter dan de klanten zelf.

,,Ken je deze al?'' Een klant kijkt over zijn bril op het cd-hoesje dat hem boven de toonbank wordt voorgehouden. De vraagtekens in zijn ogen lezend zegt de verkoper: ,,Boventoonzangers uit Mongolië''.

De klant neemt aarzelend het doosje aan. ,,Als je hem mooi vindt zou je ook eens hiernaar moeten luisteren'', zegt hij en schuift een tweede doosje over de toonbank.

Aan de andere kant van de cd-speler zit een bebrilde man van tegen de zestig met gesloten ogen te luisteren naar Syrische soefimuziek. Een andere klant vraagt op samenzweerderige toon aan de verkoper of hij ook sjamanenmuziek heeft. Ook hij gaat met een paar schijfjes op zoek naar een vrijstaande cd-speler.

De koptelefoon vult zich met onaards geknor en gefluit. Lage keelklanken borrelen tussen het repetitieve snarenspel omhoog. Als de stem die Djenghis Khan bezingt, niet lager lijkt te kunnen, daalt hij nog verder af. Dan zwiert door zijn stem een ijle klank omhoog, een hol en hees gefluit dat plotseling begint te fibreren. De tweede schijf bevat contemplatieve klaterklanken van een oudh. Een oude, Egyptische luitspeler kijkt ons vanaf het doosje vriendelijk aan. Voor zijn hut staan een paar kamelen geparkeerd.

Wanneer uiteindelijk de koptelefoon weer af gaat is het muziekbehang in de winkel vervangen. Nu klinkt de even heldere als zachte stem van Amina Alaoui. De verkoper glimlacht en zegt: ,,Mooi hè?!'' Hij pakt ongevraagd weer een schijfje.

Veel te veel cd's verder verlaat de klant de winkel, vastbesloten de volgende keer een omweg te maken. In zijn oren klinkt nog vaag de stem van de verkoper. ,,Ik ben echt blij dat jij die muziek uit Kirgizië kan waarderen.''