Ivoorkust is voor het eerst een gewoon Afrikaans land

Het systeem van de in 1993 overleden president van Ivoorkust, Houphouët- Boigny, is met de coup van afgelopen weekeinde definitief ontmanteld.

Ivoorkust was altijd een buitenbeentje in Afrika. Het bleef in alles behalve naam een kolonie. Frankrijk maakt economisch en politiek de dienst uit in Ivoorkust. De eerste president, Félix Houphouët-Boigny, wist binnen deze neokoloniale verhoudingen een evenwicht aan te brengen tussen binnen- en buitenlandse belangen. Hij creëerde een politieke stabiliteit waarin hij zelf centraal stond. Met zijn overlijden eind 1993 kwam een einde aan een tijdperk. Het systeem Houphouët ontrafelde onder zijn opvolger Henri Konan Bedié. Het systeem kreeg de nekslag dit weekeinde met de staatsgreep van de militair Robert Gueï. De eerste geslaagde coup in Ivoorkust.

Boulevard Giscard d'Estaing, Avenue Général De Gaulle, de belangrijkste straten van de commerciële hoofdstad Abidjan zijn vernoemd naar Franse presidenten. In geen enkele Afrikaanse hoofdstad krijgt het voormalige koloniale moederland zoveel lof. Rijke Ivorianen heten les petits blancs. De blanke, le patron, kan nog altijd op een knikje door de knieën rekenen van zijn Afrikaanse werknemers. De president vliegt bij een grote politieke crisis naar Parijs om daar `advies' in te winnen. Ivoorkust oogt als een Frans overzees gebiedsdeel, met stokbrood, rode wijn en in de avond de ochtendeditie van Le Monde. Het aantal in Ivoorkust werkende Fransen nam na het vertrek van de Franse overheid in 1960 toe, met Franse adviseurs achter iedere minister. Ivoorkust raakte niet gedekoloniseerd maar overgekoloniseerd sinds de onafhankelijkheid.

De economie en de infrastructuur behoren tot de betere van het continent. Buitenlandse investeerders en arbeiders werden altijd met open armen ontvangen. Eén derde van de 19 miljoen inwoners is gastarbeider en de economie draait op buitenlandse investeringen en Franse hulp. Landbouw is de voornaamste economische activiteit, met grote koffie-, palmolie- en cacaoplantages en grootschalige kap van tropische wouden.

De architect van Ivoorkust is Houphouët-Boigny. Als zoon van een rijke plantagehouder behoorde hij al vóór de onafhankelijkheid tot de Ivoriaanse elite. Na de onafhankelijkheid keerde hij de Fransen niet de rug toe. Hij bouwde een netwerk op van Franse en Ivoriaanse belangengroepen, van plantage-eigenaars en arbeiders, en van machtige stamleiders en moderne technocraten. Zijn partij, de Democratische Partij van Ivoorkust(PCDI), stichtte afdelingen tot in de verste uithoeken van het land en vestigde zo een vrijwel onaantastbare politieke hegemonie. De partij, de staat, de plantagehouders, Houphouët, hun belangen raakten verstrengeld. De allesoverheersende macht van Houphouët-Boigny en zijn PCDI, en die van zijn opvolger Bedié, was gebaseerd op de solide steun van de conservatieve Ivoriaanse elite en de nooit aflatende bescherming van Parijs.

Het schijnbaar succesvolle economische en politieke model leverde de staat veel inkomsten op en verzekerde Ivoorkust van een goed imago in het Westen. De sociale sectoren, zoals de gezondheid en het onderwijs, kregen minder aandacht. Dit leidde tot rellen, met onder anderen studenten. Arbeiders stellen zich behoudender op. Immers, de goedkope arbeidskrachten zijn gastarbeiders en zij roeren zich niet snel. Bovendien, niemand dacht er aan zich te verzetten tegen le Vieux, de vader des vaderlands. Houphouët genoot een soort natuurlijke autoriteit. Zijn woord was wet.

Bedié dacht moeiteloos in de voetsporen van zijn voorganger te kunnen treden. Hij mist echter het gezag van Houphouët en diens politieke instinct. Bedié is koppig autoritair en maakte in korte tijd meer politieke vijanden dan zijn voorganger in 30 jaar. Wanneer Houphouët een controversieel besluit nam, legde iedereen uit respect zich daar bij neer, waarna de president later een verzoenend gebaar naar de oppositie maakte. Bedié ontbeert dat respect en zet zijn tegenstanders gevangen. De economie lijdt meer dan ooit onder corruptie en daarom zette het IMF een lening van 384 miljoen dollar stop. Buitenlandse investeerders stellen zich afwachtend op.

Met toenemende verbazing namen Westerse diplomaten de afgelopen maanden waar hoe Bedié zichzelf in een hoek bokste. Met het apparaat van de staat en de PCDI had Bedié de presidentsverkiezingen in oktober kunnen winnen. Maar de president raakte in paniek en wilde nog vóór de verkiezingen zijn voornaamste rivaal, Alassane Quattara, uitschakelen.

Quattara was tot aan Houphouëts dood premier en bekleedde daarna lang een hoge functie bij het IMF in Washington. Bedié begon eerder dit jaar een campagne om Quattara zijn nationaliteit te ontnemen – diens vader zou uit buurland Burkina Faso komen – om hem te diskwalificeren voor de stembus. De overheid vervalste documenten, ontnam Quatttara zijn nationaliteit en vaardigde vorige maand een arrestatiebevel tegen hem uit. De ingedutte oppositie zag de zaak Quattara als een door God gegeven kans Bedié dwars te zitten en organiseerde betogingen. De president reageerde met repressie en arresteerde opposanten, onder wie twaalf leiders van Quattara's Republikeinse partij.

Door zo duidelijk een scheiding aan te brengen tussen niet autochtone en autochtone Ivorianen ondermijnde Bedié het netwerk van belangengroepen van Houphouët. De spanningen in Ivoorkust waren door Bedié's gevecht met Quattara ongekend hoog opgelopen, de militaire staatsgreep dit weekeinde kwam niet meer als verrassing.

Met Bedié verdrijving van het politieke toneel zijn alle ogen nu gericht op Quattara. Quattara is in de internationale bureaucratie een gerespecteerd politicus, met goede contacten in de Amerikaanse overheid, bij het IMF en de Wereldbank. In Ivoorkust zelf was hij tot voor kort minder gewaardeerd. Quattara was niet populair als premier wegens politieke repressie en sociale bezuinigen. Maar door Bedié's paniekerige politiek werd Quattara een held. Coupleider Gueï, naar verluidt een sympathisant van Quattara, liet als eerste politieke daad de twaalf leden van zijn Republikeinse Partij vrij.

Frankrijk kritiseerde naar verluidt achter de schermen Bedié's optreden tegen Quattara. Toen de in Ivoorkust gelegerde Franse troepen Bedié in het weekeinde niet te hulp snelden, was zijn lot bezegeld. De president riep plantagehouders en conservatieve stamhoofden nog op in verzet te komen. Niemand reageerde. Het netwerk van Houphouët functioneerde niet meer zonder Houphouët. Ivoorkust is nu een gewoon Afrikaanse land geworden.