Islamitische revolutionair

De militante Kashmiri van de Harkat ul-Mujahedeen die naar wordt aangenomen achter de kaping van de Indiase Airbus zitten, zien Maulana Masood Azhar als hun geestelijk leider. Het is niet de eerste keer dat de Harkat Azhars vrijlating uit zijn gevangenis in het Indiase deel van Kashmir probeert af te dwingen. De beruchtste poging daartoe, door de Harkat-afsplitsing Al-Faran, was de ontvoering in 1995 van zes Westerse toeristen in Kashmir. Een, een Noor, werd onthoofd teruggevonden. Eén ontsnapte en de overige vier zijn nooit teruggevonden. Er zijn veel aanwijzingen dat ook zij zijn vermoord.

Azhars familie zei indertijd dat hij niets met Al-Faran te maken had. De Indiase autoriteiten op hun beurt stelden dat Al-Faran niets anders dan een frontorganisatie was voor de Harkat.

Azhar, die is zelf geboortig uit een rijke familie in de Pakistaanse provincie Punjab. Hij doceerde aanvankelijk aan een religieuze hogeschool in Karachi, de Jamia Uloom-i-Islami. Bronnen binnen de Harkat meldden tegenover het Franse persbureau AFP dat Azhar al in 1990 in Karachi een zeer actief lid van de groep was. Later ging hij werken voor het Harkat-blad Sada-i-Mujahid, waarin hij met zijn vlammende artikelen veel aanzien en aanhang wierf.

In 1992 vertrok hij, inmiddels voorvechter geworden van de internationale islamitische revolutie, naar India om deel te nemen aan de islamitische afscheidingsstrijd in Kashmir. Daar werd hij op 10 februari 1994 door de Indiase autoriteiten opgepakt op verdenking van terrorisme. Maar hij is nooit formeel in staat van beschuldiging gesteld.

Volgens sommige bronnen zijn de kapers in actie gekomen omdat zij bang waren dat Azhars leven gevaar liep. Een medestander van de Harkat die samen met hem werd opgepakt en in dezelfde gevangenis zat, werd in juni gedood. De Indiase autoriteiten zeiden dat hij bij een ontsnappingspoging was neergeschoten.

De Harkat, een van de radicaalste van de groepen die voor de onafhankelijkheid van Kashmir vechten, begon zijn bestaan als Harkat-ul-Ansar, maar wijzigde zijn naam in Harkat-ul-Mujahedeen nadat de Amerikaanse regering de groep had bijgeschreven op zijn lijst van buitenlandse terroristische organisaties. Het is in de Verenigde Staten bij wet verboden organisaties die op deze lijst staan geld te geven, en hun leden of vertegenwoordigers krijgen geen visa.

De Harkat heeft kampen in Afghanistan, waar zijn strijders naar verluidt ook door de Talibaan worden ingezet in offensieven tegen de Afghaanse oppositie. Er zouden ook strijders van de Harkat zijn gedood toen de VS vorig jaar na de aanslagen op de Amerikaanse ambassades in Kenia en Tanzania raketten afschoten op doelen in Afghanistan die in verband werden gebracht met de uit Saoedi-Arabië afkomstige miljardair Osama bin Laden.