Hoe moet ik

...het uitmaken?

Je hoort niet vaak dat iemand het zich voorneemt voor het nieuwe jaar: nu maak ik het uit. Terwijl je dat eigenlijk wel zou verwachten. Het uitmaken betekent toch een opgeruimd gevoel, het idee van een schone lei, je was het al lang van plan, het moet er bij deze mijlpaal maar eens van komen. Maar daar zit juist de grote moeilijkheid. Het einde van een liefde kent geen mijlpaal, en het opgeruimde gevoel is meestal ver te zoeken. Besluiten vallen altijd te laat, nooit te vroeg. Tussen te vroeg en te laat liggen eeuwen vol gezeur.

Uitmaken, het zou niet moeten hoeven. Er is geen kant van de liefdesverhouding waarbij het verschil tussen droom en werkelijkheid zo duidelijk wordt als het achtereind. Het leven zelf, morsig, pijnlijk, rommelig, treedt hier aan het licht. Het slechtste in de mens komt boven. De hypocrisie van: ik denk dat het voor ons allebei het beste is. De eigenwaan van: je had toch wel een beetje begrepen dat het niet kon duren? En de leugen van: je blijft mijn allerbeste vriend. Nou, dat verandert de zaak hoor.

Er zijn talloze varianten van uit, meer varianten van uit dan van áán misschien wel, zoals er ook meer soorten van verdriet zijn dan van geluk. Alleen één is zeldzamer dan je denkt, en dat is juist wat in de literatuur, de film en de opera vaak wordt verbeeld: het abrupte einde. Iemand gaat een pakje sigaretten halen en komt niet terug. Maakt het uit na een ruzie en is daarna onvermurwbaar. Besluit dat het voor haar geliefde beter is om haar nooit meer te zien en krijgt op een zolderkamertje de tering, zoals Mimi, de verdoolde dat is kunst mevrouw, dat is het leven niet. Iedereen laat zich vermurwen, al is het nog zo tijdelijk, en niemand krijgt ooit echt de tering al wordt het hem nog zo vaak toegewenst. Helaas, zou je bijna zeggen.

(Het vermurwen heeft te maken met de bekende troostval. Die werkt als volgt: A zegt tegen B ik moet jou niet meer, ik ga weg; dan wordt B verdrietig, dus moet A B troosten want die heeft niemand anders. En zoveel houdt A nog wel van B. Kom maar hoor, hier is een zakdoek.)

Zo zal het dus niet lukken.

Waar u eens op moet letten, als het u overkomt, wat niet te hopen is, zijn de clichés. De wereld is een breiwerk van clichés, we hebben ze nodig, ze geven ons houvast en zekerheid en veel vreugde bovendien. Van het eerste onschuldige verzoek om deze dans tot het geluk van het Blue-Bandgezin zijn onze liefdes in clichés te vatten, en hoe beter ze passen des te mooier staan ze.

Maar in benarde omstandigheden worden de clichés, die daar net zo goed bij horen, onsmakelijk en sleets, zo sleets dat je er zelf doorheen kijkt. Dat je zo veel van elkaar hebt geleerd, dat je de ander niets kwalijk neemt, dat je altijd goede vrienden zult blijven, dat aan alles nu eenmaal een eind komt. Jaja, het was toch mooi niet de bedoeling. En dan weer door met zeuren.

Het beste antwoord op de grote vraag hoe het moet, is ook het moeilijkste. Het luidt: met gratie. Er is een liedje van Franz Schubert, Abschied geheten, dat de allermooiste versie van een afscheid bezingt. Niet zomaar een afscheid, nee, het is duidelijk vreselijk verdrietig, niet voor niets vervalt het liedje steeds weer in mineur. Maar de toon blijft opgewekt, vrolijk zelfs. De reiziger moet voort, zijn paardje wordt al onrustig, en de achterblijfster heeft hem nooit verdrietig gezien – dus moet dat ook nu bij het afscheid niet gebeuren. Ade! zingt hij welgemoed, het meisje weent en je voelt dat hij haast heeft, om zijn eigen tranen straks pas de vrije loop te laten. Alleen.